Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

Studies in geweldloze politiek - december 2007

ANTI-FLAMINGANTISME ALS LEVENSWIJZE
Kordate oppositie tegen Vlaamse Regering&Parlement


De “Vlaamse zaak” is een “slechte zaak”

Bij vele debatten in het Vlaams Parlement, bij verscheidene stellingnamen in de media door Vlaamse politici verwijten deze laaste elkaar slecht of contraproductief de Vlaamse zaak te dienen. Sp.a, VLD, CD&V-politici verwijten zulks aan N-VA, N-VA op zijn beurt maakt soortgelijke aanmerkingen op de politieke agenda van het Vlaams Belang. Zo vindt Bart De Wever dat de opgang van het Vlaams Belang “het slechtste is wat de Vlaamse beweging is overkomen”, Frank Vandenbroucke vindt dat Bart De Wever de Vlaamse beweging “totaal kapot aan het maken is”, Karel De Gucht is van mening dat de “N-VA de Vlaamse zaak niet dient”, en Etienne Schouppe voegt er aan toe dat “N-VA een historische kans heeft gemist”.

Al deze flaminganten brengen één en dezelfde boodschap, met twee onderdelen: “De Vlaamse zaak is een goede of nobele zaak” en “De andere Vlaamse partijen bestaan uit slechte Vlamingen”.

Beide stellingen zijn fout. Alle flaminganten binnen alle strekkingen verdedigen op hun manier “de Vlaamse zaak” en zijn dus op hun manier “goede Vlamingen”. En die “Vlaamse zaak” is altijd ondemocratisch en/of reactionair geweest, dwz de Vlaamse zaak is helemaal geen nobele zaak, maar een slechte, immorele zaak.

Flaminganten maken aan Nederlandstalige Belgen, die de Vlaamse obsessies niet onderschrijven, nogal snel de opmerking als “plat op de buik te gaan voor de Franstaligen”. Die slogan mist echter alle grond omdat de aan- of afwezigheid van “de Franstaligen” weinig of niets te maken heeft met de verwerping van flamingantisme: de motivatie van anti-flamingantisme is moreel en universeel, gebaseerd op de concrete eigenschappen en op de intrinsieke immoraliteit van de Vlaamse beweging zelf.

Zo waren de “vaders” of “grondleggers” van de Vlaamse beweging stuk voor stuk fundamentalisten.

Jan-Frans Willems was een orangist die Algemeen Nederlands als instrument wou gebruiken om de Belgische revolutie ongedaan te maken. Met de promotie van een eigen Nederlandse landstaal voor de Nederlanden steunde hij het beleid van Willem I. Daarbij mag niet vergeten worden dat diens Verenigde Koninkrijk der Nederlanden een onderdeel was van de reactionaire politiek van Klemens van Metternich, die na het Congres van Wenen het Ancien Regime wou herstellen en Europa wou vrijwaren van alle democratiseringstendensen. Nochtans werd Jan-Frans Willems nadien gerecupereerd door de toenmalige Liberale Partij.

In de hoofden van de liberale flaminganten van vandaag, gaat het om Vlaanderen als een spontane (en liefst belastingvrije) orde, die onder het juk leeft van de “Belgische Staatsdwang”. Liberale flaminganten promoten een volstrekt negatieve vrijheid die van de samenleving een louter speeltuin wil maken van meedogenloze kapitalistische krachten. Egoïsme, navelstaarderij en anti-syndicalisme zijn hun kernactiviteiten, zoals o.m. treffend wordt geïllustreerd door de recente flamingante standpunten van jong-VLD.

Guido Gezelle, niet alleen dichter maar vooral gedreven flamingant activist, was een reactionair en anti-democratisch ultramontaan, die de democratische rechtstaat wou zien verdwijnen en de samenleving wou herkerstenen. Als katholiek volkse Vlaming kwam hij zo in aanvaring met de protestante en vrijzinnige intellectuelen die Jan Frans Willems volgden in zijn streven voor de invoering Algemeen Nederlands. En dus schreef hij zijn persoonlijk politiek tijdschrift “ ’t Jaer 30” vol in het Vlaemsch voor de rasechte en dus katholieke Vlaamse volksmensen, tegen “de kwae gazetten”, dwz tegen liberalen en socialisten, om "De Vlamingen" te behoeden voor “verbastering”:

“Ze hebben de kroone des christendoms van hunnen hoofden laten vallen en ze benyden, ô christene vlaming, o vlaemsche christen, dat gy ze nog aen hebt; ze roepen op u, koninklyk heilig volk, van uit het slyk waerin ze wentelen,…”

Van de socialist August Vermeylen is de gruwelijke uitspraak “Om iets te zijn, moet men Vlaming zijn”. Die stelling van August Vermeylen is zeer zeker afschuwelijk, maar niettemin wordt August Vermeylen door sommigen gezien als toonbeeld van “Verlicht” flamingantisme. Niets is echter minder waar. Dus loont het de moeite even stil te staan bij deze gruwel.

Het volledige citaat luidt: “Om iets te zijn, moet men Vlaming zijn; wij willen Vlamingen zijn om Europeërs te worden”. Wat betekent “Men” of “Wij” in deze zin? In de tijd van August Vermeylen bestond nog geen taalgrens. Op basis van welke criteria spreekt August Vermeylen over “Wij” om binnen de tien miljoen Belgen “Wij, de Vlamingen” te bepalen ?. Vandaag, nu de taalgrens bestaat, zou dit woonplaats kunnen zijn. En dus moet, aldus Vermeylen, een burger louter daarom “Vlaming zijn” (wat dat ook moge betekenen), want anders is die mens “Niets”. Voor August Vermeylen is dus iemand die binnen Vlaanderen wordt geboren maar anderzijds geen Vlaming is of wil zijn, een waardeloos voorwerp. Ver van “Verlicht” flamingantisme, is de mentaliteit die uitgaat van het Vlaams-nationalisme van August Vermeylen, een denken dat elke menselijke authenticiteit miskent en ontkent. Want wie boven de taalgrens “iets” wil zijn, “moet Vlaming zijn”.

In aansluiting met het socialistische flamingantisme van August Vermeylen, bestaat er nog het “Fidel Castro”-flamingantisme van extreem-links. De extreem-linkse flaminganten streven net als de extreem-rechtse isolationisme na in een absolute volkssoevereiniteit, en verwerpen de legitimiteit van alle supra-nationale organisaties. Zijn de Verenigde Naties voor extreem-rechts onderdeel van een “Linkse Kerk”, voor de extreem-linkse flaminganten behoren ze tot het mondiaal kapitalisme. Het gevolg is hetzelfde: de mensenrechten worden verworpen.

Volgend op het Vlaams- fundamentalisme in liberale, katholieke en socialistische kringen, is er uiteraard nog de gitzwarte zijde van de Vlaamse beweging, met name in de extreem-rechtse strekking zoals men die vindt bij Cyriel Verschaeve, August Borms, Staf de Clerq, en alle andere “activisten” die fascistische collaborateurs zouden blijken. De historische erfgenamen van het VNV, Verdinaso, Rex-Vlaanderen en DeVlag vinden we vandaag bij het Vlaams Belang, N-VA en LDD. Het “Vlaams kartel” CD&V/N-VA is anno 2008 wat zeventig jaar geleden de “Vlaamse Concentratie” KVV/VNV was.

In concreto en in hoofdzaak blijkt het politiek streven van de “Vlaamse zaak” te bestaan uit een pro-kapitalistische agenda (anti-syndicaal, anti-verzorgingsstaat), steunend op particratie en populisme (met bijhorende desinformatie, manipulatie, promotie van de twee-volkeren-doctrine, betutteling, en aantasting van de vrije meningsuiting), waarbij de taalwetgeving en bijhorende taaldwang, alsook Vlaamse resoluties tot confederalisering en/of splitsing van België centraal staan.

Voorbeelden van de negatieve invloed die uitgaat van de Vlaamse beweging bestaan talrijk.

Er is het vandalisme van menige flamingante drukkingsgroep, niet in het minst van Voorpost, TAK, Vlaams Belang en N-VA.

Er is het flamingante streven naar conformisme en monocultuur, weze het onder de vorm van het “echt Vlaamse”, of onder de vorm van even eenvormig interculturele fusiecultuur die dan misleidend omschreven wordt als “diversiteit”. Inderdaad, wat hebben het Vlaams Belang en Sp.a/Spirit gemeenschappelijk? Beide verwerpen ze de multiculturele samenleving. Vlaams Belang wil een Vlaams-monoculturele, Sp.a/Spirit wil een Vlaams-interculturele, beide verwerpen ze multiculturaliteit.

Er is de taaldwang. De propaganda in de media en de geschiedenisvervalsing. Het flamingante negationisme ten aanzien van de gruwel in de Tweede Wereldoorlog of minstens van het flamingante aandeel daarin.

Er is de polarisering en de vervreemding ten gevolge van de flamingante splitsingsdrift. Er is de betutteling&kneuterigheid die geen privacy erkent. Er is het geleuter rond Feestdagen&Cultuur. Er is niet in het minst de aantasting van de vrije meningsuiting, zoals bv tot uiting komt in de N-VA pogingen tot het muilkorven van het CGKR.

Er is de verwerping van de mensenrechten door vele Vlaams-nationalisten.

Een bescheiden pleidooi voor federale kieskringen door Sven Gatz, nochtans ook Vlaamsgezind, gaf als reactie bij “Vlaamsvoelende Vlamingen”: “nestbevuiler !”, “eigen taalgenoten aanvallen”, “Gij zijt toch Vlaming ! Waarom verkoopt de Vlamingen dan aan de Walen, we staan niet te koop op een slavenmarkt”, “ en bij U, Francofiel die U bent..”., “ruikt naar verraad”, “hij kan goed kruipen”. Een verdraagzaam Vlaams-nationalisme, het bestaat gewoon niet.

Als vier pijlers van “de Vlaamse zaak” zijn er dus (1) een in hoofdzaak economisch-rechtse agenda, (2) een reactionaire en anti-democratische politieke visie, (3) een samenleving gebouwd op het territorialiteitsbeginsel, taaldwang, identiteit en culturele homogeniteit en (4) en een streven naar orangisme, etnisch nationalisme, separatisme of confederalisme.

Het flamingantisme bestaat in vele varianten en variaties, maar die hebben gemeenschappelijk dat het gaat om bekrompen volkerendenken. En daardoor betekent flamingantisme per definitie een miskenning van de menselijke integriteit, daardoor verliest de mens als burger zijn unieke individuele identiteit waarbij hij zijn eigenheid verwart met die van de hem omringende "gemeenschap".

Op Vlak van een visie voor Europa, vertolkt het bekrompen volkerendenken zich in het onderschrijven van het principe van het "Europa der volkeren". Dit politieke concept is bijzonder gevaarlijk, omdat het niet alleen streeft naar het samenvallen van "Volk en Staat", het streeft ook naar het aangaan van coalities tussen "gelijkgezinde" of "bevriende volkeren". Die politieke visie voor Europa betekent in de feiten een terugkeer naar het conflictmodel op basis van "verbonden" of "allianties tussen naties", zoals we dat gekend hebben tijdens de Honderdjarige Oorlog, de Napoleontische oorlogen tot en met de Wereldoorlogen.

Als de Vlaamse zaak een slechte zaak is, kan men zich afvragen, bestaat er dan (of heeft er ooit bestaan) geen “Vlaams probleem”. Eigenlijk niet in die termen, maar rond 1900 ontstonden wel verschillende schrijnende toestanden “rond Vlamingen”. De probleemgebieden omvatten economische achterstelling, cultureel misprijzen, taaldiscriminatie maar ook onvoldoende godsdienstvrijheid. Elk van die problemen was legitiem op menselijk vlak, maar “ten eigen titel”: een discriminatieprobleem was een discriminatieprobleem, een economisch een economisch, een cultureel een cultureel, een aantasting van de mensenrechten een aantasting van de mensenrechten. Allemaal onderwerpen die om adequate oplossingen vroegen of vragen, maar daarom verantwoord(d)en ze nog geen “Vlaamse zaak” als “waarde op zich”.

Aangezien ook die problemen anno 2008 daadwerkelijk opgelost zijn, hebben sommige flaminganten een neo-flamingantisme uitgevonden: van ontvoogding “van Vlaanderen” naar ontvoogding “door Vlaanderen”, waarbij de “Emancipatie van het Vlaamse Volk” een voortrekkersrol, een pioniersrol zou spelen voor “Andere Volkeren”. Daarvoor zou een onafhankelijk Vlaanderen moeten zorgen, probleem is alleen dat deze missionarisrol voor Vlaanderen door flaminganten op zeer tegenstrijdige wijze wordt ingevuld, van kapitalistisch belastingparadijs tot communistisch eiland. Hoe dan ook: de geschiedenis leert dat zulke nationalistische verlossingsideologieën alleen onheil brengen.

Met een terugblik kan ik de nodige besluiten trekken:

De Vlaamse zaak omvat een dwangmatig-utopisch “Volkerendenken”, is antidemocratisch (extreem-links, extreem-rechts, reactionair) vol van culltuurdwang, massahysterie en egoïsme. Dit Volkerendenken is een vorm van seculiere godsdienst, de politieke agenda eraan verbonden een vorm van integrisme. Kort: de Vlaamse zaak is een slechte zaak.


Authentieke emancipatie tegen flamingantisme
Flamingantisme is een vorm van fundamentalisme of integrisme. Het tegengif ertegen heet om die reden “humanisme”.

Humanisme: niet het anti-clericale seculiere humanisme, maar een algemeen humanisme van mensen die de concrete en daadwerkelijke zorg om de burger, om de mens en de mensen belangrijker vinden dan obsessies met en getrouwheid aan politieke en ideologische agenda’s.

Tegen elke vorm van volkerendenken, tegen elke vorm van totalitarisme, is het nodig de zelfbeschikking van het individuele te plaatsen. Maar tegen elke vorm van irrationalisme is het nodig redelijkheid in acht te nemen. Individualiteit, zelfbeschikking en redelijkheid zijn alle drie onontbeerlijk om het individu te onttrekken aan de irrationale aanspraken van de omringende gemeenschap, de besturende overheid of het egoïsme van anderen.

Het basisprincipe van anti-flamingantisme als levenswijze is daarom het respect voor de redelijke zelfbeschikking van de individuele burger.

Een goed werkende representatieve democratie ondersteunt deze redelijke zelfbeschikking, op voorwaarde dat deze democratie voldoende communicatief is en luisterbereid zonder te vervallen in besluiteloosheid.

Niet taaldwang of het territorialiteitsbeginsel dienen gehanteerd te woden als sturende principes voor de taalwetgeving, maar wel taalvrijheid en taalhoffelijkheid.

Tegen de aanspraken van de mono- en interculturalisten in, is het belangrijk multiculturele authenticiteit te verdedigen, maar wel onder de vorm van multicultureel burgerschap, dwz zonder te vervallen in een vorm van archaïsch cultuurprimitivisme. Het gaat om respect voor authenticiteit, vrijheid van en ruimte voor vrijwillige interculturele contacten en voor afvalligheid, dit alles binnen de grenzen van de democratische rechtstaat, binnen de lekenstaat. Hierbij spreekt het vanzelf dat ook de historische roots van de burgers verscheiden zijn, en elke samenleving principieel niet alleen multicultureel, maar ook multi-etnisch is.

Voor de toekomst van België promoot ik een legaal kader voor die verscheidenheid, dwz het Eenheidsfederalisme met het oog op een modern België, dwz een België gebouwd op de waarden van de moderniteit. Een herfederalisering van het beleid van steden en gemeenten is daarbij onontbeerlijk, alsook het hiërarchisch ondergeschikt maken van de gewesten aan de federale overheid.

Liberté, egalité, fraternité: het is niet omdat het Franse woorden zijn dat ze geen leidraad mogen vormen voor een moderne samenleving die haar tradities respecteert. De eruit volgende waarden verdienen de nodige aandacht.

Menselijkheid, evenwichtigheid, en redelijkheid maken een meer humane samenleving mogelijk. Door zin voor objectiviteit en logische consistentie groeit betrouwbare informatie en kennis als basis voor innovatie en zingeving. Samenwerking met gelijkgezinden maakt de verwezenlijking van progressieve doelen mogelijk, dit met respect voor individuele autonomie en vrijheid. Hoffelijkheid, geweldloosheid, vredelievendheid beperken het gevaar op escalatie van geweld en dus op onveiligheid. Standvastigheid, kordaatheid, en anti-conformisme zijn nodig om ons standpunt duidelijk te maken en ons niet te laten intimideren.

De authentieke menselijke warmte die daardoor groeit, van mens tot mens, gaat in tegen verstikkende gemeenschapszin, tegen de onderdrukking door totalitaire neigingen van een misbegrepen overheidsbeleid, tegen egoïsme zonder scrupules, die alle drie eigen zijn aan het flamingantisme.

Emancipatie staat dan voor de ontplooiing van het menselijk potentieel, voor de bevrediging van de menselijke behoeften, voor de verwezenlijking van positieve vrijheid en van de zelfvervulling, en zeker niet voor de negatieve vrijheid die zich enkel wil ontdoen van wat of wie ervaren wordt als ballast of als obstakel. In dit ontvoogdings- of emancipatieproces ontwikkelt en ontplooit een mens zijn eigen unieke, dynamische en flexibele individualiteit, eerder dan zich in te schrijven in de starre identiteit van voorgekauwde of voorbestemde rolpatronen die bepaald worden door stereotypen allerhande, waaronder het identiteitsverlies door op te gaan in de "volkseigenheid".

Van daaruit kunnen we enkele specifieke politieke agendapunten omschrijven:
Het vrijwaren en bewaren van de sociale zekerheid, de intrekking van de “Vlaamse resoluties” die door het Vlaams Parlement uitgevaardigd werden, en het stopzetten van de flamingante trends naar confederalisme, het verwijderen van de anti-Belgische filters in de Vlaamse politieke partijen, het steunen van Belgicistische politici binnen de Vlaamse politiek en algemeen: oppositie tegen (reactionair) beleid Vlaamse regering&parlement.

De Belgisch burgers kunnen uitgenodigd worden na te denken over een moderne, herfederaliserende staatshervorming, en aangemoedigd worden om zulk een visie te promoten en te ontwikkelen.

Verwerp het project "Europa der volkeren". Ook interculturele Europese initiatieven, (zoals "2008: Het Europees jaar van de Interculturele Dialoog"), bevestigen de concepten en de vooronderstellingen van het bekrompen volkerendenken. We hebben geen Europa van volkeren, maar van autonome burgers nodig.

Maar ook op microvlak, in de persoonlijke levenssfeer kunnen we een Belgische humanistische levenswijze belichamen:

We hoeven niet deel te nemen aan Vlaamse initiatieven zoals 11-juli-vieringen. We kunnen pro-Belgisch consumeren.

Degelijkheid in cultuurbeleving (en –beleid) is te waarderen, cultuur-pulp te vermijden.

Taalkeuze is vrij in de mate van het mogelijke. Een minimalistische interpretatie van het territorialiteitsbeginsel is nodig, alsook taalhoffelijkheid. We kunnen ons toeleggen op meertaligheid en op een goede kennis van de landstalen. Taal is slechts een detail van de menselijke identiteit.

We kunnen ons inzetten voor de demystificatie van flamingante (media-)propaganda en bijhorende flamingante geschiedenisvervalsing. Wetenschappelijkheid en logische consistentie kunnen we best aanmoedigen om irrationalisme tegen te gaan. Een grondige studie van drogredenen is een aanrader. Bestudeer de Belgische revolutie als onderdeel van het Europese democratiseringsproces, en ontdek de symboliek van de Brabançonne: “Wees immer u zelf!”

Om vervreemding tegen gaan zijn interpersoonlijke, ook interculturele, contacten waardevol, op voorwaarde dat ze ontstaan op vrijwillige basis. Die vrijwilligheid is daarbij de norm.

Het zijn soms de “kleine” dingen die het doen. In de woordkeuze herkent men vele vooronderstellingen van een redenering of van een verhaal. Laat ons dus over concrete mensen en niet over stereotypen praten als “De Vlaming”, “De Waal”. Spreek met “ons” over alle Belgen. Ik ben dus geen voorstander van “solidariteit tussen Vlamingen en Walen”, maar wel van “solidariteit tussen de Belgen onderling”. Het lijkt hetzelfde, maar beide standpunten zijn fundamenteel verschillend.

Kortom: kies voor de concrete mens, verwerp het bekrompen volkerendenken, kies tégen het homogeniserende “Vlaanderen”.

 

Lees ook: Vlaams separatisme