|
|
|
|
Studies in geweldloze politiek:
DIRECTE
DEMOCRATIE: MET OF ZONDER TOETS ?
1.
Directe democratie: sacralisering van de burger.
Dat “directe democratie” op velerlei wijzen kan worden,
ingevuld blijkt uit dit citaat uit het Nederlandse “referendumplatform”:
“Als burgers niets doen, heeft het parlement automatisch
het mandaat. Maar als genoeg burgers hiertoe de hand opsteken, moet
het mandaat terug gaan naar de burgers en het direct-democratische
kanaal van het referendum ingaan. Referenda bestaan in de praktijk
altijd als een aanvulling op het vertegenwoordigende systeem.
Er is een handjevol
pleitbezorgers van een zogenaamde 'push button'-democratie, waarbij
burgers elke ochtend na het opstaan hun PC opstarten en alle politieke
beslissingen van die dag met een muisklik nemen. Dan zou een parlement
niet meer nodig zijn.”
Deze
waaier
aan mogelijkheden , gaande van een verdieping van de representatieve
democratie, tot een imitatie van de “Atheense
democratie”, maakt het verwarrend om een gemeenschappelijke
betekenis te zien. In concreto gaat het om het invoeren van een bindend
referendum op volksinitiatief
(of "BROV").
“Democratie
is niets anders dan de maatschappelijke verwerking van individuele ideeën.
Een nieuw idee begint altijd bij een individu, want alleen individuen
kunnen denken.”
Dit
schrijft Jos Verhulst, één van vooraanstaande pleitbezorgers
voor directe democratie in België.
Wat
valt uiteindelijk op?
1.
Directe democratie legt in principe de autoriteit voor elke beslissing
bij de meerderheid van de individuele burgers, weze het onder de vorm
van “zwijgen is toestemmen” aangevuld met allerlei soorten
referenda op “volksinitiatief”, weze het onder de vorm van
“actief besturen” zoals in de hoger vermelde “push-button-democratie”.
2.
“Directe democratie” wordt vereenzelvigd met “democratie”:
voor de voorstanders is er geen andere echte democratie dan directe
democratie, en daarom moet die laatste minstens het “laatste woord”
hebben. Zij gebruiken deze termen, “directe democratie”
en “democratie”, door elkaar als waren ze onderling verwisselbaar.
Wie tegen “directe democratie” is, zou dan ook een “anti-democrataat”
zijn
Hierbij
zou na een referendum, waarbij een meerderheid van vele verscheiden
burgers zich uitspreekt voor of tegen een bepaalde maatregel, “De
Burger” hebben gesproken (ook al is bv 49% het niet eens met die
meerderheid), en het gezag van deze autoriteit, nl. van “De Burger”,
zou het allerhoogste gezag zijn. Indien een land aan deze voorwaarde
niet voldoet, zou het tevens ook geen democratie zijn.
Men
zou kunnen opmerken dat ook representatieve democratie gebaseerd is
op een meerderheid, en die kritiek dus ook daarvoor geldt. Dit is slechts
ten dele waar, omdat men daarbij voor personen of principes maar niet
voor concrete beleidspunten kiest. Ook is de meerderheidsstem een praktische
oplossing omdat de beslissing bij consensus niet realistisch haalbaar
is. Zelfs een consensusbeslissing garandeert op zich geen kwalitatief
verantwoorde beslissing, en daarom is de meerderheidsregel een praktische
beslissing, geen normatieve die “De Burger” vergoddelijkt,
zoals dat bij directe democratie het geval is.
Directe
democratie is dus meer dan het voorstel om referenda als beleidsinstrument
in te voeren. De ideologie rond directe democratie promoot een mens-
en maatschapijbeeld, die van de sacralisering van de individuele burger.
Daartoe doet men beroep op een conservatieve antropologie, zoals blijkt
uit volgende paragraaf.
2. Antropologische
verantwoording: absolute vrijheid is “Het Goede”
In "Vrijheid,
democratie & secessie" zet Jos Verhulst piketten uit voor een "direct-democratische"
levensbeschouwing. Het is een ietwat academische tekst die allereerst
opvalt door wat hij bijeenbrengt: directe democratie, BROV, libertarisme,
christendom (verschillende lezingen uit de bijbel (!) om directe democratie
te verantwoorden), het recht op secessie, zelfbeschikking van volkeren,
thuisonderwijs, het afwijzen van de multiculturele samenleving.
Laten we meer in detail lezen:
"
De waardigheid van het menselijk individu wortelt in het feit dat dit
individu een verschijningsvorm is van het morele in de wereld. Het
abstracte feit dat de menselijke individuen een verschijningsvorm zijn
van het morele in de wereld hebben alle mensen gemeen. In dit
abstracte opzicht zijn ze ook onderling volstrekt gelijk. Wat de concrete
inhoud van de morele intuïties betreft die bij de verschillende
individuen oplichten, zijn mensen daarentegen volstrekt incommensurabel.
…
Met
andere woorden: ze moeten de macht aanbidden en hiertoe de soevereine
menselijke geest verloochenen die in hen sluimert. Een bekende
evangelische passage, de bekoring van Christus door de duivel,
illustreert zonder omwegen waarover het gaat:
“Daarop voerde de duivel Hem omhoog en toonde Hem in een oogwenk
alle koninkrijken der wereld, en de duivel sprak tot Hem: ‘Heel
dat machtsgebied met zijn heerlijkheid zal ik U geven, want het is mij
in handen gesteld en ik geef het aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding
voor mij neervalt, zal het in zijn geheel van U zijn. Toen antwoordde
Jezus hem: ‘Er staat geschreven: De Heer uw God zult Gij aanbidden
en Hem alleen dienen’ ” (Luc.4, 5-7). In wezen is
de particratische staat gebaseerd op de aanbidding van onterechte macht.
En het beste dynamiet, om het systeem op te blazen, is het stopzetten
van deze machtsverering, en van de erkenning van de waarheid –
niet in abstracte of formele zin doch in de wezenlijke, levende, reële
betekenis – als enige vereringswaardige god. Want “...de
waarheid zal u vrij maken” (Joh.8,32)."
We kunnen dit samenvatten als: de (goddellijke) morele orde spreekt
door de stem (van de meerderheid) van de individueel absoluut vrije
burgers. Wie deze stem negeert, pleegt een aanslag op de (goddellijke)
morele orde. Hiermee krijgen we dus een heruitgave van de dichotomie
tussen “Het Goede” en “Het kwade”, waarbij directe
democratie vereenzelvigd wordt met “het Goede”. Directe
democratie blijkt gefundeerd in een uiterst conservatief of orthodox
mensbeeld. In zijn geheel genomen gaat het over oude wijn in nieuwe
zakken: het conflict tussen theocratie en lekenstaat.
Uiteindelijk
komt het erop neer dat Jos Verhulst, in aanschouw van de realiteit dat
een "totaal-theocratie" niet meer van deze tijd is, iedereen
het recht wil geven om door secessie een "privé-theocratie"
te stichten, ofwel in een (eigen) land met eigen goddelijke wetten.
Directe democratie
is daardoor onlosmakelijk verboden met het “recht op secessie”,
enerzijds door het stichten van een nieuwe natie (het verband dus tussen
separatisme en directe democratie):
"Door
de toepassing van het recht op institutionele secessie
zouden de burgers de mogelijkheid krijgen om stap voor stap, op basis
van maatschappelijk opgedane ervaring, de staat te ontdoen van zijn
gigantische uitwassen.
…
De vrije staat
kan alleen maar gebaseerd zijn op daadwerkelijke vrije keuze van mensen
voor elkaar, en voor een gemeenschap die stoelt op een gedeelde visie
en een gedeelde overtuiging. Dit vereist de mogelijkheid tot secessie.
Gelijkgezinde geesten moeten zich kunnen afscheiden en zich
hergroeperen rond gemeenschappelijke opvattingen en doelen
anderzijds
door de banden met de natie waarin men leeft te verbreken:
Daarnaast
moeten burgers ook de mogelijkheid hebben om zich los te maken van een
staatsbestel als zodanig. Dit impliceert normaliter ook territoriale
secessie. Dit is een munt met twee zijden: de burgers kunnen
stemmen met hun voeten en afscheid nemen van het ongewenste staatsbestel
door elders te gaan wonen"
De
motivatie achter dit alles is hetzelfde mensbeeld, van het absoluut
vrije individu:
"De
fundamentele motivatie voor het recht op secessie is gelegen in het
geestelijke karakter van de individuele mens.
In de mate dat de mens niet over recht op secessie beschikt, kan hij
zich niet manifesteren als vrije geest die op soevereine wijze, als
individuele verschijningsvorm van het morele in de wereld,
deze wereld hervormt. De mens die zich niet kan afscheiden, is in feite
gekooid en is gedegradeerd tot het bezit van één of ander
machtsapparaat of één of andere elite. Voor diegenen die
het geestelijk potentieel van de individuele mens ontkennen, voor diegenen
met andere woorden die het drieledig karakter afwijzen van het
verschijnsel mens, is dit natuurlijk geen probleem. Maar wie
erkent dat de individuele mens aanleg tot vrijheid en tot maatschappelijke
scheppingskracht in zich draagt, kan niet anders dan besluiten dat de
mens zijn verhouding tot de staat zelf vorm moet kunnen geven."
En
ook hier is de motivatie religieus-orthodox:
"Deze
gedachte duikt wat verder in het Mattheusevangelie weer op:
“waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik
in hun midden”(Matt.18, 20). Men dient deze passages samen te
beschouwen met wat Christus over zichzelf zegt: hij is de Waarheid (“Ik
ben de weg, de waarheid en het leven.” Johannes 14,6). Dit betekent
dat mensen, hoe feilbaar ook, volgens de christelijke visie over het
vermogen beschikken om in gemeenschap de waarheid te vinden, wanneer
ze zich met dat doel verenigen. Hiermee is fundamenteel stelling
genomen ten gunste van vertrouwen in de gemeenschap van waarheids- of
logoszoekende mensen."
Uiteindelijk
vloeit uit die redenering een rechtstreeks pleidooi voor een mono-culturele
samenleving voort, aangezien burgers daarvoor door middel van directe
democratie kunnen kiezen:
"Het hoeft geen betoog dat deze instelling diametraal
staat tegenover het valse ideaal van het zogenaamde “multiculturele
samenleven” (en de daarmee gepaard gaande gedwongen “verrijking”)
dat door de globale machthebbers, met steeds meer arrogantie en bruut
geweld, ongevraagd wordt opgelegd."
Directe
democratie betekent dus dat mensen zich kunnen afscheiden in een cultuur
die ze zelf hebben gekozen en die dus ook niet in overeenstemming
met de mensenrechten hoeft te zijn. Voor voorstanders van directe
democratie is immers “De Burger” het hoogste gezag, en die
kan daardoor niet beperkt worden door de mensenrechten.
Uiteindelijk
kan zo de discussie rond “directe democratie” worden teruggebracht
tot één punt: Zijn referenda
onderworpen aan een constitutionele toets, of aan een toets door de
mensenrechten?
Indien
ja, is directe democratie een beleidsinstrument binnen de representatieve
democratie, is directe democratie niet absoluut, en volgens de pleitbezorgers
ervan, geen “democratie” meer. Indien neen, zet directe
democratie de deur breed open voor willekeur en mensenrechtenschendingen.
3.
Directe democratie zonder toets: een instrument van extreem-rechts
Over een mogelijke constitutionele toets voor referenda kan je op "Het
referendumplatform" uit Nederland, het volgende lezen:
"Een oplossing
voor het gevaar van aantasting van minderheidsrechten door volksinitiatieven
zou de invoering van de constitutionele toetsing kunnen zijn. Aan
het begin zou een rechtbank kunnen kijken of een volksinitiatief in
strijd is met de grondwet. Zo ja, dan wordt het niet toegelaten. Dit
is geen bezwaar, mits de grondwet zelf weer wel via directe democratie
door de bevolking te wijzigen is."
"3.
Geen uitsluiting van thema's waarvoor het wetgevend
orgaan eveneens bevoegd is"
Directe
democraten wijzen die toets aan de grondwet of aan de mensenrechten
af: alle onderwerpen of voorstellen moeten kunnen, de meerderheid beslist.
De afwijzing van een constitutionele toets betekent ook hier dat door
directe democratie kan gekozen worden geen rekening te houden met de
mensenrechten, aangezien ook de grondwet het product is “directe
democratie.
Directe
democratie gaat dus niet over de vraag of de mening van de burgers waardevol
is of niet. Directe democratie gaat over de vraag of de mensenrechten
een richtinggevende norm zijn of niet. Deze vraag wordt door directe-democraten
ontkennend beantwoord: inhoud van beleid telt niet, de enige voorwaarde
voor democratie is een formele vereiste: de stem van de meerderheid,
die per definitie de stem van "Het Goede" zou zijn omdat ze
de meerderheid vertegenwoordigt. Dit tautologisch redeneren is typisch
voor dit absoluut-vrijheidsdenken (1).
Welzijn is voor directe democraten zonder belang, het enige wat telt
voor hen is de ongeremde wens van de formele meerheid.
De voorstanders van directe democratie verdedigen deze bestuursvorm
om “in naam van de democratie” de mensenrechten te ontkennen
en naast zich neer te leggen, en daarom of daardoor is directe democratie
een instrument van extreem-rechts en van al wie de deur wil open zetten
naar een irrationele samenleving. Absoluut
vrij spreekrecht, evenmin beperkt door de mensenrechten, versterkt
dit extremistische karakter nog.
In
dit mensenrechtennegationisme vinden zij inspiratie bij het libertarisme,
dat tevens absolute vrijheid en absolute zelfbeschiking nastreeft.
Echt
verbazend is het beroep op libertarische ideeën door extreem-rechts
niet: er zijn immers meerdere punten van overeenkomst tussen libertarisme
en extreem-rechts: ontkenning van de mensenrechten (“mensenrechtennegationisme”),
recht op discriminatie, recht op secessie, absolute vrijheid, absolute
zelfbeschikking, recht op vrije wapendracht, revisionisme, totalitarisme
(niet door de staat, maar wel door bedrijven, gesteund door privé-milities),
staatsvijandigheid, anti-syndicaal, anti “verzorgingsstaat”
Omdat
libertarisme ondertussen teruggaat op een uitgebreide academische “traditie”,
maakt extreem-rechts zo van de gelegenheid gebruik om zich een “eerbiedwaardig”
en “intellectueel” imago aan te meten. Libertarisme leent
zich dus op twee manieren tot het ondersteunen van extreem-rechts: qua
inhoud en qua imago (2).
Het
is deze mix van directe democratie, secessie, vrij spreekrecht en libertarisme
die het gelaat vormt van het huidige “Nieuw-Rechts”.
4. Directe democratie: helemaal geen “superdemocratie”
Tegen
directe democratie zijn vele bezwaren, zo sterk zelfs dat men zich bij
wijze van besluit wel kan afvragen of directe democratie eigenlijk nog
democratie te noemen valt. Democratisch bestuur gaat immers over inhoud
(3), over het welzijn van de bevolking.
Ik
denk aan volgende bezwaren:
1. Zonder constitutionele toets is directe democratie een instrument
van extreem-rechts.
2. Een te hoge frequentie aan referenda veroorzaakt stemmoeheid en het
creëren van een groepje beroepsstemmers.
3. Te veel referenda verstoren de rust van de burgers en de stabiliteit
van het land.
4. Referenda kunnen een propaganda-middel zijn.
5. Herhaling van referenda over hetzelfde onderwerp zijn een propaganda
middel.
6. Referenda garanderen de rechten van de minderheden niet, directe
democratie promoot monocultuur.
7. Referenda geven geen garantie op kwaliteit.
8. Referenda lossen problemen niet op, ze beslechten ze (als een rechtbank
of als een “godsoordeel”).
9. Referenda weerspiegelen de machtsverhoudingen niet.
10. Referenda houden geen rekening met het "middenveld".
11. Directe democratie is letterlijk onmogelijk, het kan hoogstens gaan
om een "verdieping" van de representatieve democratie.
12. Sommige
onderwerpen zijn gewoon te moeilijk, een diepgaand en eerlijk publiek
debat is een grote investering: daarom kan het hoogstens over uitzonderingsprocedures
gaan.
Referenda
kunnen dan ook alleen weerhouden blijven als één van de
middellen om de representatieve democratie te verdiepen, en alleen als
ze in een strikt wettelijk kader gegoten worden waarbij ze inhoudelijk
getoetst worden aan de grondwet en aan de mensenrechten
5.
De Californische mislukking
Californië
is één van de staten in de "States" waar referenda
ingevoerd werden. De gedeeltelijke invoering van directe democratie
zou daar voor politieke chaos zorgen. Zo vermeldt Fareed Zakaria in
""The Future
of Freedom" ", volgens de bespreking van Dirk Verhofstadt op
"Liberales":
"Zakaria
wijst ook op de nefaste inpact van de zogenaamde ‘directe democratie’.
Het begon allemaal met Proposition 13 in Californië in 1978.
Het was een referendum om de belastingsdruk bij wet te beperken tot
een bepaald maximum. Het leidde tot een lawine aan referenda waardoor
de overheid minder speelruimte kreeg. De resultaten zien we nu: stroomonderbrekingen,
niet onderhouden snelwegen, een instortend onderwijssysteem, en twintig
bijkomende openbare gevangenissen. Elke referendum verplichtte de
overheid om minder geld uit te geven en toch een betere dienstverlening
te garanderen. De verkozenen van het volk wezen elke verantwoordelijkheid
af en lobbygroepen kregen steeds meer speelruimte."
"Voor
wie het wil zien, zal Californië nogmaals bewijzen hoe gevaarlijk
en ondemocratisch referenda, bindende volksraadplegingen en recall-verkiezingen
zijn.
...
Helaas is in
de praktijk nu wel duidelijk dat directe democratie zich bij uitstek
leent voor manipulatie en beïnvloeding door actieve en rijke
belangengroepen."
6.
Citaten over directe democratie
Tot
slot is het ook interessant te lezen wat anderen vinden van referenda.
Bij voorbeeld de anders-globalistische visie van Jenny Walry in "Globale
democratie in een globale wereld"
"Dit
brengt ons ook tot het inzicht dat twee soorten burgerschap zich zullen
ontwikkelen: een territoriaal en een functioneel burgerschap
...
Sinds
het einde van de 19e eeuw wordt democratie geassocieerd met een methode
om tot beslissingen te komen binnen een bepaald afgelijnd territorium.
Dit is de formele democratie, waarbij het "volk" via algemeen
stemrecht zijn afgevaardigden kiest voor wat het wil verwezenlijken.
Gezien de grote complexiteit van onze huidige wereld (zowel
nationaal als globaal) is vertegenwoordigende democratie de enige mogelijkheid.
Directe democratie is slechts binnen kleine groepen haalbaar.
...
Dit
wil zeggen dat democratie naast de formele democratie als manier om
tot beslissingen te komen, ook zekere waarden zal verdedigen. Gelijkheid,
vrijheid, pluralisme, vrije meningsuiting, verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid
behoren daartoe en vormen de basiswaarden van democratie, ook wel het
inhoudelijk aspect van de democratie genoemd. De overeenkomst
wie tot het "volk" behoort en de invulling van de democratische
waarden bepalen het type democratie waarin we leven
...
Deze
gemeenschappen kunnen hun specifieke belangen en voorkeuren uitspreken,
bijvoorbeeld via referenda. Over het statuut van referenda zal niet
gemakkelijk overeenkomst worden gevonden. Zijn ze adviserend en moeten
de politieke leiders er rekening mee houden zonder evenwel de basiswaarden
van democratie te versmallen, of behoren ze inderdaad wetgevend te zijn?
Referenda kunnen in dat laatste geval wel leiden tot de "dictatuur
van de meerderheid" waarin democratische basiswaarden verloren
gaan.De bescherming van die basiswaarden is essentieel willen we niet
tot een "versmalde" democratie komen waarbij bijvoorbeeld
pluralisme met de voeten getreden wordt (wat onder andere het Vlaams
Blok voorstelt). Zo zou een wetgevend referendum de onderdrukking van
minderheden kunnen teweegbrengen, een verloochening van pluralisme,
verdraagzaamheid en vrijheid.
Daarom pleit
ik ervoor referenda te bekijken als consultaties over specifieke belangen
en niet als wetgevende instanties. Waar issues de grenzen van de politieke
eenheden overschrijden, kunnen referenda bijdragen tot de gepaste
oplossing. Die referenda kunnen worden uitgeschreven in twee of meerdere
politieke eenheden, afhankelijk van de reikwijdte en de aard van het
probleem. Wisselende functionele burgerschappen zullen op onderscheiden
moeilijkheden en uiteenlopende visies botsen: hoe de kiesdistricten
afbakenen, voor hoelang, met welke frequentie stemmen. Daar kunnen
geen strakke wetten aan te pas komen. Ook de gebiedsdemarcaties zullen
altijd opnieuw moeten worden uitgewerkt."
En
ook de mening van politicoloog Kris Deschouwer. Hij schreef in "De
truc met het volk" over de invloed van populisme in de politiek.
"De
volksvertegenwoordigende vergadering en elk ander forum waar partijen
elkaar ontmoeten is dan altijd deels een oord van strijd en conflict,van
tegenstellingen, van verschillen en geschillen. Door de verkiezing en
de vertegenwoordiging komt een vergadering tot leven waarin het volk
niet een abstract gegeven is maar waar het concreet tot leven gebracht
wordt, met al zijn interne tegenstellingen. Dat is de merkwaardige ‘truc
met het volk’ van de vertegenwoordigende partijendemocratie: het
volk wordt door vertegenwoordiging echt tot leven gebracht, het wordt
een reëel bestaande speler precies omdat het vertegenwoordigd wordt
en omdat in die vertegenwoordiging de ik kom hier nog op terug –
in de verf gezet worden."
Kris
Deschouwer schetst een beeld van representatieve democratie waarbij
h et parlement de spiegel is van de maatschappij (de conflicterende
belangengroepen), de partijen door intern debat een schakel zijn in
de dialoog tussen de burger en de overheid en de partijen een inhoudelijke
verhaal en kwalitatief hoogstaande kandidaten aanbiedt.
Hij
stelt vast dat dit systeem onder druk staat, o.m. door internationale
en regionale machten , maar ook door populisme:
"Democratie
is voor het populisme een bestuursvorm waarin het volk en alleen het
volk centraal staat. Al wie en al wat op een of andere manier het volk
uit het centrum van het bestuur verwijdert of wegdenkt, pleegt een aanslag
op dat volk en op de ware versie van de democratie waarin het volk en
alleen maar het volk soeverein is. Deze eenvoudige en daarom ook krachtige
manier van denken houdt echter nogal wat veronderstellingen in die best
luidop uitgespeld worden. En dan blijkt dat zij erg ver staat van de
complexe, subtiele en genuanceerde invulling die de praktische democratie
in de loop van de geschiedenis opgebouwd heeft. Populisme betekent in
essentie het niet wensen en willen wegwerken van verschillen, van tegenstelling,
van heterogeniteit, van strijd binnen het tot soevereine vorst uitgeroepen
volk.
...
Het populisme is echter niet bang van strijd. Er zijn voor het populisme
twee essentiële conflicten. Het eerste is dat tussen de legitieme
leden van het volk en diegenen die ten onrechte menen dat zij er volwaardig
deel kunnen van uitmaken. Populisme hanteert een exclusieve visie op
burgerschap. Populisme ziet de bevolking idealiter als één
homogeen geheel. Alleen als het homogeen is kan het volk immers
ook echt soeverein zijn. Het volk waarop een democratie – versie
populisme – gebouwd kan worden, is dan ook een volk dat herkenbaar
moet zijn aan de concrete kenmerken die een scherp onderscheid maken
tussen wij en zij, tussen ons volk en de anderen. Extreemrechtse politieke
leiders vertellen voortdurend dat verhaal, maar zij krijgen steeds meer
het gezelschap van anderen die zeer gelijkaardige vragen stellen."
In
"Consumentisme en
verrechtsing" zien Jan Blommaert, Eric Corijn, Marc Holthof en Dieter
Lesage directe democratie als een soort vermarkting van de politiek:
"De markt
levert aldus de dominante ideologie voor het hele publieke leven.
De logica van de markt beperkt zich niet meer tot de circulatie van
commerciële goederen, maar strekt zich nu ook uit tot de circulatie
van vertogen, beelden, politieke ideeën en cultuurproducten.
De vrije markt — de term zegt het zelf — wordt de metafoor
voor de democratie, en een perfecte en legitieme democratie is er
één die verkoopt zoals een topproduct uit de commerciële
sfeer. Maar de reikwijdte van deze metafoor wordt verruimd: enkel
wat vlot circuleert en dus populair is, wordt gezien als democratisch,
legitiem, als instrument van directe inspraak en beslissingsmacht.
Binnen de consumptiecultuur wordt datgene wat door iedereen wordt
gekocht datgene wat ,,van het volk’’ is, datgene wat de
,,demos’’ aanspreekt. Wat niet goed verkoopt,
is elitair, sektarisch en zeker niet democratisch. Het consumentenkapitalisme
verwekt het politiek populisme en verdringt alle andere vormen van
debat."
Voetnoten
(1) Deze tautilogische logica is eveneens aanwezig in
het antroposofische "alternatief" voor de evolutietheorie
van Darwin ("Developmental
Dynamics in Humans and other Primates") , waarmee Jos Verhulst,
in de voetsporen van de visie
op evolutie van Rudolf Steiner, de hoger vermelde antropologie van
de mens als "geestelijk wezen" uitbreidt.
Dit
is de bespreking van SKEPP
(2)
Omdat er in Nederland reeds expliciet een Libertarische Partij bestaat,
is daar ook het verband tussen libertarisme en extreem-rechts duidelijk
aangekaart: zie:
"Libertariërs
aller landen verenigen zich" door Gerrit de Wit
"Extreem-rechts
in een anarchistisch jasje" , Eric Krebbers en Harry Westerink
Lees
ook hier: "Opmerkingen bij
het libertarisch geweldconcept" en "Vrij
spreekrecht beknot, vrije meningsuiting bevrijdt"
Nochtans
ontkennen
de aanhangers van het libertarisme dit verband met extreem-rechts
meestal met klem, omdat fascisme een verdrukkende overheid nodig heeft,
om welke reden zij fascisme zelfs als "links" beschouwen,
of omdat sommige vormen van libertarisme "ethisch progressieve"
standpunten zouden innemen. Zo lees ik op deze
blog : "... die door liberalen en libertariërs opgehemeld
wordt tot een profeet maar tegelijkertijd door de gauchisten afgeschilderd
wordt als een neo-fascist.",... "maar", alsof er
een vanzelfsprekende tegenstelling zou bestaan tussen "libertariër"
en "neo-fascist".
Libertarisme
is een extremistische filosofie van absolute
zelfbeschikking, én (voor het overgrote deel) "rechts".
Het besluit "libertarisme is extreem-rechts" ligt voor de
hand: men zou libertarisme "fascisme in maatpak" of "donkerblauwzwart"
kunnen noemen, een
nieuwe vorm van extreem-rechts die goed aansluit bij het "klassieke
fascisme" van racistische partijen, en ver van "het summum"
van ethisch denken.
Wie
de stelling "Libertarisme is fascisme" wil
funderen, kan onder meer beroep doen op volgende argumenten:
i.
Tot een anarchie/minarchie zal nooit democratisch besloten worden:
anarchisme volgt ook uit een "staatsgreep"; de kans dat
een democratische overheid zichzelf ontbindt is zo goed als nul, bijgevolg
kan een libertarische samenleving alleen ingevoerd worden door een
dwangmaatregel, een soort onmiddellijke
libertarische "revolutie".
ii. Libertarisme is een "geprivatiseerd totalitarisme":
de totale afwezigheid van de overheid is even dwingend
als de aanwezigheid van een "totale overheid"; binnen bedrijven
of privé-eigendom geldt geen vrije meningsuiting of ander mensenrecht,
en aangezien het libertarisme de volledige samenleving wil privatiseren
en de publieke ruimte wil "afschaffen", betekent dat het
einde van de democratische rechten die door de rechtstaat gegarandeerd
worden. (lees ook deze paragraaf)
iii. Libertarisme levert het begrippenarsenaal voor extreem-rechts:
ontkennen van de mensenrechten, promoten van "recht
op discriminatie", relativisme/subjectivisme, anti-"verzorgingsstaat",
directe democratie, secessie, enz worden met graagte overgenomen door
"klassiek fascisme". Zo lees ik op "Meer
Vrijheid":
"De
progressieve intelligentsia ziet de blanke christelijke man als
een schurk die vrouwen, zwarten en de Derde Wereld onderdrukt. Murray
stelt dat vrouwen nu eenmaal zelden in iets excelleren, zwarten
gewoon gemiddeld minder intelligent zijn dan blanken en het verlichte
christendom een vooruitgangsgeloof is, terwijl bijvoorbeeld de fundamentalistische
islam vooruitgang hindert. In zekere zin pleit hij de winnaars in
de wereldgeschiedenis vrij van schuld."
iv.
Libertarische partijen of groeperingen hebben goede contacten met
extreem-rechts: kartels, coalities, verbanden
bestaan in sterke mate tussen libertarische en extreem-rechtse groepen
(zoals ook bv. de aanwezigheid
van Hans-Hermann Hoppe in de Bastiat-Stichting)
v. Libertarisme gebruikt desinformatie/propaganda als
basisstrategie: het libertarisch discours is gebouwd
op drogredeneringen (waaronder een systematisch gebruik van begripsverwarring,
bv tussen behoefte en begeerte), historisch revisionisme, gebruik
van foutief "feiten"-materiaal, die systematisch worden
gepromoot langs formele en informele kanalen
vi. Voor het libertarisme is alleen “veiligheid”
een waarde (om bedrijven en persoonlijk eigendom te beschermen):
als er al een taak weggelegd voor de overheid, is het het
beveiligen van persoonlijk eigendom; verder is het libertarisme
voorstander van vrije wapenhandel en vrije wapendracht, en het gebruik
van privé-milities (lees ook: "Opmerkingen
bij het libertarisch geweldconcept" )
vii. Libertarisme is anti-syndicaal: libertarisme
is tegen "bemoeienis" door vakbonden, en tegen sociale rechten,
en wil de volledige afbouw van de welvaartstaat.
viii. Libertarisme is anti-ecologisch: libertarisme
staat zeer vijandig tegenover "groen" en stelt meestal dat
er geen milieuproblemen zijn, en als die er zouden zijn, dat ze het
best kunnen benaderd worden door privé-eigendom", onder
het voorwendsel dat eigenaars per definitie goed voor hun bezit zorgen.
ix. Libertarisme demoniseert (het socialisme als) "de
vijand": "socialisme" ("links")
is een verzamelnaam waarin het libertarisme alle kwaad verpakt; net
als "klassiek fascisme" is libertarisme sterk anti-socialistisch
of anti-communistisch ("de linkse parasieten"), maar ook
niet-Westerse culturen worden als minderwaardig of gevaarlijk gestigmatiseerd.
x. Libertarisme ontkent intrinsieke waarde van natuur,
cultuur en moraal: voor het libertarisme is de enig
mogelijk waarde de marktwaarde, het begrip "immoreel" is
daardoor een kwestie van "voorkeur".
xi. Libertarisme beweert het "enige echte" liberalisme
te zijn: elke andere vorm van liberalisme (humanistisch
liberalisme, links-liberalisme,...) wordt door het libertarisme omschreven
als "verraad"
; in die zin is het libertarisme een "vrijheidsfundamentalisme",
dat zijn visie wil opleggen aan de volledige samenleving; verwijzingen
naar een "Nieuwe Wereld" horen bij deze utopische omwenteling:
"nova civitas", "nova libertas",
"Centre pour une Nouvelle Europe".
xii. Libertarisme is een "koele minnaar" van
de democratie: democratie wordt door het libertarisme
in het beste geval gezien als een
middel om te komen tot een libertarische samenleving, maar het
principe zelf vindt het maar niks, getuige bv deze
tekst , waarin ik lees:
"Maar
als genoeg mensen daarvoor stemmen kunnen er ook bepaalde vrijheden
worden ingeperkt door middel van wetten. Geen enkele vrijheid
wordt gegarandeerd door democratie. Daarom is het nu juist zo
dat democratie onverenigbaar is met vrijheid.
Binnen
een democratie legt continu een meerderheid haar wil op aan een
minderheid, daarbij de vrijheid van die minderheid ontnemend om
zelf te beslissen of ze willen meedoen aan het beleid van die
meerderheid. De democratie, net als elke andere vorm van dicatatuur,
leidt ertoe dat de ene mens over de andere regeert in plaats van
dat iedereen in vrijheid over zijn/haar eigen leven mag beschikken"
xiii.
Libertarisme promoot absoluut laissez-faire-kapitalisme:
libertarisme pleit over algemeen voor absoluut
kapitalisme, dat het ziet als de enige bron van welvaart, en wiens
veiligheid en belangen het wil vrijwaren.
xiv . Libertarisme betekent "Mensenrechtennegationisme":
libertarisme stelt eigendom en eigendomsverwerving als natuurrecht
tegenover de mensenrechten, die het als een "socialistische"
dwang, een aanval op de vrijheid en een seculiere godsdienst beschouwt
(lees hier enkele tegenargumenten).Het
ontkennen/miskennen van de mensenrechten kan men zien als het wezenskenmerk
bij uitstek van extreem-rechts.
(3)
Zie bij voorbeeld: "Ecologische
duurzaamheid en democratie" van Jenny
Walry. Daarin stelt ze voor ecologische duurzaamheid op te nemen in
de groep van democratische waarden. Evenzeer stelt ze zich de vraag,
ingeval van tijdstekort, een tijdelijk verlicht autoritair bewind rampspoed
zou kunnen vermijden. Hierbij kan men zich afvragen of er ooit al één
autoritair bewind geweest is, dat oprecht bezorgd was om welzijn. Of
anders: als er één bewind zich zorgen zal maken over duurzaamheid,
dan zal het en democratisch bewind zijn. Een autoritair bewind is daarin
niet geïnteresseerd.
Zie
ook "Tussen
representatieve en directe democratie" van E.H. Klijn en J.F.M.
Koppenjan in het tijdschrift "Bestuurskunde"
Inhoud
of proces?
Betrokkenheid bij interactieve besluitvorming stelt politici voor de
vraag welke rol ze daarbinnen moeten vervullen. Zij komen te staan voor
het dilemma of ze op inhoud of proces moeten sturen. Enerzijds ligt
het met een beroep op het politiek primaat en de daaraan verbonden behartiging
van het algemeen belang voor de hand een inhoudelijke koers te varen.
Anderzijds vereist succesvolle interactieve besluitvorming een proces
van consensusvorming dat niet vanzelf tot stand komt, maar moet worden
begeleid.
Er is veel voor te zeggen dat de behartiging van het algemeen belang
ook een zorgvuldig management van dit proces rechtvaardigt, maar dit
vergt wel een grote mate van distantie ten opzicht van de eigen inhoudelijke
positie. Indien de politiek aan het maatschappelijk debat leiding wil
geven, ligt een puur inhoudelijke positiekeuze niet voor de hand: men
is dan te zeer actor onder de actoren. Maar een zuiver procesmatige
rol gaat voorbij aan het feit dat de politiek ook voor inhoudelijke
belangen staat en dat politieke partijen en politici zich inhoudelijk
willen profileren.
Bovendien: om op gang te komen moet het proces ergens over gaan; er
is een inhoudelijke voorzet nodig. De oplossing voor dit dilemma is
de acceptatie dat politici zowel een inhoudelijke als procesmatige 'inbreng'
in het proces hebben. Bij het innemen van inhoudelijke standpunten moeten
zij zich bedenken dat zij in feite een openingsbod doen. Een eindbod
maakt het interactieve proces overbodig. Voorts dienen zij ten opzichte
van de andere deelnemers duidelijk te zijn in de rollen die zij vervullen.
Daarvoor zijn diverse arrangementen denkbaar. Dit kan bijvoorbeeld door
de rol van inhoudelijke belangenbehartiger en die van procesaanjager
te scheiden (De Bruijn, Ten Heuvelhof en In 't Veld, 1998).
|