Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

 

 

 

 

 

 

     
Studies in geweldloze politiek - 2006

DIRECTE DEMOCRATIE: MET OF ZONDER TOETS ?

1. Directe democratie: sacralisering van de burger.
Dat “directe democratie” op velerlei wijzen kan worden, ingevuld blijkt uit dit citaat uit het Nederlandse “referendumplatform”:


“Als burgers niets doen, heeft het parlement automatisch het mandaat. Maar als genoeg burgers hiertoe de hand opsteken, moet het mandaat terug gaan naar de burgers en het direct-democratische kanaal van het referendum ingaan. Referenda bestaan in de praktijk altijd als een aanvulling op het vertegenwoordigende systeem.

Er is een handjevol pleitbezorgers van een zogenaamde 'push button'-democratie, waarbij burgers elke ochtend na het opstaan hun PC opstarten en alle politieke beslissingen van die dag met een muisklik nemen. Dan zou een parlement niet meer nodig zijn.”

Deze waaier aan mogelijkheden , gaande van een verdieping van de representatieve democratie, tot een imitatie van de “Atheense democratie”, maakt het verwarrend om een gemeenschappelijke betekenis te zien. In concreto gaat het om het invoeren van een bindend referendum op volksinitiatief (of "BROV").

“Democratie is niets anders dan de maatschappelijke verwerking van individuele ideeën. Een nieuw idee begint altijd bij een individu, want alleen individuen kunnen denken.”

Dit schrijft Jos Verhulst, één van vooraanstaande pleitbezorgers voor directe democratie in België.

Wat valt uiteindelijk op?

1. Directe democratie legt in principe de autoriteit voor elke beslissing bij de meerderheid van de individuele burgers, weze het onder de vorm van “zwijgen is toestemmen” aangevuld met allerlei soorten referenda op “volksinitiatief”, weze het onder de vorm van “actief besturen” zoals in de hoger vermelde “push-button-democratie”.

2. “Directe democratie” wordt vereenzelvigd met “democratie”: voor de voorstanders is er geen andere echte democratie dan directe democratie, en daarom moet die laatste minstens het “laatste woord” hebben. Zij gebruiken deze termen, “directe democratie” en “democratie”, door elkaar als waren ze onderling verwisselbaar. Wie tegen “directe democratie” is, zou dan ook een “anti-democrataat” zijn

Hierbij zou na een referendum, waarbij een meerderheid van vele verscheiden burgers zich uitspreekt voor of tegen een bepaalde maatregel, “De Burger” hebben gesproken (ook al is bv 49% het niet eens met die meerderheid), en het gezag van deze autoriteit, nl. van “De Burger”, zou het allerhoogste gezag zijn. Indien een land aan deze voorwaarde niet voldoet, zou het tevens ook geen democratie zijn.

Men zou kunnen opmerken dat ook representatieve democratie gebaseerd is op een meerderheid, en die kritiek dus ook daarvoor geldt. Dit is slechts ten dele waar, omdat men daarbij voor personen of principes maar niet voor concrete beleidspunten kiest. Ook is de meerderheidsstem een praktische oplossing omdat de beslissing bij consensus niet realistisch haalbaar is. Zelfs een consensusbeslissing garandeert op zich geen kwalitatief verantwoorde beslissing, en daarom is de meerderheidsregel een praktische beslissing, geen normatieve die “De Burger” vergoddelijkt, zoals dat bij directe democratie het geval is.

Directe democratie is dus meer dan het voorstel om referenda als beleidsinstrument in te voeren. De ideologie rond directe democratie promoot een mens- en maatschapijbeeld, die van de sacralisering van de individuele burger. Daartoe doet men beroep op een conservatieve antropologie, zoals blijkt uit volgende paragraaf.

 

2. Antropologische verantwoording: absolute vrijheid is “Het Goede”
In "Vrijheid, democratie & secessie" zet Jos Verhulst piketten uit voor een "direct-democratische" levensbeschouwing. Het is een ietwat academische tekst die allereerst opvalt door wat hij bijeenbrengt: directe democratie, BROV, libertarisme, christendom (verschillende lezingen uit de bijbel (!) om directe democratie te verantwoorden), het recht op secessie, zelfbeschikking van volkeren, thuisonderwijs, het afwijzen van de multiculturele samenleving.

Laten we meer in detail lezen:

" De waardigheid van het menselijk individu wortelt in het feit dat dit individu een verschijningsvorm is van het morele in de wereld. Het abstracte feit dat de menselijke individuen een verschijningsvorm zijn van het morele in de wereld hebben alle mensen gemeen. In dit abstracte opzicht zijn ze ook onderling volstrekt gelijk. Wat de concrete inhoud van de morele intuïties betreft die bij de verschillende individuen oplichten, zijn mensen daarentegen volstrekt incommensurabel.
Met andere woorden: ze moeten de macht aanbidden en hiertoe de soevereine menselijke geest verloochenen die in hen sluimert. Een bekende evangelische passage, de bekoring van Christus door de duivel, illustreert zonder omwegen waarover het gaat:
“Daarop voerde de duivel Hem omhoog en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der wereld, en de duivel sprak tot Hem: ‘Heel dat machtsgebied met zijn heerlijkheid zal ik U geven, want het is mij in handen gesteld en ik geef het aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal het in zijn geheel van U zijn. Toen antwoordde Jezus hem: ‘Er staat geschreven: De Heer uw God zult Gij aanbidden en Hem alleen dienen’ ” (Luc.4, 5-7). In wezen is de particratische staat gebaseerd op de aanbidding van onterechte macht. En het beste dynamiet, om het systeem op te blazen, is het stopzetten van deze machtsverering, en van de erkenning van de waarheid – niet in abstracte of formele zin doch in de wezenlijke, levende, reële betekenis – als enige vereringswaardige god. Want “...de waarheid zal u vrij maken” (Joh.8,32)."


We kunnen dit samenvatten als: de (goddellijke) morele orde spreekt door de stem (van de meerderheid) van de individueel absoluut vrije burgers. Wie deze stem negeert, pleegt een aanslag op de (goddellijke) morele orde. Hiermee krijgen we dus een heruitgave van de dichotomie tussen “Het Goede” en “Het kwade”, waarbij directe democratie vereenzelvigd wordt met “het Goede”. Directe democratie blijkt gefundeerd in een uiterst conservatief of orthodox mensbeeld. In zijn geheel genomen gaat het over oude wijn in nieuwe zakken: het conflict tussen theocratie en lekenstaat.

Uiteindelijk komt het erop neer dat Jos Verhulst, in aanschouw van de realiteit dat een "totaal-theocratie" niet meer van deze tijd is, iedereen het recht wil geven om door secessie een "privé-theocratie" te stichten, ofwel in een (eigen) land met eigen goddelijke wetten.

Directe democratie is daardoor onlosmakelijk verboden met het “recht op secessie”, enerzijds door het stichten van een nieuwe natie (het verband dus tussen separatisme en directe democratie):

"Door de toepassing van het recht op institutionele secessie zouden de burgers de mogelijkheid krijgen om stap voor stap, op basis van maatschappelijk opgedane ervaring, de staat te ontdoen van zijn gigantische uitwassen.

De vrije staat kan alleen maar gebaseerd zijn op daadwerkelijke vrije keuze van mensen voor elkaar, en voor een gemeenschap die stoelt op een gedeelde visie en een gedeelde overtuiging. Dit vereist de mogelijkheid tot secessie. Gelijkgezinde geesten moeten zich kunnen afscheiden en zich hergroeperen rond gemeenschappelijke opvattingen en doelen

anderzijds door de banden met de natie waarin men leeft te verbreken:
Daarnaast moeten burgers ook de mogelijkheid hebben om zich los te maken van een staatsbestel als zodanig. Dit impliceert normaliter ook territoriale secessie. Dit is een munt met twee zijden: de burgers kunnen stemmen met hun voeten en afscheid nemen van het ongewenste staatsbestel door elders te gaan wonen"

De motivatie achter dit alles is hetzelfde mensbeeld, van het absoluut vrije individu:

"De fundamentele motivatie voor het recht op secessie is gelegen in het geestelijke karakter van de individuele mens. In de mate dat de mens niet over recht op secessie beschikt, kan hij zich niet manifesteren als vrije geest die op soevereine wijze, als individuele verschijningsvorm van het morele in de wereld, deze wereld hervormt. De mens die zich niet kan afscheiden, is in feite gekooid en is gedegradeerd tot het bezit van één of ander machtsapparaat of één of andere elite. Voor diegenen die het geestelijk potentieel van de individuele mens ontkennen, voor diegenen met andere woorden die het drieledig karakter afwijzen van het verschijnsel mens, is dit natuurlijk geen probleem. Maar wie erkent dat de individuele mens aanleg tot vrijheid en tot maatschappelijke scheppingskracht in zich draagt, kan niet anders dan besluiten dat de mens zijn verhouding tot de staat zelf vorm moet kunnen geven."

En ook hier is de motivatie religieus-orthodox:

"Deze gedachte duikt wat verder in het Mattheusevangelie weer op:
“waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden”(Matt.18, 20). Men dient deze passages samen te beschouwen met wat Christus over zichzelf zegt: hij is de Waarheid (“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Johannes 14,6). Dit betekent dat mensen, hoe feilbaar ook, volgens de christelijke visie over het vermogen beschikken om in gemeenschap de waarheid te vinden, wanneer ze zich met dat doel verenigen. Hiermee is fundamenteel stelling genomen ten gunste van vertrouwen in de gemeenschap van waarheids- of logoszoekende mensen."

Uiteindelijk vloeit uit die redenering een rechtstreeks pleidooi voor een mono-culturele samenleving voort, aangezien burgers daarvoor door middel van directe democratie kunnen kiezen:

"Het hoeft geen betoog dat deze instelling diametraal staat tegenover het valse ideaal van het zogenaamde “multiculturele samenleven” (en de daarmee gepaard gaande gedwongen “verrijking”) dat door de globale machthebbers, met steeds meer arrogantie en bruut geweld, ongevraagd wordt opgelegd."

Directe democratie betekent dus dat mensen zich kunnen afscheiden in een cultuur die ze zelf hebben gekozen en die dus ook niet in overeenstemming met de mensenrechten hoeft te zijn. Voor voorstanders van directe democratie is immers “De Burger” het hoogste gezag, en die kan daardoor niet beperkt worden door de mensenrechten.

Uiteindelijk kan zo de discussie rond “directe democratie” worden teruggebracht tot één punt: Zijn referenda onderworpen aan een constitutionele toets, of aan een toets door de mensenrechten?

Indien ja, is directe democratie een beleidsinstrument binnen de representatieve democratie, is directe democratie niet absoluut, en volgens de pleitbezorgers ervan, geen “democratie” meer. Indien neen, zet directe democratie de deur breed open voor willekeur en mensenrechtenschendingen.

 

3. Directe democratie zonder toets: een instrument van extreem-rechts
Over een mogelijke constitutionele toets voor referenda kan je op "Het referendumplatform" uit Nederland, het volgende lezen:

"Een oplossing voor het gevaar van aantasting van minderheidsrechten door volksinitiatieven zou de invoering van de constitutionele toetsing kunnen zijn. Aan het begin zou een rechtbank kunnen kijken of een volksinitiatief in strijd is met de grondwet. Zo ja, dan wordt het niet toegelaten. Dit is geen bezwaar, mits de grondwet zelf weer wel via directe democratie door de bevolking te wijzigen is."

Bij "democratie.nu", lees je dan weer , onder "Eerlijke Referenda":

"3. Geen uitsluiting van thema's waarvoor het wetgevend orgaan eveneens bevoegd is"

Directe democraten wijzen die toets aan de grondwet of aan de mensenrechten af: alle onderwerpen of voorstellen moeten kunnen, de meerderheid beslist. De afwijzing van een constitutionele toets betekent ook hier dat door directe democratie kan gekozen worden geen rekening te houden met de mensenrechten, aangezien ook de grondwet het product is “directe democratie.

Directe democratie gaat dus niet over de vraag of de mening van de burgers waardevol is of niet. Directe democratie gaat over de vraag of de mensenrechten een richtinggevende norm zijn of niet. Deze vraag wordt door directe-democraten ontkennend beantwoord: inhoud van beleid telt niet, de enige voorwaarde voor democratie is een formele vereiste: de stem van de meerderheid, die per definitie de stem van "Het Goede" zou zijn omdat ze de meerderheid vertegenwoordigt. Dit tautologisch redeneren is typisch voor dit absoluut-vrijheidsdenken (1). Welzijn is voor directe democraten zonder belang, het enige wat telt voor hen is de ongeremde wens van de formele meerheid.

De voorstanders van directe democratie verdedigen deze bestuursvorm om “in naam van de democratie” de mensenrechten te ontkennen en naast zich neer te leggen, en daarom of daardoor is directe democratie een instrument van extreem-rechts en van al wie de deur wil open zetten naar een irrationele samenleving. Absoluut vrij spreekrecht, evenmin beperkt door de mensenrechten, versterkt dit extremistische karakter nog.

In dit mensenrechtennegationisme vinden zij inspiratie bij het libertarisme, dat tevens absolute vrijheid en absolute zelfbeschiking nastreeft.

Echt verbazend is het beroep op libertarische ideeën door extreem-rechts niet: er zijn immers meerdere punten van overeenkomst tussen libertarisme en extreem-rechts: ontkenning van de mensenrechten (“mensenrechtennegationisme”), recht op discriminatie, recht op secessie, absolute vrijheid, absolute zelfbeschikking, recht op vrije wapendracht, revisionisme, totalitarisme (niet door de staat, maar wel door bedrijven, gesteund door privé-milities), staatsvijandigheid, anti-syndicaal, anti “verzorgingsstaat”

Omdat libertarisme ondertussen teruggaat op een uitgebreide academische “traditie”, maakt extreem-rechts zo van de gelegenheid gebruik om zich een “eerbiedwaardig” en “intellectueel” imago aan te meten. Libertarisme leent zich dus op twee manieren tot het ondersteunen van extreem-rechts: qua inhoud en qua imago (2).

Het is deze mix van directe democratie, secessie, vrij spreekrecht en libertarisme die het gelaat vormt van het huidige “Nieuw-Rechts”.


4. Directe democratie: helemaal geen “superdemocratie”

Tegen directe democratie zijn vele bezwaren, zo sterk zelfs dat men zich bij wijze van besluit wel kan afvragen of directe democratie eigenlijk nog democratie te noemen valt. Democratisch bestuur gaat immers over inhoud (3), over het welzijn van de bevolking.

Ik denk aan volgende bezwaren:

1. Zonder constitutionele toets is directe democratie een instrument van extreem-rechts.
2. Een te hoge frequentie aan referenda veroorzaakt stemmoeheid en het creëren van een groepje beroepsstemmers.
3. Te veel referenda verstoren de rust van de burgers en de stabiliteit van het land.
4. Referenda kunnen een propaganda-middel zijn.
5. Herhaling van referenda over hetzelfde onderwerp zijn een propaganda middel.
6. Referenda garanderen de rechten van de minderheden niet, directe democratie promoot monocultuur.
7. Referenda geven geen garantie op kwaliteit.
8. Referenda lossen problemen niet op, ze beslechten ze (als een rechtbank of als een “godsoordeel”).
9. Referenda weerspiegelen de machtsverhoudingen niet.
10. Referenda houden geen rekening met het "middenveld".
11. Directe democratie is letterlijk onmogelijk, het kan hoogstens gaan om een "verdieping" van de representatieve democratie.
12.
Sommige onderwerpen zijn gewoon te moeilijk, een diepgaand en eerlijk publiek debat is een grote investering: daarom kan het hoogstens over uitzonderingsprocedures gaan.

Referenda kunnen dan ook alleen weerhouden blijven als één van de middellen om de representatieve democratie te verdiepen, en alleen als ze in een strikt wettelijk kader gegoten worden waarbij ze inhoudelijk getoetst worden aan de grondwet en aan de mensenrechten

 

5. De Californische mislukking

Californië is één van de staten in de "States" waar referenda ingevoerd werden. De gedeeltelijke invoering van directe democratie zou daar voor politieke chaos zorgen. Zo vermeldt Fareed Zakaria in ""The Future of Freedom" ", volgens de bespreking van Dirk Verhofstadt op "Liberales":

"Zakaria wijst ook op de nefaste inpact van de zogenaamde ‘directe democratie’. Het begon allemaal met Proposition 13 in Californië in 1978. Het was een referendum om de belastingsdruk bij wet te beperken tot een bepaald maximum. Het leidde tot een lawine aan referenda waardoor de overheid minder speelruimte kreeg. De resultaten zien we nu: stroomonderbrekingen, niet onderhouden snelwegen, een instortend onderwijssysteem, en twintig bijkomende openbare gevangenissen. Elke referendum verplichtte de overheid om minder geld uit te geven en toch een betere dienstverlening te garanderen. De verkozenen van het volk wezen elke verantwoordelijkheid af en lobbygroepen kregen steeds meer speelruimte."

De Amerika-watcher Frans Verhagen schrijft in twee artikels ("De verloedering van de referenda", en "CaliforniŽ bewijst dat directe democratie niet werkt") over de Californische referenda. Zijn besluit is eveneens:

"Voor wie het wil zien, zal Californië nogmaals bewijzen hoe gevaarlijk en ondemocratisch referenda, bindende volksraadplegingen en recall-verkiezingen zijn.

...

Helaas is in de praktijk nu wel duidelijk dat directe democratie zich bij uitstek leent voor manipulatie en beïnvloeding door actieve en rijke belangengroepen."

 

6. Citaten over directe democratie

Tot slot is het ook interessant te lezen wat anderen vinden van referenda. Bij voorbeeld de anders-globalistische visie van Jenny Walry in "Globale democratie in een globale wereld"

"Dit brengt ons ook tot het inzicht dat twee soorten burgerschap zich zullen ontwikkelen: een territoriaal en een functioneel burgerschap
...
Sinds het einde van de 19e eeuw wordt democratie geassocieerd met een methode om tot beslissingen te komen binnen een bepaald afgelijnd territorium. Dit is de formele democratie, waarbij het "volk" via algemeen stemrecht zijn afgevaardigden kiest voor wat het wil verwezenlijken. Gezien de grote complexiteit van onze huidige wereld (zowel nationaal als globaal) is vertegenwoordigende democratie de enige mogelijkheid. Directe democratie is slechts binnen kleine groepen haalbaar.
...
Dit wil zeggen dat democratie naast de formele democratie als manier om tot beslissingen te komen, ook zekere waarden zal verdedigen. Gelijkheid, vrijheid, pluralisme, vrije meningsuiting, verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid behoren daartoe en vormen de basiswaarden van democratie, ook wel het inhoudelijk aspect van de democratie genoemd. De overeenkomst wie tot het "volk" behoort en de invulling van de democratische waarden bepalen het type democratie waarin we leven
...
Deze gemeenschappen kunnen hun specifieke belangen en voorkeuren uitspreken, bijvoorbeeld via referenda. Over het statuut van referenda zal niet gemakkelijk overeenkomst worden gevonden. Zijn ze adviserend en moeten de politieke leiders er rekening mee houden zonder evenwel de basiswaarden van democratie te versmallen, of behoren ze inderdaad wetgevend te zijn? Referenda kunnen in dat laatste geval wel leiden tot de "dictatuur van de meerderheid" waarin democratische basiswaarden verloren gaan.De bescherming van die basiswaarden is essentieel willen we niet tot een "versmalde" democratie komen waarbij bijvoorbeeld pluralisme met de voeten getreden wordt (wat onder andere het Vlaams Blok voorstelt). Zo zou een wetgevend referendum de onderdrukking van minderheden kunnen teweegbrengen, een verloochening van pluralisme, verdraagzaamheid en vrijheid.

Daarom pleit ik ervoor referenda te bekijken als consultaties over specifieke belangen en niet als wetgevende instanties. Waar issues de grenzen van de politieke eenheden overschrijden, kunnen referenda bijdragen tot de gepaste oplossing. Die referenda kunnen worden uitgeschreven in twee of meerdere politieke eenheden, afhankelijk van de reikwijdte en de aard van het probleem. Wisselende functionele burgerschappen zullen op onderscheiden moeilijkheden en uiteenlopende visies botsen: hoe de kiesdistricten afbakenen, voor hoelang, met welke frequentie stemmen. Daar kunnen geen strakke wetten aan te pas komen. Ook de gebiedsdemarcaties zullen altijd opnieuw moeten worden uitgewerkt."

En ook de mening van politicoloog Kris Deschouwer. Hij schreef in "De truc met het volk" over de invloed van populisme in de politiek.

"De volksvertegenwoordigende vergadering en elk ander forum waar partijen elkaar ontmoeten is dan altijd deels een oord van strijd en conflict,van tegenstellingen, van verschillen en geschillen. Door de verkiezing en de vertegenwoordiging komt een vergadering tot leven waarin het volk niet een abstract gegeven is maar waar het concreet tot leven gebracht wordt, met al zijn interne tegenstellingen. Dat is de merkwaardige ‘truc met het volk’ van de vertegenwoordigende partijendemocratie: het volk wordt door vertegenwoordiging echt tot leven gebracht, het wordt een reëel bestaande speler precies omdat het vertegenwoordigd wordt en omdat in die vertegenwoordiging de ik kom hier nog op terug – in de verf gezet worden."

Kris Deschouwer schetst een beeld van representatieve democratie waarbij h et parlement de spiegel is van de maatschappij (de conflicterende belangengroepen), de partijen door intern debat een schakel zijn in de dialoog tussen de burger en de overheid en de partijen een inhoudelijke verhaal en kwalitatief hoogstaande kandidaten aanbiedt.

Hij stelt vast dat dit systeem onder druk staat, o.m. door internationale en regionale machten , maar ook door populisme:

"Democratie is voor het populisme een bestuursvorm waarin het volk en alleen het volk centraal staat. Al wie en al wat op een of andere manier het volk uit het centrum van het bestuur verwijdert of wegdenkt, pleegt een aanslag op dat volk en op de ware versie van de democratie waarin het volk en alleen maar het volk soeverein is. Deze eenvoudige en daarom ook krachtige manier van denken houdt echter nogal wat veronderstellingen in die best luidop uitgespeld worden. En dan blijkt dat zij erg ver staat van de complexe, subtiele en genuanceerde invulling die de praktische democratie in de loop van de geschiedenis opgebouwd heeft. Populisme betekent in essentie het niet wensen en willen wegwerken van verschillen, van tegenstelling, van heterogeniteit, van strijd binnen het tot soevereine vorst uitgeroepen volk.
...
Het populisme is echter niet bang van strijd. Er zijn voor het populisme twee essentiële conflicten. Het eerste is dat tussen de legitieme leden van het volk en diegenen die ten onrechte menen dat zij er volwaardig deel kunnen van uitmaken. Populisme hanteert een exclusieve visie op burgerschap. Populisme ziet de bevolking idealiter als één homogeen geheel. Alleen als het homogeen is kan het volk immers ook echt soeverein zijn. Het volk waarop een democratie – versie populisme – gebouwd kan worden, is dan ook een volk dat herkenbaar moet zijn aan de concrete kenmerken die een scherp onderscheid maken tussen wij en zij, tussen ons volk en de anderen. Extreemrechtse politieke leiders vertellen voortdurend dat verhaal, maar zij krijgen steeds meer het gezelschap van anderen die zeer gelijkaardige vragen stellen."

In "Consumentisme en verrechtsing" zien Jan Blommaert, Eric Corijn, Marc Holthof en Dieter Lesage directe democratie als een soort vermarkting van de politiek:

"De markt levert aldus de dominante ideologie voor het hele publieke leven. De logica van de markt beperkt zich niet meer tot de circulatie van commerciële goederen, maar strekt zich nu ook uit tot de circulatie van vertogen, beelden, politieke ideeën en cultuurproducten. De vrije markt — de term zegt het zelf — wordt de metafoor voor de democratie, en een perfecte en legitieme democratie is er één die verkoopt zoals een topproduct uit de commerciële sfeer. Maar de reikwijdte van deze metafoor wordt verruimd: enkel wat vlot circuleert en dus populair is, wordt gezien als democratisch, legitiem, als instrument van directe inspraak en beslissingsmacht. Binnen de consumptiecultuur wordt datgene wat door iedereen wordt gekocht datgene wat ,,van het volk’’ is, datgene wat de ,,demos’’ aanspreekt. Wat niet goed verkoopt, is elitair, sektarisch en zeker niet democratisch. Het consumentenkapitalisme verwekt het politiek populisme en verdringt alle andere vormen van debat."

Zie ook: "Kleine verhalen in de plaats van grote:" van Jan Blommaert.

 

Voetnoten


(1) Deze tautilogische logica is eveneens aanwezig in het antroposofische "alternatief" voor de evolutietheorie van Darwin ("Developmental Dynamics in Humans and other Primates") , waarmee Jos Verhulst, in de voetsporen van de visie op evolutie van Rudolf Steiner, de hoger vermelde antropologie van de mens als "geestelijk wezen" uitbreidt. Dit is de bespreking van SKEPP

(2) Omdat er in Nederland reeds expliciet een Libertarische Partij bestaat, is daar ook het verband tussen libertarisme en extreem-rechts duidelijk aangekaart: zie:

"LibertariŽrs aller landen verenigen zich" door Gerrit de Wit

"Extreem-rechts in een anarchistisch jasje" , Eric Krebbers en Harry Westerink

Lees ook hier: "Opmerkingen bij het libertarisch geweldconcept" en "Vrij spreekrecht beknot, vrije meningsuiting bevrijdt"

Nochtans ontkennen de aanhangers van het libertarisme dit verband met extreem-rechts meestal met klem, omdat fascisme een verdrukkende overheid nodig heeft, om welke reden zij fascisme zelfs als "links" beschouwen, of omdat sommige vormen van libertarisme "ethisch progressieve" standpunten zouden innemen. Zo lees ik op deze blog : "... die door liberalen en libertariërs opgehemeld wordt tot een profeet maar tegelijkertijd door de gauchisten afgeschilderd wordt als een neo-fascist.",... "maar", alsof er een vanzelfsprekende tegenstelling zou bestaan tussen "libertariër" en "neo-fascist".

Libertarisme is een extremistische filosofie van absolute zelfbeschikking, én (voor het overgrote deel) "rechts". Het besluit "libertarisme is extreem-rechts" ligt voor de hand: men zou libertarisme "fascisme in maatpak" of "donkerblauwzwart" kunnen noemen, een nieuwe vorm van extreem-rechts die goed aansluit bij het "klassieke fascisme" van racistische partijen, en ver van "het summum" van ethisch denken.

Wie de stelling "Libertarisme is fascisme" wil funderen, kan onder meer beroep doen op volgende argumenten:

i. Tot een anarchie/minarchie zal nooit democratisch besloten worden: anarchisme volgt ook uit een "staatsgreep"; de kans dat een democratische overheid zichzelf ontbindt is zo goed als nul, bijgevolg kan een libertarische samenleving alleen ingevoerd worden door een dwangmaatregel, een soort onmiddellijke libertarische "revolutie".
ii. Libertarisme is een "geprivatiseerd totalitarisme": de totale afwezigheid van de overheid is even dwingend als de aanwezigheid van een "totale overheid"; binnen bedrijven of privé-eigendom geldt geen vrije meningsuiting of ander mensenrecht, en aangezien het libertarisme de volledige samenleving wil privatiseren en de publieke ruimte wil "afschaffen", betekent dat het einde van de democratische rechten die door de rechtstaat gegarandeerd worden. (lees ook deze paragraaf)
iii. Libertarisme levert het begrippenarsenaal voor extreem-rechts: ontkennen van de mensenrechten, promoten van "recht op discriminatie", relativisme/subjectivisme, anti-"verzorgingsstaat", directe democratie, secessie, enz worden met graagte overgenomen door "klassiek fascisme". Zo lees ik op "Meer Vrijheid":

"De progressieve intelligentsia ziet de blanke christelijke man als een schurk die vrouwen, zwarten en de Derde Wereld onderdrukt. Murray stelt dat vrouwen nu eenmaal zelden in iets excelleren, zwarten gewoon gemiddeld minder intelligent zijn dan blanken en het verlichte christendom een vooruitgangsgeloof is, terwijl bijvoorbeeld de fundamentalistische islam vooruitgang hindert. In zekere zin pleit hij de winnaars in de wereldgeschiedenis vrij van schuld."

iv. Libertarische partijen of groeperingen hebben goede contacten met extreem-rechts: kartels, coalities, verbanden bestaan in sterke mate tussen libertarische en extreem-rechtse groepen (zoals ook bv. de aanwezigheid van Hans-Hermann Hoppe in de Bastiat-Stichting)
v. Libertarisme gebruikt desinformatie/propaganda als basisstrategie: het libertarisch discours is gebouwd op drogredeneringen (waaronder een systematisch gebruik van begripsverwarring, bv tussen behoefte en begeerte), historisch revisionisme, gebruik van foutief "feiten"-materiaal, die systematisch worden gepromoot langs formele en informele kanalen
vi. Voor het libertarisme is alleen “veiligheid” een waarde (om bedrijven en persoonlijk eigendom te beschermen): als er al een taak weggelegd voor de overheid, is het het beveiligen van persoonlijk eigendom; verder is het libertarisme voorstander van vrije wapenhandel en vrije wapendracht, en het gebruik van privé-milities (lees ook: "Opmerkingen bij het libertarisch geweldconcept" )

vii. Libertarisme is anti-syndicaal: libertarisme is tegen "bemoeienis" door vakbonden, en tegen sociale rechten, en wil de volledige afbouw van de welvaartstaat.
viii. Libertarisme is anti-ecologisch: libertarisme staat zeer vijandig tegenover "groen" en stelt meestal dat er geen milieuproblemen zijn, en als die er zouden zijn, dat ze het best kunnen benaderd worden door privé-eigendom", onder het voorwendsel dat eigenaars per definitie goed voor hun bezit zorgen.
ix. Libertarisme demoniseert (het socialisme als) "de vijand": "socialisme" ("links") is een verzamelnaam waarin het libertarisme alle kwaad verpakt; net als "klassiek fascisme" is libertarisme sterk anti-socialistisch of anti-communistisch ("de linkse parasieten"), maar ook niet-Westerse culturen worden als minderwaardig of gevaarlijk gestigmatiseerd.
x. Libertarisme ontkent intrinsieke waarde van natuur, cultuur en moraal: voor het libertarisme is de enig mogelijk waarde de marktwaarde, het begrip "immoreel" is daardoor een kwestie van "voorkeur".
xi. Libertarisme beweert het "enige echte" liberalisme te zijn: elke andere vorm van liberalisme (humanistisch liberalisme, links-liberalisme,...) wordt door het libertarisme omschreven als "verraad" ; in die zin is het libertarisme een "vrijheidsfundamentalisme", dat zijn visie wil opleggen aan de volledige samenleving; verwijzingen naar een "Nieuwe Wereld" horen bij deze utopische omwenteling: "nova civitas", "nova libertas", "Centre pour une Nouvelle Europe".
xii. Libertarisme is een "koele minnaar" van de democratie: democratie wordt door het libertarisme in het beste geval gezien als een middel om te komen tot een libertarische samenleving, maar het principe zelf vindt het maar niks, getuige bv deze tekst , waarin ik lees:

"Maar als genoeg mensen daarvoor stemmen kunnen er ook bepaalde vrijheden worden ingeperkt door middel van wetten. Geen enkele vrijheid wordt gegarandeerd door democratie. Daarom is het nu juist zo dat democratie onverenigbaar is met vrijheid.

Binnen een democratie legt continu een meerderheid haar wil op aan een minderheid, daarbij de vrijheid van die minderheid ontnemend om zelf te beslissen of ze willen meedoen aan het beleid van die meerderheid. De democratie, net als elke andere vorm van dicatatuur, leidt ertoe dat de ene mens over de andere regeert in plaats van dat iedereen in vrijheid over zijn/haar eigen leven mag beschikken"

xiii. Libertarisme promoot absoluut laissez-faire-kapitalisme: libertarisme pleit over algemeen voor absoluut kapitalisme, dat het ziet als de enige bron van welvaart, en wiens veiligheid en belangen het wil vrijwaren.
xiv . Libertarisme betekent "Mensenrechtennegationisme": libertarisme stelt eigendom en eigendomsverwerving als natuurrecht tegenover de mensenrechten, die het als een "socialistische" dwang, een aanval op de vrijheid en een seculiere godsdienst beschouwt (lees hier enkele tegenargumenten).Het ontkennen/miskennen van de mensenrechten kan men zien als het wezenskenmerk bij uitstek van extreem-rechts.

 

Interessante link: "Critiques of Libertarianism"

(3) Zie bij voorbeeld: "Ecologische duurzaamheid en democratie" van Jenny Walry. Daarin stelt ze voor ecologische duurzaamheid op te nemen in de groep van democratische waarden. Evenzeer stelt ze zich de vraag, ingeval van tijdstekort, een tijdelijk verlicht autoritair bewind rampspoed zou kunnen vermijden. Hierbij kan men zich afvragen of er ooit al één autoritair bewind geweest is, dat oprecht bezorgd was om welzijn. Of anders: als er één bewind zich zorgen zal maken over duurzaamheid, dan zal het en democratisch bewind zijn. Een autoritair bewind is daarin niet geïnteresseerd.

Zie ook "Tussen representatieve en directe democratie" van E.H. Klijn en J.F.M. Koppenjan in het tijdschrift "Bestuurskunde"

Inhoud of proces?
Betrokkenheid bij interactieve besluitvorming stelt politici voor de vraag welke rol ze daarbinnen moeten vervullen. Zij komen te staan voor het dilemma of ze op inhoud of proces moeten sturen. Enerzijds ligt het met een beroep op het politiek primaat en de daaraan verbonden behartiging van het algemeen belang voor de hand een inhoudelijke koers te varen. Anderzijds vereist succesvolle interactieve besluitvorming een proces van consensusvorming dat niet vanzelf tot stand komt, maar moet worden begeleid.
Er is veel voor te zeggen dat de behartiging van het algemeen belang ook een zorgvuldig management van dit proces rechtvaardigt, maar dit vergt wel een grote mate van distantie ten opzicht van de eigen inhoudelijke positie. Indien de politiek aan het maatschappelijk debat leiding wil geven, ligt een puur inhoudelijke positiekeuze niet voor de hand: men is dan te zeer actor onder de actoren. Maar een zuiver procesmatige rol gaat voorbij aan het feit dat de politiek ook voor inhoudelijke belangen staat en dat politieke partijen en politici zich inhoudelijk willen profileren.
Bovendien: om op gang te komen moet het proces ergens over gaan; er is een inhoudelijke voorzet nodig. De oplossing voor dit dilemma is de acceptatie dat politici zowel een inhoudelijke als procesmatige 'inbreng' in het proces hebben. Bij het innemen van inhoudelijke standpunten moeten zij zich bedenken dat zij in feite een openingsbod doen. Een eindbod maakt het interactieve proces overbodig. Voorts dienen zij ten opzichte van de andere deelnemers duidelijk te zijn in de rollen die zij vervullen. Daarvoor zijn diverse arrangementen denkbaar. Dit kan bijvoorbeeld door de rol van inhoudelijke belangenbehartiger en die van procesaanjager te scheiden (De Bruijn, Ten Heuvelhof en In 't Veld, 1998).