Studies in geweldloze
politiek – april 2007
NAAR EEN HERVORMING VAN HOMORECHTEN ?
Homorechten en het homohuwelijk zijn weer erg in de media. Homodiscriminatie
in Polen, een grondwettelijk verbod op het homohuwelijk in Letland, scherpe
standpunten in conservatief Amerika, onbehouwen of onhandige uitspraken
van politieke of kerkelijke gezagsdragers, ze kwamen alle op de buis.
De bezorgdheid van deze paarse regering over het behoud van “ethische
verworvenheden” zal er wel niet vreemd aan zijn. Het homohuwelijk
wordt stilaan een seculier icoon, wat jammer is, want het homohuwelijk
is inadequaat zowel voor het homoseksuele als voor het heteroseksuele
deel van onze samenleving. Het is een zeer goede zaak dat België
een notie heeft van homorechten, maar de huidige Belgische homorechten,
als homohuwelijk, zijn aan hervorming toe. Een beschouwing.
Homoseksualiteit
is wezenlijk verschillend van heteroseksualiteit
Reproductie: over parthenogenese en Kaguya
Een eerste belangrijk verschil tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit
ligt bij de reproductie. In tegenstelling tot heteroseksualiteit is homoseksualiteit
per definitie onvruchtbaar. Zeker, er bestaan ook onvruchtbare heteroseksuele
koppels, maar in die gevallen is de oorzaak van occasionele en praktische
aard: een kleine fysieke afwijking, een letsel of de afwezigheid van een
kinderwens.
Homoseksuele
reproductie daarentegen bestaat niet. Vandaag, net als altijd waarschijnlijk,
worden lesbische dames zwanger en schenken ze het leven aan kinderen,
maar die kinderen zijn wel degelijk heteroseksueel verwekt door een man
of op zijn minst door sperma.
Menselijke
parthenogenese
of aseksuele reproductie, lijkt alleen in theorie mogelijk.
Een geïsoleerde vrouwelijke komodovaraan kan spontaan heteroseksuele
reproductie wisselen met aseksuele. Die brengt dan wel alleen mannelijke
nakomelingen voort, waardoor de heteroseksuele reproductie kan hervatten.
Bij mensen zou parthenogenese alleen meisjes kunnen voortbrengen, omdat
het vrouwelijk geslachtschromosoom bij de mens gelijksoortig (XX) is,
waartegen verschillend (WZ) bij de komodovaraan (ZZ is bij hen mannelijk,
tegen XY bij de mens). Maar dan nog: parthenogenese is aseksuele en nog
geen homoseksuele reproductie.
De
Japanner Tomohiro Kono heeft op het gebied van homoseksuele
reproductie een verbazingwekkend experiment uitgevoerd. Hij
kweekte een populatie aan genetische gemanipuleerde muizen. Van enkele
honderden vrouwelijke gemanipuleerde muizen isoleerde hij lichaamscellen,
waarvan hij door biotechnieken de chromosomendraden splitste en deze gewone
cellen zo omvormde tot eicellen. Verder slaagde hij erin twee eicellen
van twee verschillende muizen samen te smelten tot één “bevruchte”
eicel, die dan verder ontwikkelde tot een “normale” principieel
vrouwelijke muis: Kaguya. Die muis bleek niet onvruchtbaar, want ze heeft
reeds nageslacht voortgebracht, verwerkt door een mannetjesmuis.
Het
experiment van Tomohiro Kono blijft een op de mens niet toepasbare techniek,
en de gevolgen van het herhalen van de procedure zijn niet bekend. Dwz
er is geen bewijs dat deze homoseksueel gekweekte muis, daadwerkelijk
gezond is.
Ander
vruchtbaarheidsonderzoek werd verricht door Karim
Nayernia . Hij slaagde erin beenmergcellen van zowel mannen
als vrouwen te manipuleren
tot spermacellen. Die techniek zou onvruchtbare mannen, maar
ook lesbische koppels kunnen helpen. De kinderen van de lesbische koppels,
met echt twee "moeders" dus, zouden eveneens uitsluitend meisjes
kunnen zijn. Aan deze tot nog toe theoretische en experimentele techniek,
zit een legaal-ethisch kantje. Het gebruik van kunstmatig verkregen spermacellen
is immers wettelijk verboden bij in vitro-fertilisatie. Vraag is ook of
een hogere aantal geboorten van meisjes tegenover jongens, geen belangrijke
evenwichten in gevaar zou brengen.
Maar
eigenlijk heeft dat alles niet zo veel belang voor dit onderwerp. De conclusie
is immers duidelijk: homoseksuele reproductie bestaat niet, en als ze
zou mogelijk worden, is dat uitsluitend door tussenkomst van biotechnische
ingrepen, dwz, als er homoseksuele reproductie zou bestaan, is ze principieel
kunstmatig van aard, kan ze uitsluitend bij vrouwen en brengt ze alleen
meisjes voort, waar de heteroseksuele reproductie volledig natuurlijk
is, mannen en vrouwen omvat en zowel jongens als meisjes voortbrengt.
Het gaat dus echt om een wezenlijk verschil tussen homoseksualiteit en
heteroseksualiteit.
Seksuele
beleving
Voor zowel homoseksuelen als heteroseksuelen is het “liefdesspel”
een manier om te genieten van elkaars lichamelijkheid, van intieme geborgenheid,
van wederzijdse affectie. Zo gezien is er overeenkomst tussen homoseksualiteit
en heteroseksualiteit.
De
seksuele beleving verschilt echter enigszins in de eerste plaats door
het kenmerk “gelijke” tegenover “verschillende”
partners. Ook hier komt het aspect “kunstmatig” wat om de
hoek kijken. Heteroseksuele koppels hebben immers van nature alles “aan
het lijf” om te kunnen genieten van elkaar. Speeltjes zijn eerder
aanvullend of “verrijkend”, of hoe men het ook wil noemen.
Hier blijkt ook de homoseksuele beleving meer nood te hebben aan “hulpstukken”,
dwz ook het homoseksuele liefdesspel is in die zin wat kunstmatiger.
Duidelijkheid
van de identiteit
Wie heteroseksueel is, en dat zijn toch minstens 90% van de bevolking,
twijfelt weinig of niet over zijn seksuele identiteit. Hetero’s
kunnen er misschien niet zo zeker van zijn of ze wel vader of moeder willen
worden, een gezin stichten dus, maar zelfs voor wie het afwijst gaat het
om een duidelijke mogelijkheid. Wie homoseksueel is, gaat dikwijls door
een heel en soms pijnlijk zelf-ontdekkingsproces waarbij men geconfronteerd
wordt met de vraag wel of niet te behoren tot een “andere”
seksuele geaardheid. Heteroseksuelen kennen die onzekerheid in de regel
niet.
Problematisch
aspect
Dit punt van wezenlijk verschil tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit
sluit aan bij de volgende paragraaf, namelijk dat het leven van wie een
homoseksuele geaardheid heeft, niet altijd gemakkelijk is. Die problemen
zijn zeer verscheiden van aard en hebben te maken met zowel het wezen
van de homoseksuele geaardheid zelf, en ook met de negatieve gevolgen
die homoseksuele ondervinden ten gevolge van onverdraagzaamheid, discriminatie
en, jammer genoeg, zelfs vervolging. Dit soort problemen ondervinden heteroseksuelen
niet, en ook daarin verschilt homoseksualiteit van heteroseksualiteit.
Homoseksualiteit is problematisch voor de
betrokkenen
Partners vinden
Ik heb er al naar verwezen, stel dat er een stabiel deel van 10% homoseksuelen
in elke bevolking aanwezig is, bij wijze van universele veronderstelling.
Wanneer een heteroseksuele man een vrouw ontmoet, heeft hij 9 kansen op
10 om terecht van die vrouw te denken dat ze , principieel dan toch, een
potentiële partner is. Voor een homoseksuele man die een man ontmoet,
of een lesbische vrouw een andere vrouw, is die kans dan slechts 1 op
10. Eén en ander maakt dat homoseksuelen zich soms van één
of ander “teken” voorzien om zich in die verwarrende toestand
herkenbaar op te stellen.
Verwarring
Al bij al (b)lijkt homoseksualiteit en heel verwarrende werkelijkheid
om leven. Homoseksuelen zelf worstelen met hun geaardheid, partners vinden
kan tot ongemakkelijke situaties leiden, en er is de maatschappelijke
afwijzing. Verwarring en vereenzaming maken daardoor een vast deel uit
van de homoseksuele leefwereld.
Aanvaarding
Nog zonder te spreken over discriminatie en vervolging, is niet alleen
de aanvaarding door homoseksuelen door zichzelf, maar ook door de heteroseksuele
samenleving een probleem. In sommige gevallen gaat het daarbij zonder
twijfel om irrationele onverdraagzaamheid, maar dat mag niet doen vergeten
dat afkeer van homoseksualiteit een biologische functie heeft.
De
stelling dat “als iedereen homoseksueel werd” de menselijke
geschiedenis zou stilvallen, omdat homoseksualiteit principieel onvruchtbaar
is, kan logisch niet betwist worden. Alleen is de vooronderstelling fout:
samenleving hebben een ietwat stabiel aandeel homoseksuelen, dat misschien
wat kan schommelen, en daarom is deze “onbetwistbare” stelling,
tegelijk larie. Anderzijds toont het onbetwistbare van deze stelling juist
aan dat afkeer van homoseksualiteit evolutionair adaptief is, dwz een
nuttige functie heeft, bij voorbeeld het aandeel homoseksuelen in de samenleving
onder 10% houden.
Voor
heteroseksuelen is het dus belangrijk te beseffen dat ze niet hoeven te
vrezen voor een “homoseksuele invasie” en dat homoseksualiteit
een vast (misschien wel functioneel en zeker geen “immoreel”)
gegeven uitmaakt in de samenleving, maar voor homoseksuelen is het evenzeer
belangrijk er zich bewust van te zijn dat afkeer van homoseksualiteit
een biologisch nuttige reactie is, zodat het geen zin heeft in een nieuw
soort culpabilisering te vervallen, van “afkerige” heteroseksuelen
ditmaal.
Homoseksuele onverdraagzaamheid
Dat homoseksuelen “gewone” mensen zijn blijkt ook uit de waarneming
dat onverdraagzaamheid geen heteroseksueel voorrecht is. Wie denkt in
homoseksuele kringen meer verdraagzaamheid te vinden dan in heteroseksuele,
die komt bedrogen uit. Homoseksualiteit kan zich vertalen in mannen- of
vrouwenhaat, en andere vormen van onverdraagzaamheid als racisme of fanatiek
nationalisme, komen evenzeer in het homoseksuele universum voor. In zoverre
bv sommige lesbische “prominenten” dromen van een man-vrije
wereld, kan men zich afvragen of hier mannenhaat niet samengaat met haat
ten overstaan van hetero’s. De “homoseksuele ideologie”
die wil doen geloven dat homoseksualiteit en heteroseksualiteit anders
en toch hetzelfde zijn, begint zijn plaats te veroveren binnen de “Nieuwe
Orthodoxie” die haar “te belijden waarheden” wil vastleggen.
Eén
van de moeilijke punten is daarbij het benoemen van homoseksualiteit,
in het bijzonder de vraag naar "de
uitlokkende factor" blijkt delicaat. Waarom is 1 op 10 mensen
homoseksueel? Het antwoord daarop is onduidelijk, maar het is wel zonneklaar
dat er wel degelijk een antwoord op die vraag kan bestaan, hetwelke, als
het naar waarheid is, niets homofoobs in zich zou dragen: het zou gewoon
de zaken voorstellen zoals ze daadwerkelijk zijn. Er zijn verhalen over
biologische
functionaliteit door het “recupereren” van marginale
individuen, er zijn bedenkingen over ontwikkeling, over genetica, over
deprivatie (het leger bv). Het zou onverantwoord zijn de vraag naar de
oorsprong van homoseksualiteit niet te stellen, dwz als er een domein
is waarover er “vrij onderzoek” vereist is, is het dit.
De
mens is een seksueel wezen
Een deel van de “pro-homohuwelijk”-beweging gaat uit van een
mensbeeld waarin de seksuele eigenheid van de mens wordt weg-geabstraheerd.
Het lijkt daarbij wel of er noch mannen noch vrouwen bestaan, maar
alleen "mensen" . De uitdrukking “vrouwen en mannen
zijn verschillend maar gelijkwaardig” vinden dezen dan ook een “gevaarlijk”
uitgangspunt. Daaruit volgt dan weer de aanvaarding van homoseksualiteit,
want “het doet er niet toe”, de mens zou in wezen toch aseksueel
zijn, en feminisme staat hier gelijk met “unisex”.
Die
mens-visie of dat mensbeeld is in strijd met de werkelijkheid. De mens
is tot in het diepste van zijn wezen een seksueel wezen, man óf
vrouw, waarbij het mannelijke het vrouwelijke aanvult en omgekeerd. De
tijd van het uniseksuele feminisme is gelukkig voorbij, echte gender-emancipatie
betekent dat mannen volop man, en vrouwen voluit vrouw kunnen zijn. Als
complementaire partners zijn ze echter gelijkwaardig.
Mannen
en vrouwen zijn gelijkwaardig omdat ze naast deze zeer diep seksuele eigenheid,
ook “algemeen-menselijke” kenmerken hebben. De mens is dus
tegelijk seksueel door zijn gender en universeel door zijn mens-zijn.
Dat betekent dus ook dat homoseksualiteit alleen verschillend is van heteroseksualiteit
in zoverre het over de seksuele kenmerken van de mens gaat.
Tot
de universele kenmerken van de mens behoren hun behoeften. De behoefte
aan voeding en aanvaarding, de behoefte aan intimiteit, genegenheid, de
behoefte aan integratie in de maatschappij, de behoefte aan zelfontplooiing.
Behoeftenbe-vred(e)-iging is tevens de fundering bij uitstek van een vredelievende
samenleving.
Zonder
afbreuk te doen aan de wezenlijke verschillen tussen homoseksualiteit
en heteroseksualiteit is het daarom de taak van de samenleving te voorzien
in de mogelijkheid van een (behoefen-) bevredigend leven van de homoseksuele
minderheid. Die voorziening in behoeftenbevrediging begint uiteraard bij
het wegwerken van discriminatie, op basis van gender, of op basis van
seksuele geaardheid.
Het
wegwerken van discriminatie
De gangbare discriminatiewetgeving
De gewone anti-discriminatiewetten zouden moeten volstaan om dagelijkse
discriminatie op basis van seksuele geaardheid tegen te gaan. Wie een
bankrekening geweigerd wordt omdat het bekend is bij de bank dat de persoon
homoseksueel is, kan klacht neerleggen en genoegdoening eisen, en maar
goed ook. Dat is de vanzelfsprekendheid zelve.
Voorlichtingscampagnes
Om meer aanvaarding van homoseksualiteit te bereiken kan men voorlichtingscampagnes
organiseren die informatie verschaffen over seksuele geaardheid, die geen
afbreuk doen aan de heteroseksualiteit. Het is belangrijk te benadrukken
dat het om geaardheid gaat, dwz om een “anders-zijn”, en niet
om “hetzelfde, maar anders”. Initiatieven ten gunste van homoseksualiteit
hebben dus best geen anti-hetero-sfeer, ook niet door het voor te stellen
“dat het er niet toe doet”: het doel is homoseksualiteit te
aanvaarden in zijn anders-zijn, niet de wezenlijke kenmerken van heteroseksualiteit
te miskennen.
De
afwezigheid van homohuwelijk is geen discriminatie
Omdat homoseksualiteit en heteroseksualiteit wezenlijk verschillen, kan
de weigering om het burgerlijke huwelijk open te stellen voor homoseksuelen,
niet beschouwd worden als discriminatie.
Anderzijds,
omdat homoseksualiteit enigszins problematisch is en het daarom aan de
samenleving toekomt zorg-initiatieven te ontwikkelen, kan het homohuwelijk
beschouwd worden als een humanitair verantwoorde uitzondering, als een
voorkeursbehandeling, als een vorm van terechte positieve discriminatie.
Omdat de weigering van discriminatie, ook die van “positieve”
, geen discriminatie kan zijn, is het verkeerd de afwezigheid van het
homohuwelijk in een wetgeving als “discriminatie” te omschrijven.
Of
kort: het homohuwelijk is een voorkeursbehandeling op humanitaire gronden,
maar de weigering van een voorkeursbehandeling is geen discriminatie.
Van
een behoorlijke samenleving kan verwacht worden dat ze een treffende homo-wetgeving
en homorechten heeft, maar niets bewijst dat dit noodzakelijk behoeft
onder de vorm van het homohuwelijk.
Het
homohuwelijk heeft ook negatieve facetten
Valse gelijkheid
Een eerste negatief aspect van het homohuwelijk is dat het ten onrechte
de indruk wekt dat er geen wezenlijk verschil is tussen homoseksualiteit
en heteroseksualiteit. Die vermeende “gelijkheid” tussen homoseksualiteit
en heteroseksualiteit is in strijd met de werkelijkheid, en doet dus letterlijk
“de waarheid geweld aan”. Een samenleving die zich baseert
op vervalsing , kan nooit vredelievend zijn.
Anti-hetero-huwelijk
Het homohuwelijk heeft in grote lijnen twee aspecten. Het eerste is op
gebied van de rechtsgevolgen (erfrecht, pensioen, …), het andere
is de symboliek.
Om
de noodzaak van het homohuwelijk te verdedigen, verwijst men dikwijls
naar deze symboliek. Ook homoparen willen hun relatie bevestigd zien als
“huwelijk”.
Maar de argumentatie kan ook verder gaan.
Zo
schrijft Kees Waaldijk hierover in "De
paradox van het homohuwelijk: een politiek paradigma":
“Bovendien
moeten ook zij tegen het huwelijk kunnen protesteren
door te weigeren er aan mee te doen.
(…)
De
politiek van de homo- en lesbische beweging kan en mag zieh daarom
niet slechts richten op toelating tot 'het huwelijk'. Evenmin
mag deze beweging het onveranderd voortbestaan van het huidige huwelijk
aanvaarden door genoegen te nemen met een nieuw niet-discriminerend
instituutje ernaast. Het paradigma van het homohuwelijk maakt
het de beweging mogelijk om deze paradox in zinvol politiek handelen
te vertalen: omvorming van het huidige huwelijk. 'Afschaffing
van het huwelijk' kan ook een inspirerend perspectief zijn;
het is mij echter te utopisch, omdat het niet te realiseren is in
??? mensenleven. Het bestaande huwelijksinstituut moet daarom omgevormd
worden…
(..)
-
een huwelijk waarin bestaande ongelijkheden tussen de partners niet
gecontinueerd of versterkt worden door zorgplichten en andere
afhankelijkheden (zo is de strijd voor individualisering een vorm
van politiek handelen die past in het paradigma van het homohuwelijk
en omgekeerd);…”
Uit
dit citaat blijkt duidelijk dat voor sommigen de invoering van het homohuwelijk
minstens ten dele gericht is tegen het gangbare heteroseksuele huwelijk,
en dus meer is dan alleen een maatregel ten gunste van homoseksuele koppels.
Ik lees er letterlijk dat het homohuwelijk moet bestaan opdat homoseksuele
partners het zouden kunnen verwerpen, net als heteroseksuelen.
Geen
pro-argumentatie
Wie er een beetje de argumentaties van de pro-homohuwelijk-belangengroepen
op naleest, zal snel merken dat er een enorme afwezigheid is van “argumenten
pro”. Het discours gaat meestal zo: “We zijn voor het homohuwelijk
omdat er geen geldige argumenten tegen het homohuwelijk zijn”, en
om dat te bekrachtigen volgt dan een lijst aan weerleggingen van argumenten-contra.
Als er al geargumenteerd wordt natuurlijk, want die "weerleggingen"
blijken dikwijls niet meer dan ridiculiseringen.
Om het eenvoudig te stellen: er bestaat geen argumentatie pro-homohuwelijk,
de voorstanders vinden hun standpunt “vanzelfsprekend”, of
een “teken van beschaving”. Wie het met hen niet eens is,
blijkt dus onbeschaafd, in het beste geval. Hierin ontpopt zich dan de
“Nieuwe Orthodoxie” die niet langer homoseksuelen, maar nu
wel de “anders-denkenden” stigmatiseert in naam van de verdraagzaamheid.
“Vuil Hetero !” dus.
Adoptie
door homoparen is onvermijdelijk, maar dubieus
Een ander punt is adoptierecht door homoseksuele koppels, dat kan voortvloeien
uit het homohuwelijk. Zulk een adoptierecht is onvermijdelijk, omdat het
niet mogelijk noch wenselijk is “te verbieden” dat lesbische
dames kinderen krijgen, of dat kinderen uit een heteroseksueel koppel
aan homoseksuele voogden zou worden toegewezen. Adoptierecht voor homokoppels
is een feitelijke noodzaak. Dat neemt niet weg dat het misschien wel wenselijk
zou kunnen zijn dit begrip “noodzaak” wettelijk vast te leggen,
ipv een volledig open homo-adoptierecht te hanteren zoals nu het geval
is. Er zijn immers geen gegevens beschikbaar over de mogelijke nadelige
gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van heteroseksuele kinderen,
als ze opgroeien in een homoseksueel gezin. De wetgever is op dat punt
minstens voorbarig geweest.
Politieke
recuperatie
Een standpunt pro-homohuwelijk wordt in sommige kringen niet alleen gezien
als een teken van beschaving maar ook van “politieke correctheid”.
De Nederlandstalige holebifederatie
profileert zich als “Vlaams” en “anti-Vlaams
Belang”. Een pleidooi of belijdenis pro-homohuwelijk behoort zo
tot de noodzakelijke parafernalia van de authentieke Vlaamse of flamingante
anti-fascist
.
Deze
politieke recuperatie van het homohuwelijk als herkenningscriterium voor
deugdelijk politiek denken, is een bijzonder verschijnsel. De cijfers
over de spreiding van de 2100 homohuwelijken in België leert dat
er jaarlijks in Antwerpen stad alleen al meer dan 500 voltrokken worden,
tegen slechts een ruime 300 in Brussel en in Wallonië. Meer dan twee
derde van de homohuwelijken in België zijn “Vlaams”.
Het
is bij gevolg zeer zeker verantwoord de vraag te stellen of veel standpunten
pro-homohuwelijk niet samenhangen met anti-Vlaams Belang profilering.
Een
artificiële samenleving
Menselijke homoseksualiteit doet ten dele beroep op kunstmatigheid, en
daarom is het interessant het debat over het homohuwelijk te vergelijken
met dat over genetisch gemanipuleerde voeding.
Tegenstanders
van het homohuwelijk, blijken soms voorstanders van GGO’s en omgekeerd.
Dit gebrek aan consequentie in denken is opmerkelijk. Logischer lijkt
dat wie voorstander is van een “natuurlijke” samenleving,
zowel tegen het homohuwelijk als tegen GGO’s is, wegens “artificieel”,
en omgekeerd dat wie geen problemen heeft met kunstmatigheden en met human-engenering,
voorstander is van beide.
Het
denken over het homohuwelijk kan niet gescheiden worden van de vraag hoeveel
kunstmatigheid de mens en de menselijke waardigheid verdragen kan. Radicaal
afwijzen is zeker niet de beste manier om met vernieuwing om te gaan,
blindelings volgen van elk nieuw technisch snufje evenmin. Kritisch en
open wikken en wegen, zonder voorbarigheid en met verantwoorde voorzichtigheid
de mogelijkheden afwegen, lijkt de betere houding.
Een
dubbele omvorming
Homorechten als “teken van beschaving”
Ik heb het al vermeld: homorechten zijn nodig, maar niet noodzakelijk
onder de vorm van een homohuwelijk. Het homohuwelijk is zelfs vooral een
symbooldossier, omdat er geen internationale eenduidigheid is over de
inhoud ervan. Daarom is het ook onmogelijk te stellen dat “het homohuwelijk”
de beste manier is om homorechten in de wetgeving in te schrijven.
Geregistreerd partnerschap
Op gebied van rechtsgevolgen kan een geregistreerd
partnerschap alle regelingen omvatten waar homoseksuele paren
nood aan hebben. Het voordeel van deze benadering is dat men daadwerkelijk
de vraag stelt: “Aan welke wettelijke bepalingen is er behoefte
?”. Uit het beantwoorden van die vraag zou kunnen blijken dat de
rechten in een samenlevingscontract niet noodzakelijk die van het burgerlijke
huwelijk behoren te spiegelen. Wat telt, is dat de rechtsgevolgen adequaat
zijn in functie van de behoeften.
Begeleidingsdiensten of -centrum
Wanneer het mogelijk is homoseksualiteit ten dele problematisch te noemen
voor de betrokkenen, zonder daarbij heteroseksuelen te culpabiliseren,
dwz wanneer het mogelijk is een problematiek te benoemen die volgt uit
de kenmerken van homoseksualiteit zelf, is de vraag verantwoord welke
zorg-initiatieven de samenleving nog behoort te nemen naast het louter
invoering van een samenlevingscontract.
Zo
zou een “Begeleidingscentrum voor homoseksualiteit in de samenleving”
hulp kunnen bieden aan holebi-jongeren die “in de knoei” zitten
met hun seksuele geaardheid, het zou ouders van homoseksuele kinderen
kunnen helpen met hun aanvaardingsproces, het zou als eerste lijn voor
en in samenwerking met CGKR klachten over discriminatie kunnen ontvangen,
het zou kinderen opgevoed door homoparen kunnen opvolgen en daarover gegevens
verzamelen en het zou sensibiliseringscampagnes kunnen organiseren om
de aanvaarding van homoseksualiteit te bevorderen. Zulke initiatieven
vragen wel de erkenning van het “anders-zijn” van homoseksualiteit.
Homo-adoptie
Wat betreft adoptie door homoparen, kan het goed zijn na te gaan of een
criterium als “noodsituatie” aan de wet moet worden toegevoegd,
omwille van het niet- hypothekeren van de ontwikkeling van de kinderen
in homoseksuele gezinnen. Op dat vlak is er immers geen uitsluitsel op
basis van objectieve gegevens.
Weg
van symbooldossierbekrompenheid
Het debat over homorechten zit vast in de polarisering tussen religieus
fanatisme dat homoseksueel gedrag wil vervolgen enerzijds,
en de vanzelfsprekendheid
van de “Nieuwe Orthodoxie” die leert dat het
homohuwelijk (en het homohuwelijk alleen) een teken
van beschaving is. Elke genuanceerde dialoog wordt daardoor
versmacht, wat misschien wel de bedoeling is van de gender-fundi’s,
namelijk een machtsspel spelen ipv communicatieve oplossingen zoeken.
Het
doctrinair aspect van “Nieuwe Orthoxie” komt goed tot uiting
in dit citaat van Kees Waaldijk:
“Juist
op het vlak van de symboliek zijn er allerlei argumentendie
ervoor pleiten om te komen tot een homohuwelijk dat in niets
afwijkt van zijn heteroseksuele tegenhanger. Elke
heteroseksuele exclusiviteit van het huwelijk - al is het
slechts het etiket 'gehuwd' -is een grievende belediging
aan het adres van vrouwen en mannen met een op het eigen geslacht
gerichte relationele voorkeur. Van jongs af aan moeten zij kunnen
ervaren dat hun eventuele relaties evenveel maatschappelijke erkenning
genieten als die van wie dan ook. Bovendien moeten ook zij
tegen het huwelijk kunnen protesteren door te weigeren er aan mee
te doen. Er zal daarom ooit een einde moeten komen aan de
situatie dat de wetgever een bepaalde Status alleen maar beschikbaar
stelt aan heterostellen. Of om het in de door Jaap Friso in zijn artikelenserie
'Het homohuwelijk voorbij' in Homologie onsterfelijk gemaakte woorden
van Foucault te zeggen: Il n'y aura pas de civilisation tant
que le mariage entre hommes ne sera pas admis'.”
Wie genuanceerd en kritisch nadenkt over homorechten loopt een groot risico
op verkettering en “excommunicatie”, ofwel van de kant van
fundamentalistische godsdiensten, ofwel van de kant van “verlichtingsfundamentalisten”
die zich op zeer arrogante wijze de rechten op de menselijke beschaving
toe-eigenen. Van die symbooldossierbekrompenheid kunnen we ons best ontdoen.
We
kunnen ons beter toeleggen op kritisch ethisch denken, op het analyseren
van feiten en objectieve gegevens, op dialoog met wie legitieme verzuchtingen
verwoordt. Uit zulk creatief overleg en zulke nauwgezette studie kan niet
anders dan een passend en adequaat antwoord groeien op de vraag: “Hoe
gaat een vredelievende samenleving best om met haar homoseksuele minderheid
?”.
Deze
tekst in PDF
|