CITATEN
UIT DE KIESWET
(Bron:
Juridat)
Wie
zich niet aanmeldt bij het kiesbureau, zijn opkomstplicht
niet vervult, en dus de Belgische kieswet overtreedt, is in
principe strafbaar met volgende sancties:
TITEL VI SANCTIE
OP DE STEMPLICHT.
Art. 207. Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen
deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording,
aan de vrederechter doen kennen.
(Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve
beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan
de stemming te kunnen deelnemen.) <W 05-07-1976, art. 69>
Art.
208. <W 18-07-1991, art. 7> Er wordt geen vervolging
ingesteld wanneer deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter,
in overeenstemming met de procureur des Konings.
Art.
209. (Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van
de gekozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers
die niet aan de stemming hebben deelgenomen en wier verschoning niet
is aangenomen.) <W 18-07-1991, art. 8>
(Deze kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank,
die, het openbaar ministerie gehoord, beslist zonder mogelijkheid van
hoger beroep.) <W 05-07-1976, art. 70>
Art.
210. Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naar gelang
van de omstandigheden gestraft met berisping of met geldboete (van vijf
tot tien frank.) <W 30-07-1991, art. 46, 1°>
(Bij herhaling is de geldboete tien frank tot vijfentwintig frank.)
<W 30-07-1991, art. 46, 2°>
Vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken.
(Lid opgeheven) <W 30-07-1991, art. 46, 3°>
(Onverminderd de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, indien de
niet gewettigde onthouding ten minste vier maal voorkomt binnen vijftien
jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende
die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een
openbare overheid.) <W 30-07-1991, art. 46, 4°>
In de gevallen van dit artikel kan (geen uitstel van de tenuitvoering
van de straf worden verleend.) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 42>
Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden
na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden gedaan bij eenvoudige
verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.