Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

DIGNITADOC

 

 

 

 

 

 

     

CITATEN UIT DE KIESWET

(Bron: Juridat)

Wie zich niet aanmeldt bij het kiesbureau, zijn opkomstplicht niet vervult, en dus de Belgische kieswet overtreedt, is in principe strafbaar met volgende sancties:


TITEL VI SANCTIE OP DE STEMPLICHT.
Art. 207. Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter doen kennen.
(Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen.) <W 05-07-1976, art. 69>

Art. 208. <W 18-07-1991, art. 7> Er wordt geen vervolging ingesteld wanneer deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings.

Art. 209. (Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de gekozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en wier verschoning niet is aangenomen.) <W 18-07-1991, art. 8>
(Deze kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, het openbaar ministerie gehoord, beslist zonder mogelijkheid van hoger beroep.) <W 05-07-1976, art. 70>

Art. 210. Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft met berisping of met geldboete (van vijf tot tien frank.) <W 30-07-1991, art. 46, 1°>
(Bij herhaling is de geldboete tien frank tot vijfentwintig frank.) <W 30-07-1991, art. 46, 2°>
Vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken.
(Lid opgeheven) <W 30-07-1991, art. 46, 3°>
(Onverminderd de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, indien de niet gewettigde onthouding ten minste vier maal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid.) <W 30-07-1991, art. 46, 4°>
In de gevallen van dit artikel kan (geen uitstel van de tenuitvoering van de straf worden verleend.) <W 26-06-1970, art. 1, § 1, 42>
Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden gedaan bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.