Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

DUURZAAM BELGIË

 

 

 

 

 

 

     

 

LIEVER BELGIË

 

1. De Belgische meerwaarde
België is een land met een prachtige verscheidenheid, zowel cultureel als geografisch. De landschappen zijn er divers, ook de culturen die er leven en de mensen die er wonen. Belgen zijn erg verschillend in levensovertuiging en in afkomst.

Deze diversiteit is tegelijk een rijkdom en een uitdaging. Uit diversiteit kunnen nieuwe culturele elementen geboren worden, maar zulk een verscheidenheid vraagt ook verdraagzaamheid en een beheersing van de kunst van het samen-leven. Of het daarbij over taalverschillen, culturele of levensbeschouwelijke verschillen gaat, is principieel bijkomstig, belangrijk is dat deze grote diversiteit uitnodigt tot het ontwikkelen van een verdraagzame multiculturele samenleving op basis van het concept “multicultureel burgerschap”, met de mensenrechten sterk in het centrum van de aandacht.

Historisch gezien is echter de taalverscheidenheid in België belangrijk, en daarom is multicultureel burgerschap ondenkbaar zonder voorafgaand onderling respect van en tussen de taalgemeenschappen. Of anders: in België begint de multiculturele samenleving bij goede contacten tussen de burgers ondanks de taalverschillen. Taalvrijheid is een Belgisch grondrecht.

Een Belgisch nationalisme kan dan ook niet anders dan een gematigd nationalisme zijn, multicultureel naar binnen, op internationale samenwerking gericht naar buiten, of korter: een vredelievend nationalisme voor zowel binnen- als buitenland. Dit concept van gematigd en vredelievend Belgisch nationalisme sluit nauw aan bij de Belgische traditie van de humanitaire verzorgingsstaat waarbij sociale zekerheid en respect voor mensenrechten een centrale plaats innemen, zodat bij voorbeeld onderwerpen als “gelijk loon voor gelijk werk” en “solidariteit” geen loze begrippen zijn.

Tot de Belgische tradities behoort zelfs een soort ironiserend “anti-nationalisme”, welk op zich als positief kan beschouwd worden omdat het zich afzet tegen chauvinisme en fanatiek patriottisme, maar ook tegen onverdraagzaam regionalisme. Eigenaardig genoeg is deze goed begrepen zin voor ironie en zelfs surrealisme een belangrijke Belgische troef, omdat die relativerend werkt, en behoedt voor fanatisme.

Juist omwille van die uitdagende diversiteit, die tevens onze rijkdom is, betekent België een opportuniteit, een buitenkans, om de kunst van het vredelievend samen-leven in praktijk om te zetten. En, wie weet, misschien ooit tot inspiratie en voorbeeld te kunnen dienen voor andere probleemgebieden in de wereld. Als een soort “vredeszone” in een wereld waarin een geweldpandemie heerst. Bij het inschatten van de welvaart is het daarom nodig rekening te houden met indexen die welzijn in kaart brengen zoals het bekende DNI (Duurzaam Nationaal Inkomen): het is mogelijk dat BNP en DNI zelfs tegengestelde bewegingen maken.

De verschillende regio’s in België, de provincies, de gewesten Vlaanderen en Wallonië zijn merkwaardig complementair. Het zuiden van België is groener en kan dit nog verder ontwikkelen, omwille van de ecologie natuurlijk, maar ook omwille van toerisme. Andere streken lenen zich dan weer beter tot industriële activiteit, bij voorbeeld door hun bereikbaarheid. Ook gewoonten en temperamenten verschillen van streek tot streek, waardoor het ene het andere in evenwicht houdt.

Ondertussen is Brussel de hoofdstad van Europa geworden, een prestige dat afstraalt op het hele land. Daardoor ontwikkelt onze hoofdstad een specifieke eigenheid van wereldstad die het landelijke of provinciale karakter van de andere regio’s mooi aanvult.

Belgische producten genieten bekendheid omwille van hun kwaliteit. Daarbij moeten we niet alleen denken aan Belgische chocolade of Belgisch witlof, , maar ook aan de degelijkheid van het Belgische onderwijs, en dus ook van haar afgestudeerden, aan de degelijkheid van het Belgische wetenschappelijk onderzoek, aan de hoge productiviteit van de werknemers, aan de bekende kunstenaars, aan de kwaliteit van de operahuizen, Belgische atleten en Belgische mode-ontwerpers, en natuurlijk de kwaliteit van de Belgische orkesten en de Belgische vioolschool. De Koningin Elisabeth Wedstrijd is wereldvermaard.

Jammerlijk zijn sommige daarvan aangetast door versnippering en populisme ten gevolge van de huidige staatshervorming. Het komt er dan ook op aan in België talent te blijven ontwikkelen en ervoor te zorgen dat dit talent in de eerste plaats in België zelf een toekomst heeft. Positieve discriminatie op basis van nationaliteit is een daartoe voorzichtig en verantwoord te onderzoeken denkpiste, meer bepaald om ontworteling, vervreemding, brain-drain en afbraak van de verzorgingsstaat te vermijden.

De Belgische economie is evenals het wegennet, sterk vervlochten, en levert kwaliteit. Omgekeerd komt de sterke uitstraling van België onze economie ten goede, bereikt België meer mensen en beschermt beter tegen de negatieve effecten van de globalisering dan een kleinschalige regio ooit zou kunnen doen.

Diversiteit, kwaliteit, humanitarisme, vredelievendheid en zelfrelativering vormen samen een meerwaarde van België, een meerwaarde die we best blijven koesteren.

 

2. Een historische fundering
België is als natie niet arbitrair en vormt in zekere zin een natuurlijke historische eenheid. Afgaande op de kaartenvan Caesar, vormden de Belgische stammen een totaliteit, wat onderscheiden van de rest van Gallië : "Gallië is verdeeld in drie delen, waarvan er één bewoond wordt door de Belgae, een ander door de Aquitaniërs, een derde door hen die zichzelf in hun taal Kelten noemen, maar die wij Galliërs noemen", (Caesar "De Bello Gallico"). De taal was Keltisch met Germaanse invloeden, er was een reeds intensieve handel met Brittannië. Het begrip “Belgae ” wordt door Caesar "als eerste" (het woord is zelfs van voor-Keltische oorsprong) gebruikt: het beantwoordde aan een historische realiteit. De Belgische stammen waren gerangschikt van Oost naar West, van het binnenland richting Noordzee. Het huidige Nederland was minder bevolkt.

Na de verovering van Gallië bakenden de Romeinen een provincie "Belgica" af. Deze werd na de val van het Romeinse Rijk opgenomen in het Frankische . Bij de splitsing van dit Frankische Rijk, liep de grens volgens een Noord-Zuid-as aan de Oostelijke grens van het graafschap Vlaanderen (en dus dwars op de huidige taalgrens). Tegen 1300 echter werden de oude grenzen opnieuw duidelijk: Vlaanderen, Henegouwen, Brabant, Luik en Luxemburg vertonen een gezamenlijk gebied dat "Belgisch" lijkt. Wanneer de Bourgondiërs erg kortstondig de Noordelijke Nederlanden bij de Zuidelijke voegen, ontstaat de "Leo Belgicus", die echte vrijwel onmiddellijk uiteenvalt door de "Bello Belgico", de godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten.

Het Congres van Wenen, waarbij na de nederlaag van Napoleon in Waterloo Europa werd hertekend en dat kaderde in de reactionaire politiek van Klemens von Metternich die de democratisering van Europa wou tegengaan (waartoe ook de Heilige Alliantie werd opgericht), voegde op aanvraag van Willem I van Oranje het gebied, dat toen al "België" werd genoemd, bij Nederland. Dit was een ernstige vergissing, want Nederland en België beantwoordden ondertussen aan een totaal verschillende historische achtergrond: protestant tegenover katholiek, een scheiding als gevolg van de godsdienstoorlogen, en bovendien kwam deze "eenheid" in de eerste plaats tegemoet aan Nederlandse machtsaanspraken. Maar ook daarvoor had er nooit een echte eenheid tussen Nederland en België bestaan. Zeer snel groeide tegen dit "Verenigde Koninkrijk der Nederlanden" protest in Belgische burgerlijke en katholieke middens, zodat uiteindelijk een proletarische opstand (als onderdeel van de democratiseringsgolf die in 1830 door Europa ging), verspreid over het hele Belgische grondgebied en tegen schrijnende armoede gericht, zich bij de Belgische Revolutie kanaliseerde tegen het reactionaire en despotische bewind van Willem I, met de stichting van het huidige België als gevolg.

België draagt dus de erfenis van de Verlichting en beantwoordt aan een historische realiteit als volwaardige natie.

 

3. Verspilling van middelen vermijden
Middelen zijn schaars, tijd en energie beperkt. Als we onze inspanningen willen aanwenden om het algemeen welzijn in België te verbeteren, is het nodig deze tijd en middelen kieskeurig aan te wenden, en verspilling en versnippering te vermijden.

Communautaire twisten zijn zulk een vorm van verkwisting en verspilling. België bestaat als natie-staat, waarom zouden we dat moeten veranderen? Alle energie die we daarin zouden steken, is verloren voor goede doelen.

Voor een ontbinding van België is er overigens geen democratische meerderheid te vinden, hoewel de druk van ondemocratische lobby-groepen wel groot is. Maar het is duidelijk: een meerderheid is voor het behoud van België. België is bovendien te klein om te splitsen: we hebben elkaar broodnodig. België splitsen of ontbinden heeft alleen min-waarde.

Een afbouw van gewest- en gemeenschapsbevoegdheden , waarvan de overvloed nu veroorzaakt dat er verschillende overheidstaken in meervoud worden waargenomen - met alle onenigheid en verspilling van dien - zou kunnen leiden naar een meer efficiënt aanwenden van de beschikbare middelen. Het behoud van de federale structuur is anderzijds een goede zaak: die houdt het nationalisme gematigd en biedt de gemeenschappen de mogelijkheid om specifieke en eigen problemen zelf op te lossen.

Eindeloze communautaire debatten of zelfs sabotage zijn tijd- en energieverspilling, en vooral een zelfvervullende voorspelling. Daarom kan best kordaat gesteld worden dat België een natie-staat is en blijft, en dat het ontwerpen van een welzijnspolitiek de hoogste prioriteit is.

 

4. Vlaams-nationalisme is onverdraagzaam en ondemocratisch
Het Vlaams-nationalisme heeft zijn historsiche wortels in de reactionaire strijd tegen democratie, moderniteit en secularisering, tegen de Verlichting. Er bestaat dan ook niet zoiets als een verdraagzaam of een democratisch Vlaams-nationalisme, in welke politieke partij het zich ook manifesteert.

Op één of andere manier is Vlaams-nationalisme steeds gebaseerd op het streven naar monocultuur en op vijandigheid tegenover “het andere”. Dit kan op etnische gronden of op culturele, maar de afwijzing van het “niet-Vlaamse” of “on-Vlaamse” is inherent aan Vlaams-nationalisme. Racisme en Vlaams-nationalisme zijn dan ook onverbrekelijk met elkaar verbonden. De flamingante stelling dat "Walen moeilijker integreren dan migranten" is niet alleen xenofoob, maar ook misantroop. Het a priori "Wat we zelf doen doen we beter", komt voort uit een beeld van "De Vlaamse aard" en is bij gevolg eveneens een expressie van een onverdraagzaam denken: er bestaat geen enkele vanzelfsprekendheid dat Vlaanderen beter zou worden door een Vlaamse onafhankelijkheid. Ook het zogezegde "politieke" Vlaams-nationalisme is onverdraagzaam: het gaat ervan uit dat er voor een Vlaming maar één mogelijke aspiratie tot nationale identiteit bestaat, namelijk de Vlaamse. Het "links-liberale" of politieke Vlaams-nationalisme gaat uit van de dwangmatige vooronderstelling van het niet-bestaan van België ("Vlaanderen in Europa"). De meningsverschillen tussen verschillende interpretaties van Vlaams-nationalisme, zijn niet meer dan schijn-ruzies die "ongemerkt" de indruk moeten versterken dat er een consensus bestaat over de noodzaak aan "meer Vlaanderen" .

Dat de Vlaams-nationalistische onverdraagzaamheid zich ook tegen Vlamingen richt, blijkt onder meer uit de categorie die pro-Belgische Vlamingen toebedeeld krijgen door flaminganten: “collaborateurs”. Omgekeerd blijkt elke bewonderenswaardige prestatie boven de taalgrens het werk van een "Vlaming", alles wat misloopt, is daarentegen het werk van (Nederlandstalige) Belgen. Vlaams-nationalisten willen “Het Nederlands” promoten, wat tot gevolg heeft dat Vlamingen “Vlaamse (Nederlandse) Kunst” moeten maken en bij voorkeur vriendjes moeten worden met Nederlanders (anderzijds is het dan weer verwonderlijk dat het Vlaams-nationalisme aanleunt bij organigisme en bij conservatief-USA: zo "Vlaams" is dat nu ook weer niet). De Vlaams-nationalistische onverdraagzaamheid treft dus evenzeer “on-Vlaamse” Vlamingen als Walen of migranten. De communautaire tegenstelling is niet zo zeer een conflict tussen "De Vlamingen" en "De Walen", maar wel een conflict tussen flamigante en niet-flamingante Vlamingen.

Sommige flaminganten blijken bijzonder gehaast en willen een “onverwijlde splitsing van België”. Vlaanderen moet “Vlaams” blijven, anders heeft een Onafhankelijk Vlaanderen geen zin meer. Zo ontstaat het gevaar op racistisch of gewelddadig cultuurpessimisme. Andere flaminganten verkiezen een “geïntegreerde” (lees: geassimileerde) migrant boven een “collaborerende” autochtone Vlaming, en voeren bij bijvoorbeeld daartoe een "Marokkaanse Vlaming" ten tonele op de IJzerbedevaart. Het bewaren en promoten van "De Vlaamse Identiteit" is voor alle Vlaamse-nationalisten een topprioriteit, ieder op zijn manier: door verdrijven of onderdrukken van het vreemde of door assimilatie ervan. Als er al een Vlaamse identiteit bestaat, luistert ze naar de naam van “conformisme”.

Een natie-staat die gebouwd wordt op die logica, die voortkomt uit die denkwijze, kan niet anders dan onverdraagzaam zijn. Een Onafhankelijk Vlaanderen zal noodzakelijk een onverdraagzaam Vlaanderen zijn

"Het Vlaamse volk" bestaat niet en "De Vlaming" is een stereotype. Eigenaardig genoeg denken flaminganten dat Vlamingen het altijd en over alles eens zijn (en wie het niet eens is, zoals hierboven reeds vermeld, is een “collaborateur”, dus geen “echte” Vlaming). Wat “De Vlaming” meent, wordt zo de stem van “Het Volk”. “Zelfbeschikking der Volkeren” levert bovendien een ongepaste motivering voor Vlaams-nationalisme, omdat Vlaanderen geen gekoloniseerd gebied is. Separatisme betekent omwille van de inherente onverdraagzaamheid, een schending van de mensenrechten. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de kopstukken van het Vlaams-nationalisme de legitimiteit van de mensenrechten ontkennen ("mensenrechtennegationisme”).

Een Onafhankelijk Vlaanderen wordt niet alleen gemotiveerd door etnisch/cultureel fundamentalisme (flamingantisme is een religie, met een eigen mythologie en eigen rituelen zoals de IJzerbedevaart), maar ook door economisch fundamentalisme: de stopzetting van de transfers heeft niet tot doel dit vrijgekomen geld aan de burgers uit te keren, maar wel om het te besteden aan loonmatiging, zodat het geld van de transfers naar de superrijke Vlamingen kan gaan, in plaats van naar behoeftige Walen. Binnen een Onafhankelijk Vlaanderen hopen de Vlaams-nationalisten ook meer greep op de vakbonden te krijgen en gemakkelijker de verzorgingsstaat te kunnen ontmantelen. Dat er in verhouding meer flaminganten zijn bij Vlaamse ondernemers dan bij de rest van de bevolking, hoeft niet echt te verbazen.

De vraag is ook waar separatisme eindigt. Als je apart grondgebied voorziet op basis van taal, waarom dan niet op basis van levensbeschouwing, seksuele geaardheid, culturele voorkeur, enz. Uiteindelijk eindigt ieder in zijn privé-staatje van één vierkante meter groot.

Brussel ligt in Vlaanderen. Wat te doen met alle anderstaligen in Brussel? Of moet Brussel een stadstaat worden? Of een deel van Wallonië? Kan Brussel in een Vlaams-nationalistisch scenario nog de hoofdstad van Europa blijven? Kleine details voor flaminganten. Evenals het feit dat de meerderheid van de Vlamingen helemaal geen Onafhankelijk Vlaanderen wil.

 

5. "Links" is beter Belgisch
Er bestaat dus geen democratisch Vlaams-nationalisme, en aangezien “links” in principe universalistisch is, kan men het zo genaamde “Links-flamingantisme” probleemloos een contradictio in terminis noemen, onverdraagzaam zoals elke vorm van Vlaams-nationalisme dat is.

Respect voor Vlaams-minnendheid is een heel andere zaak dan Vlaams-nationalisme. Ieder heeft recht op eigen cultuur, maar niemand heeft het recht op fundamentalisme, dit is: de eigen cultuur op te leggen aan anderen. Daarom is verzet tegen elke vorm van taaldiscriminatie een deel van de algemene progressieve strijd tegen discriminatie, maar is anderzijds Vlaams-nationalisme onverzoenbaar met het linkse en vooruitsterevende ideeëngoed.

Men kan extreem-rechts niet bestrijden door het te promoten. Wie voortdurend een verhaal verkondigt dat “goedkoop” het allerbelangrijkste is, ongeacht de kwaliteit, moet er niet van opkijken wanneer extreem-rechts vertelt dat “Vlaanderen goedkoper is dan België”. Ik zie ook weinig verschil tussen reality-programma’s waarbij deelnemers weggestemd worden, waarbij die elkaar met achterbakse truuken moeten wegwerken, en de afwijzing van solidariteit of het “aanpassen of opkrassen” bij extreem-rechts. Wie populisme zaait, zal populisme oogsten.

Wat goed is voor België, is ook goed voor Vlaanderen, maar niet omgekeerd. Links Belgicisme is Drie-slag: tegen Vlaams separatisme, tegen Belgisch conservatisme en tegen extreem-rechts populisme. Zulk een veelvuldig project vormt ook een meerwaarde voor België. We kunnen dus hopen op en pleiten voor een samenwerking op Belgisch niveau voor de progressieve partijen en progressief-gezinden: een Belgisch-links-humanistisch platform.

Het hoofddoel is een algemeen welzijnsbeleid, waarbij mensenrechten centraal staan en richtinggevend zijn in een vredelievende maatschappij, waarin multicultureel burgerschap ethisch en legaal omarmd wordt, en waarbij natuurbescherming, dierenrechten en emancipatie één eenheid vormen, een Duurzaam België.

 

Lees ook op Actua Belgica:

Reeks: Naar een modern België

De Vlaamse Pest

Fier&Anti-flamingant

CD&Vaticaan

De Egyptische Leeuw

Kordaat verzet tegen de Forza Flandria