Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

 Studies in geweldloze politiek - 2006

LIEVER STEMRECHT DAN STEMPLICHT
Over de opkomstplicht in België

 

België kent als één onder weinige nog steeds de opkomstplicht bij verkiezingen. Deze opkomstplicht is ondemocratisch en wordt vooral uit eigenbelang en met de zelfgenoegzaamheid van de macht door haar voorstanders verdedigd. Er zijn voldoende redenen om deze Belgische opkomstplicht uit de Belgische kieswet (van 1894) te schrappen, als eerste stap naar een meer communicatieve democratie.

Schending van de privacy
Met sommige van de bezwaren tegen de opkomstplicht zal u misschien instemmen, andere zal u misschien afdoen als niet ter zake of zelfs als belachelijk. Op dezelfde manier echter, als de argumenten om een stem uit te brengen op deze of gene partij, behoren deze bezwaren tot de intimiteit van mijn privacy . Deze privacy wordt echter geschonden vanaf het ogenblik dat ik verplicht wordt mijn keuze openbaar te verantwoorden, weze het de keuze voor een bepaalde politieke partij, weze het de keuze om desgevallend niet te stemmen. Wie niet gaat stemmen loopt het risico voor de politierechtbank te moeten verschijnen, die daardoor de privacy van de burgers schendt. Opkomstplicht betekent dat wie niet gaat stemmen, strafbaar is wegens een overtreding van de Belgische kieswet.

Om keuzevrijheid van de burgers te beschermen is de opkomst voor de stemming verplicht en geheim: het geheim karakter van de stemming zou haar vrijheid garanderen, de opkomstplicht zou dan weer de geheimhouding, en dus ook haar vrijheid, moeten waarborgen.

De burger heeft de mogelijkheid deze geheimhouding te doorbreken, bijvoorbeeld in een interview, in een exit-poll, of door weg te blijven op de stembusgang. Wie blanco stemt zou dus zo geheim houden dat hij niet wil of kan kiezen in het aanbod op de kiesbrief. Het vermijden dat men gevaar kan lopen bij het openbaar maken van zijn politieke keuze, het respect dus voor deze openbaarheid van politieke of levensovertuiging, kan beter gegarandeerd te worden door een effectieve en vooral daadwerkelijk toegepaste anti-discriminatiewetgeving. De stemplicht legt een te grote nadruk op de genoemde geheimhouding, met een verwaarlozing van anti-discriminatie enerzijds en bestendiging van onverdraagzaamheid anderzijds tot gevolg.

Men kan zich inderdaad afvragen hoe onverdraagzaam onze samenleving wel is, wanneer bijvoorbeeld ambtenaren niet openbaar durven uitkomen voor hun politieke keuze uit vrees dat ze door die openbaarheid gecompromitteerd zouden worden, en bijgevolg veinzen dat ze geen politieke voorkeur zouden hebben, ook al weet iedereen dat ze uiteraard juist wel een bepaalde voorkeur hebben. Er is immers stemplicht, ook voor ambtenaren.

De stelling dat alleen een geheime stemming echt vrij is, welke geheimhouding het best gegarandeerd wordt door de opkomstplicht, is tevens misplaatst omdat het kies-aanbod noodzakelijkerwijze beperkt is, en zo onmogelijk tegemoet kan komen aan de behoefte van de kiezers aan politieke diversiteit. Daarmee komen we bij het volgende punt.

Vernedering van de burgers
Echt belangrijk is echter dat een blanco stem geen blanco stem is in de echte betekenis van het woord. Wie blanco stemt, verklaart zich eens met zijn medeburgers. De blanco stemmen worden samengeteld met de ongeldige stemmen en afwezigen. Het stemcijfer voor een partij bestaat uit de som van geldige stemmen voor die partij. "Blanco" heeft op zich geen waarde, zoals verwoord op de verkiezingssite voor de gemeenteraadsverkiezingen 2006:

"Blanco of ongeldige stemmen worden dus totaal genegeerd bij de zetelverdeling. Geen enkele lijst heeft er voordeel bij."

Maar ook geen nadeel. Stemmen op kleine partijen biedt alleen een uitweg als slechts een klein aantal dit doet, en, is eigenlijk niet echt eerlijk voor die kleinere partij. Vandaar ook een initiatief als het Antwerpse "NEE", dat lege zetels wil verzamelen om de kiezer in de mogelijkheid te brengen niet stemmen op de meerderheid. Sommigen stemmen op personen, onafgezien van de partij waarvoor ze opkomen. Dit is zelfbedrog, want een stem is altijd in de eerste plaats een stem voor een partij. Een voorkeurstem gooit de partij-poll wat door elkaar, dat is alles. In het Belgische kiessysteem kiest men tussen of voor partijen en programma's, niet tussen personen.

Voor wie zich niet kan vinden in het bestaande kies-aanbod, zoals ook deze mensen in Nederland, bestaat ook de weg van niet-stemmen. Die weg is echter door de Belgische kieswet, in tegenstelling tot de Nederlandse, verboden, waardoor de Belgische kieswet ondemocratisch wordt. Blanco stemmen worden beschouwd als "verloren" stemmen, en dit wordt goed in de verf gezet. Omdat blanco stemmen niet meetellen, hoeven politici geen rekening te houden met deze kiezers; omdat er opkomstplicht bestaat, zijn er veel niet-stemmers die, eenmaal in het stemhokje, toch kiezen uit het aanbod. De combinatie van opkomstplicht en het negeren van blanco-stemmen, stimuleert of dwingt een deel van de burgers ertoe politieke visies die zij verfoeien, toch te legitimeren. Dit is vernederend. Het is echter een vernedering waarvoor politici geen oog hebben, omdat zij zichzelf en hun partij zo fantastisch vinden, dat zij zich niet kunnen voorstellen dat er geen partij aanwezig zou zijn op de kieslijst waarin de kiezer zich niet zou kunnen vinden: je kan toch altijd de "juiste keuze" maken door op hén te stemmen.

In de periode tussen twee verkiezingen, het is een algemeen bekend feit, is de politieke klasse potdoof voor de verzuchtingen van de burgers. Sterker nog, hun wens dat men naar hen zou luisteren en dat men met hen enigzins rekening zou houden, wordt door sommige politici gezien als een neiging van de burger om de politiek "te commanderen". Potdoof, zelfs als de burgers overduidelijke signalen geven zoals bij grote betogingen. De regering zwicht niet voor (straat)protest, heet het dan. Jos Verhulst schrijft het zo:

"Deze mogelijkheid tot negatie van de meerderheidswil is volgens vele politici zelfs de expliciete bedoeling van het vertegenwoordigingssysteem. Zoals Annemie Neyts zei in verband met het stemrecht voor naturalisatieweigeraars: “Dat de meeste Vlamingen tegen zouden zijn, is geen argument. Of zeg je er dan meteen bij dat je geen verkozen politici meer nodig hebt?” (HUMO 07 10 03, p.11)."

Ik ben geen voorstander van directe democratie noch van BROV, zoals Jos Verhulst, maar wel van een communicatieve democratie, die ik omschrijf als een verdiepte of geoptimaliseerde representatieve democratie waarbij multicultureel burgerschap centraal staat.. De uitspraak van Annemie Neyts echter hoort zelfs niet thuis in de idee van de vertegenwoordigende democratie, maar wel in het gedachtengoed van het politieke corparatisme (politiek onder, door en voor "collega's") en van de particratie. Zelfs bij een representatieve democratie is het de bedoeling dat de verkozenen hun kiezers vertegenwoordigen, waardoor een discrepantie tussen een consensus binnen de bevolking en die binnen de poltieke klasse, per definitie een democratisch probleem zou moeten betekenen. De door Annemie Neyts in het citaat verdedigde regeringsvorm, is een volmachtenregering in noodsituaties, welke niet onmogelijk, maar wel de uitzondering is, en dan nog enkel na expliciete legitimering van de kiezer.

Veel belangrijke maatschappelijke veranderingen werden dan ook op gang gebracht door protest in de bevolking en niet door politieke partijen. Gandhi, ML King, Nelson Mandela, nudisme, vrouwenrechten, ... maakten deel uit van evoluties in de maatschappij waar de politieke consensus geen oog voor had.

Enkele weken voor een kiesdag wordt de kiezer gewekt uit de anders zo gewenste politieke apathie, door allerlei "Doe de stemtest"-shows, die hem door middel van rationele overtuigingskracht moeten doen stemmen op wat, volgens de mening van de programmamakers, de "juiste" partij is of zou kunnen zijn. Eénmaal de kiesdag voorbij is weer elke vorm van politiek bewustzijn ongewenst, tenzij het de regering naar de mond praat. De mening van de burger, die op dat ogenblik weer op geen manier telt, wordt door diezelfde politici tijdens de verkiezingsperioden opgeëist in naam van de opkomstplicht.

Door de opkomstplicht worden de burgers twee maal vernederd.

In afwachting van de definitieve afschaffing van de opkomstplicht in België, hebben we, naar het voorbeeld van de gewetensbezwaarden voor de militaire dienstplicht in de jaren zeventig en tachtig, een statuut nodig voor wie om morele redenen niet wil gaan stemmen. Ook een gedoog-beleid, zoals in het abortusdossier of het drugs-beleid, kan ondertussen een oplossing bieden voor al wie om ethische of andere redenen niet wil stemmen.

Het in rekening brengen van " Blanco" als geldige stemmen op een onbestaande lijst, zou een waarde geven aan wie het bestaande politieke aanbod ontoereikend of zelfs aanstootgevend vindt, en er zich op geen manier in kan vinden. Het zou politieke partijen ertoe aanzetten zich niet van de burger te vervreemden: wie op dit ogenblik niet akkoord is met (een consensus of een onderlinge afspraak in) het kiesaanbod, telt niet mee. Het gaat niet over een kleine minderheid: wanneer we de afwezigen optellen bij "blanco en ongeldig", komen we aan 16% van de stemgerechtigde bevolking (in 2004 waren er 6489991 geldige stemmen op 7552240 stembrieven), een representatief aantal, zelfs ondanks de opkomstplicht.

Een systeem met gewicht voor blanco stemmen en zonder opkomstplicht, is beter en meer democratisch dan een systeem met opkomstplicht en zonder weging van de blanco stemmen.

Anti-democratische politieke cultuur
De stemplicht is geen “superdemocratie”, wel in tegendeel, zij is een uiting van gebrek aan democratie. De voorstanders van de stemplicht zijn slechts in schijn de mening toegedaan dat elke burger een waardevol oordeel heeft, maar dat hij spijtig genoeg soms te lui is dit oordeel kenbaar te maken. Om een of andere mysterieuze reden is de burger volgens hen feilloos in staat de bekwame politici te selecteren en een geschikt programma te benoemen.

Anderzijds zijn diezelfde voorstanders van de stemplicht vaak tegenstanders van het referendum (zoals we nog recent konden vaststellen bij de "goedkeuring" van de Europese Grondwet). Bij een referendum vrezen zij het oordeel van burger, dat zij tevoren nog betrouwbaar achtten. In het algemeen hebben voorstanders van de stemplicht een negatief en wantrouwig beeld van de burger. Naar hun mensbeeld is de burger dom en weet die niet wat goed voor hem is. Daarom moet hij verplicht worden tot van alles en nog wat.

Waarom moet die zogezegd onbetrouwbare, manipuleerbare, domme burger verplicht worden om te gaan stemmen, dus verplicht worden om zijn voorondersteld dom en onbetrouwbaar oordeel kenbaar te maken? Waarom zou het oordeel van de burger in een referendum of andere, dom zijn, maar tijdens de verkiezing waardevol? De stemplicht wordt alleen verdedigd door wie denkt zelf, door manipulatie of traditie, voordeel te halen uit het bestaan van de stemplicht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de stemplicht slechts bestaat in landen met een sterke nadruk op volgzaamheid en conformisme, zoals onder meer het huidige België.

Wie in België door de interne partij-poll bovenaan de lijst werd gezet, is er zeker van een politiek mandaat te bekleden, indien zijn partij behoort tot de grote partijen tenminste. Door het bestaan van de stemplicht zijn erg grote politieke “aardverschuivingen” onwaarschijnlijk, en de job-zekerheid van de kandidaten bovenaan de lijst is gegarandeerd. Er is dus zeker eigenbelang bij wie de stemplicht verdedigt.

Omwille van de particratie, heeft de stemplicht tot gevolg dat bepaalde sociale, levensbeschouwelijke of economische lobbygroepen zeker zijn van hun vertegenwoordiging.

De stelling dat sociaal zwakkeren en vrouwen benadeeld worden door de afschaffing van de opkomstplicht, is een mooi voorbeeld van een argumentatie uit eigenbelang van politici en partijen die vrezen dat hun traditioneel kiespubliek niet zal opdagen. Dit probleem kan de overheid opvangen met sensibiliseringscampagnes om de kiesbereidheid te verhogen, waardoor het argument verdwijnt dat door de opkomstplicht de invloed van "geld" kleiner zou zijn. Om aan deze bezorgdheid tegemoet te komen is geen opkomstplicht nodig. Bovendien getuigt dit argument voor het behoud van de opkomstplicht van weinig respect voor degenen, van wie het de belangen beweert te verdedigen.

Ook stellen dat de opkomstplicht moet kunnen omdat ook de ophokplicht kan (?), je houdt het toch niet voor mogelijk, is een argument waarmee je alles tot burgerplicht kan verheffen. Was de ophokplicht dan geen noodmaatregel, en dan nog een waarvan de zin niet helemaal duidelijk is?

De stemplicht wordt dus, op zijn minst ten dele, verdedigd omwille van eigenbelang, niet omwille van de democratie.

Vervalsing van de kiesresultaten
De kieswet omvat inderdaad stemplicht en geen louter opkomstplicht. Wie zich aanmeldt bij het stembureau, stemt. Het aantal blanco-stemmen in België is veel kleiner dan het aantal niet-stemmers in het buitenland. Van de motivatie achter dit extra-aantal stemmen kan men echter het ergste verwachten.

Wie zich beklaagt over een lage opkomst, heeft op zijn minst dat cijfergegeven om over te klagen. De aanwezigheid van de stemplicht heeft daarentegen een “doofpot-effect”. Door haar aanwezigheid gaat een belangrijke informatie, nl. over de afwijzing van de politiek bij de bevolking, verloren. De stemplicht blokkeert de uiting van de kritiek op de overheid. In dezelfde zin kan men stellen dat de stemplicht de kiesresultaten vervalst.

Opkomst is een gevolg van betrokkenheid en daadwerkelijke inspraak, niet omgekeerd.

De opkomstplicht impliceert de gedachte dat de overheid en de politieke klasse principieel boven (ethische) kritiek verheven of onbekritiseerbaar zouden zijn, als een soort "uitverkoren" ethisch-politieke elite. Deze gedachte heeft iets bespottelijks: wie kan claimen "boven kritiek verheven te zijn"? Zoals in de vorige paragraaf reeds omschreven, is de opkomstplicht een uiting van een totalitaire logica en van een totalitaire politieke cultuur.

Onmogelijke combinatie met migrantenstemrecht
De combinatie van stemplicht voor Belgen met stemrecht voor migranten schept een echt absurde toestand. Voor alle duidelijkheid: het woord migrant duidt iemand aan die geen Belg is maar in België werkt en verblijft. Er zijn in België Nederlandse, Engelse, Franse, maar ook Japanse en Amerikaanse migranten. Door bovenstaande combinatie genieten deze migranten een dubbel voorrecht: dat van te kunnen stemmen, als ze dat wensen, en dat van niet ter verantwoording geroepen te worden door (voor) de politierechtbank omwille van een overtreding van de kieswet, als ze niet wensen te stemmen.

Ook in het buitenland verblijvende Belgen, die België soms in tientalle jaren niet meer hebben gezien, genieten stemrecht, maar zijn niet onderworpen aan de stemplicht, behalve dan heel recent voor de federale verkiezingen.

Europese dimensie
Sommige landen in de EU kennen de stemplicht, andere niet. De stemplicht is een schending van het gelijkheidsbeginsel binnen de EU, in het bijzonder bij Europese verkiezingen.

De Europese landen zonder stemplicht zijn niet minder democratisch en niet minder een rechtstaat dan België, integendeel. De stelling dat de toestand van de sociale zekerheid onlosmakelijk verbonden is met de aanwezigheid van de stemplicht, lijkt mij fout.


Besluit
De opkomstplicht, die in de feiten een stemplicht is, kan best zo snel mogelijk afgeschaft worden. Er zijn voldoende redenen om de afschaffing van de stemplicht te funderen:

De geheimhouding van de stemming moet een recht zijn, maar de verplichting tot geheimhouding, zoals zij zit vervat in de stemplicht, bestendigt de onverdraagzaamheid van de samenleving. Een burger ter verantwoording roepen omwille van “niet-stemmen” betekent een schending van zijn privacy, alsook van andere mensenrechten zoals het recht op vrije verplaatsing en van het gelijkheidsbeginsel. Nochtans is het geheim karakter van de stemming het belangrijkste argument dat de voorstanders van de opkomstplicht kunnen verzinnen.

De selectie van bekwame politici is een delicate aangelegenheid. Het is belangrijk dat burgers stemrecht hebben als zij dat wensen, maar het is zinloos mensen, die zich niet kunnen vinden in het politieke aanbod van het ogenblik, die politiek onbekwaam zijn, of zichzelf politiek onbekwaam achten, of, die om welke andere reden ook niet wensen te stemmen, daartoe te verplichten. Belangrijk is wel dat alle belangengroepen vertegenwoordigd zijn. Dit kan door de aanwezigheid van stemrecht.

Het verschil tussen democratie en dictatuur (of totalitaire democratie) bestaat in de eerste plaats uit de invulling van de regeringswijze, uit de bestuurscultuur en de beleidsruimte. Het gaan stemmen is hiervan slechts één aspect. Het is misplaatst dit te verabsoluteren. Niet (gaan) stemmen heeft niets te maken met "kiezen voor dictatuur", wel in tegendeel.

De stemplicht is een uiting van een negatieve en wantrouwige visie op de burger. Bovendien beschermt zij het belang van politieke partijen, politieke mandaten en van lobbygroepen. De stemplicht heeft een doofpoteffekt en blokkeert de kritiek op de overheid. De stemplicht (of opkomstplicht) is een van de mogelijke kenmerken van een totalitaire democratie, stemrecht behoort tot de basisvoorwaarden van een communicatieve democratie.

De invoering van het migrantenstemrecht houdt logischer wijze de afschaffing van de stemplicht in. De combinatie van stemplicht voor Belgen met stemrecht voor migranten betekent een schending van de mensenrechten.

De stemplicht betekent een schending van het gelijkheidsprincipe in de Europese Gemeenschap. Andere Europese landen, zonder stemplicht zijn niet minder democratisch.

De aanwezigheid van de stemplicht in een samenleving die in onvoldoende mate waarlijk democratisch is, betekent een vernedering van de burgers. Bovendien houdt de stemplicht de illusie levendig alsof België een superdemocratie zou zijn.

Een belangrijke vraag is immers ook waarom sommige voorstanders de afschaffing van de opkomstplicht beschouwen als "heiligschennis!!", en waarom ze niet vatbaar zijn voor rationele argumenten. Voor een stuk uiteraard omdat de opkomstplicht nu eenmaal in België bestaat, en omdat ze zich daardoor comfortabel kunnen wentelen in de zelfgenoegzaamheid van de macht.

Het is jammer te moeten vaststellen dat het debat over de afschaffing van stemplicht in de senaat is stilgevallen, het laatste voorstel dateert van 16 juli 2004. Waarschijnlijk vindt de regering dat ze aan "meer ernstige" onderwerpen moet werken. Een parlementaire vraag aan de betrokken minister van 18 november 2004 , over de strafbaarheid bij negeren van de opkomstplicht, werd tot nog toe niet beantwoord.

Op het net:

De stemplicht is een zinloze vrijheidsbeperking. (Bart Maddens)

Opkomstplicht of de vrijheid om al of niet te gaan stemmen? (Jaak Billiet)

Stemplicht? (Bespreking in Nederlandse context, met forum)

Pleidooi voor de opkomstplicht ( Etienne Vermeersch)

Economische Rationaliteit en Opkomst bij Verkiezingen (Benny Geys)

Blanco (politiek initiatief)

 

Taalverwarring:

In bovenstaande tekst is het onderscheid gemaakt tussen opkomstplicht en stemplicht. Verschillende commentatoren bevestigen dat er in België geen stemplicht is, maar wel opkomstplicht, aangezien men alleen verplicht is zich aan te melden bij het stembureau, maar daarentegen niemand verplicht is om daadwerkelijk voor een bepaalde partij te stemmen. Ook de blanco stem is mogelijk. Wat te denken van volgende citaten uit de website van de Stad Brussel:

Aller voter: l’obligation de voter et le vote par procuration
La politique ne m’intéresse pas. Suis-je obligé d’aller voter ?
En Belgique, le vote est obligatoire . Dans les huit jours suivant la proclamation des noms des élus, le Procureur du Roi établit la liste des électeurs qui n'ont pas participé au scrutin et dont les excuses n'ont pas été acceptées. L'électeur qui n'a pas rempli son obligation de vote comparaîtra, sur simple convocation , devant le tribunal de police qui statuera sans possibilité d'appel. Précisons que si cette obligation de vote est d'office applicable aux belges, elle est également applicable aux non-belges qui ont obtenu l'agrément en qualité d'électeur.

Gaan stemmen: stemplicht en stemmen bij volmacht
Politiek interesseert me niet. Ben ik verplicht te gaan stemmen?
In België is de stemming verplicht. Binnen de acht dagen na de afkondiging van de namen van de verkozenen maakt de Procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en wiens verschoning niet is aangenomen. De kiezer die niet aan zijn stemplicht heeft voldaan, moet door een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank verschijnen, die uitspraak doet zonder dat er een beroepsmogelijkheid is. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de stemplicht automatisch geldt voor de Belgen, maar ook voor de niet-Belgen die de erkenning van de hoedanigheid van kiezer bekomen hebben.