| Geschreven door: Peter Van de Ven
DUURZAAM BELGIË |
||||||||
|
|
VLAAMS
SEPARATISME
“Als
wie Vlaamsgezind is, per definitie ook anti-Belgisch is,
Vlaams separatisme bestaat in vele gedaanten, zachter of harder. “Separatisme” noem ik in deze tekst elk streven naar meer Vlaamse bevoegdheden, gaande van een verdere staatshervorming van België tot het streven naar een onafhankelijke Vlaamse republiek (de strijdkreet: "Vlaanderen Onafhankelijk") . De basismotivatie is immers dezelfde, en dankzij de aanwezigheid van radicaal separatisme, heeft het streven naar een verdere staatshervorming van België, bijvoorbeeld met een eigen Vlaams-"nationale" grondwet, de kans om zich te profileren als “gematigd democratisch”. Door de Vlaamse Minister-President en de Federale Eerste Minister is geopperd dat deze vereenzelviging een ongepast amalgaam zou zijn. Zij argumenteren dit met inhoudsloze drogredenen: “Wie dit zegt is van slechte wil”, of “bewijst zijn land een slechte dienst”. Verdere staatshervorming en separatisme betekenen beide hetzelfde: “minder België”. “Volk”
en “Vlaamse aard”? Een veralgemeende leugen. Maar de basis van al dit “ons” en “eigen” is geen “volk”: “Vlaming zijn is voor ons geen kwestie van etnische oorsprong, maar wel van het actief deelnemen aan de Vlaamse samenleving, van het aanvaarden van de Vlaamse ‘publieke cultuur’ ”. Anders dan de "IJzerwake" en het “Vlaams Belang” zou de N-VA zich dus niet baseren op de gedachte van een “Vlaams volk”. Nochtans lees ik: “Alleen
door autonomie te verwerven - zoals die van volkeren
als de Zweden, de Ieren, de Portugezen of de Grieken - kan Vlaanderen
zich …” “Het is haast onmogelijk een politiek thema te vinden waarover men het in beide landsgedeelten eens is.” En deze onenigheid is blijkbaar de reden van slecht bestuur, met andere woorden, Vlaanderen wil zich beteren, maar Wallonië werkt dit tegen: “Ons Vlaams-nationalisme is geen doel, maar een middel om te komen tot meer democratie en beter bestuur.” Op een of andere mysterieuze manier zijn “wij” het in Vlaanderen over alles “eens”, en is “onze aanpak” per definitie een waarborg voor kwaliteit en vakmanschap. Normaal houdt “doe het zelf” het risico van verspilling in , niet zo in Vlaanderen: “Wat we zelf doen, doen we beter”. Waarom weet niemand, maar het heeft zeker niets te maken met Vlaamse etniciteit, als we het bovenstaande citaat mogen geloven. Net als elke Vlaamsgezinde beweging is de N-VA gegrond in de mythe van de “Vlaamse aard” of het Vlaamse volk. Die idee is nog sterker verwoord bij de “IJzerwake”. Die wil “zelfbeschikking voor elk volk”, en je mag er over alles redetwisten, maar over een punt zijn ze het eens: “de voor Vlaanderen levensnoodzakelijke eensgezindheid onder de Vlamingen in hun strijd voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen”. Dat noemt men de “Godsvrede”. Vlaanderen en de Vlamingen zullen dus ten onder gaan als ze in een Belgisch verband blijven leven. Dat het hier wel degelijk om een mythe gaat, wordt bevestigd door: “De IJzerwake is de manifestatie waar de Vlamingen fier en zelfverzekerd hun geloof in een onafhankelijke Vlaamse staat kunnen beleven en uitdragen.” Wie Vlaamsgezind is, en dat zijn alle Vlaamse politici op dit ogenblik, gelooft dus in de mythe van de eensgezindheid en de garandeerde kwaliteit, dus in de mythe van de Vlaamse volksaard, een bekrompen stereotype, “de hardwerkende Vlaming”, om het met de woorden van de VLD-voorzitter Bart Somers te zeggen. Het citaat: “De IJzerwake is een manifestatie waarop alle Vlamingen, ongeacht hun levensbeschouwelijke of partijpolitieke overtuiging, welkom zijn.” is dus een contradictio in terminis, want “Vlaamsgezindheid” is een soort geloof, met (jaarlijkse) rituelen. Ik neem aan dat Vlamingen die dit geloof niet delen en kordaat voor een unitair België pleiten, (er) minder welkom zijn. Vlaamsgezindheid is een seculiere godsdienst. In een democratische rechtstaat bestaat er wel godsdienstvrijheid, maar is elke vorm van staatsgodsdienst ontoelaatbaar, ook de Vlaams-nationalistische van (of voor) wie de Guldensporenslag aanbidt.
Particratie is ontworpen op maat van separatisten. Immers: een meerderheid van de bevolking wil geen separatisme, maar anderzijds is over separatisme een quasi-consensus tussen alle Vlaamse partijen. De staatshervorming is het gevolg van een kleine politieke minderheid die naast of tegen de bevolking door middel van partijtucht en politieke schijndebatten, haar wil heeft opgedrongen aan de bevolking. Geen wonder dat de N-VA tegen het invoeren van een referendum is: “Een schijndemocratie, gedreven door platte emotie en stemmingmakerij, is er niet zelden het resultaat van.” En ze kunnen het weten, want over schijndemocratie, platte emotie en stemmingmakerij, kennen ze bij de N-VA alles: het is hun huisproduct. Separatisme wordt ook zorgvuldig voorbereid in denktanks (zoals in de denkgroep "In de Warande", die recent een manifest voor een zelfstandig Vlaanderen publiceerde, lees ook : Fundamentalisme "In de Warande"). Deze denktanks zijn volledig buiten-parlementair, maar de resultaten van de besprekingen vinden informeel hun weg tot in de kabinetten. "Denktanks" vormen in het algemeen een bijzondere sterke dreiging voor de democratie in deze 21ste eeuw, omat zij een soort intellectuele staatsgreep voor ogen hebben die steunt op lange voorbereiding in de denkgroep. Zo noteer ik van Manu Ruys (in "De Tijd" op 13 maart 2006): "Het rapport van de Warande-groep kwam op zijn tijd, maar leert niets nieuw. In 1979 liet Luc Wauters, toenmalig voorzitter van de Kredietbank, in het geheim een studie uitvoeren naar de mogelijke economische gevolgen van een opsplitsing van het land. De conclusie luidde: we zouden beter uit elkaar gaan. Het rapport van de Warande-groep, met daarin Remi Vermeiren, een recente KBC-voorzitter, sluit naadloos aan bij de oude studie. " Dit is waarschijnlijk wat de N-VA (en de CD&V) bedoelt met “verdieping van de representatieve democratie”. Dat ook de wil tot verdere staatshervorming ondemocratisch is, blijkt bv. uit het daarbij horende (VLD-) voorstel tot afschaffing van de senaat en tot het protocolair maken van de monarchie. Als gevolg van die aanpassingen zullen de particratie en de macht van de Eerste Minister nog sterker worden. De N-VA wil een beleid voor iedereen “voor iedereen, voor alle Vlamingen”. De naam die zij daarvoor gebruikt is “inclusief”. Ook hierin vinden Vlaamse partijen elkaar: ze zijn alle voor iedereen, voor alle Vlamingen of een brede volkspartij. Ook de logica van Frank Vandenbroucke (Sp.a) in de theorie van de “actieve welvaartstaat” is “inclusief”. Iedereen moet meebouwen aan dezelfde gedachte. Aan één Vlaanderen. Dit is de definitie van totalitair. “ ‘Inclusief’ betekent verder ook dat niemand in een hoekje blijft zitten.” Daartoe en om de pathos voor Vlaanderen erin te peperen, voorziet de N-VA een vorm van gemeenschapsdienst: “Zich een tijdlang onttrekken aan de arbeidsmarkt om de gemeenschap te dienen, zou zelfs regel kunnen worden door van alle jongeren een maatschappelijk ondersteunende en efficiënt ingericht gemeenschapsdienst te verlangen.” Voor de eerste maal: gratis werken voor het Vlaamse Volk, wie droomt daar niet van? Multiculturaliteit behoort tot de privé-sfeer, de wetgever kan daar geen rekening mee houden: “Wij willen Vlaanderen sámen opbouwen: een aparte benadering van taalminderheden, etnische of andere minderheden, strookt niet met een inclusieve benadering.” Ook bij "Meervoud", de "linkse Vlaams-nationalisten" hanteert men de definitie van democratie op zijn platst: de dictatuur van "het volk", zo typisch voor totalitaire regimes: "Linkse Vlaams-nationalisten zien het herstel van de democratie door de uitbouw van de volkssoevereiniteit. Dat wil zeggen dat elk staatsgezag de uitdrukking is van de wil van het volk via een interne democratische rechtsorde. Zij is de bron van alle politieke legitimiteit." Aan "de wil van het volk" is dikwijls "zelfbeschikkingsrecht van volkeren" gekoppeld. Hierbij is het best onderscheid te maken tussen dekolonsatie en separatisme, gepaste zelfbeschikking en zelfbeschikking die de mensenrechten schendt. De UNO resoluties hierover maken dit verschil. Er bestaat dus geen absoluut zelfbeschikkingsrecht. En daarmee komen we in onverdraagzaam en conformistisch Vlaanderen, een Vlaanderen zonder diversiteit.
Van de mythe van het “Vlaamse Volk” of de “Vlaamse aard” kan je je afvragen welke van beide de ergste is. Bij nader toezien is er niet zoveel verschil tussen het “Aanpassen of opkrassen” van het Vlaams Belang, en het N-VA-programma. Uiteindelijk draait het bij elk separatisme om Vlaamse onafhankelijkheid gebazeerd op een concept van Vlaamse identiteit. Voor de N-VA is “Vlaming zijn” een kwestie van actief deelnemen aan de Vlaamse samenleving, van het aanvaarden van de Vlaamse “publieke cultuur”. “Vlaming zijn” is voor de N-VA geen etnische kwestie, en dus is een immigrant die zich aanpast en actief deelneemt aan de Vlaamse samenleving, een Vlaming. Vandaar het aantrekken van “hardwerkende” (goedkope) migranten. Immers, migranten zijn van doen: “Wel kan een opening gemaakt worden voor legale immigratie, ….” Hardwerkende Vlamingen zijn gastvrij tegenover hardwerkende migranten. Maar hoe denkt de N-VA over etnische Vlamingen die dat Vlaanderen niet zien zitten? Het staat er niet met zoveel woorden, maar het komt neer op “aanpassen of opkrassen”. De logica van uit- of verstoten van wie het niet eens is met de N-VA bleek nog maar pas met de N-VA eis dat Groen! geen deel meer zou uitmaken van een volgende Antwerpse coalitie. Ook lees ik dat de N-VA voorstander is van een “arbeidsethos”, waarbij ze eigenlijk voorstellen om werklozen in nepstatuten te dumpen of te dwingen tot onbetaald werk: “Eenieder moet de kans krijgen om zich door arbeid nuttig te maken. Wie geen betaalde job kan vinden, moet – met behoud van uitkering – kunnen bijdragen tot het algemeen welzijn.” Voor de tweede maal: gratis werken voor het Vlaamse Volk, wie droomt daar niet van? Erg is dat deze onverdraagzame separatistische logica tot de grondwet is doorgedrongen. De Belgische grondwet is onder invloed van de Vlaamse beweging voor een deel een onverdraagzame grondwet geworden. Dat de N-VA de mensenrechten niet begrijpt, blijkt uit volgend citaat: “…, maar juist actief opkomen voor de rechten van de mens, van de volkeren” De N-VA kent het verschil niet tussen mens en volk, zoals ze ook zegt: “Het is een illusie te denken dat de mens vandaag in staat zou zijn als individu te participeren aan een mondiale samenleving” Deze verwarring tussen individu en gemeenschap, zoals die ook blijkt uit het argument dat België een “kunstmatig huwelijk” zou zijn, is een basiskenmerk van een onverdraagzame logica. Vlaamsgezindheid impliceert conformisme, en minder diversiteit.
Waar blijven we dan met het principe van de onmogelijke eensgezindheid tussen Vlamingen en Walen? Lost die op in een Europese context? Als die meningverschillen dan toch zo fundamenteel zijn, is het dan niet mogelijk dat zowel de nieuwe natie Vlaanderen als de nieuwe natie Wallonië, medestanders krijgen, en dat de Belgische breuk zich verderzet in een Europese breuk? Of gaan Walen en Vlamingen het dan toch over belangrijke dingen eens worden, maar ja, dan vervalt de mythe van de principiële onenigheid. Of zijn de standpunten van de Walen zo dom dat geen enkel weldenkend Europeaan ze zou willen volgen? Hoe zit het dan met het Europese respect voor de Waalse culturele eigenheid? Of hebben de Vlaamse standpunten alleen succes in het huidige ultra-liberale Europa, en zou, op het ogenblik dat Europa dan toch wat socialer zou worden, de Waalse natie dan toch Europees gehoor kunnen krijgen, zodat de Belgische breuk Europees zou kunnen worden. Kort gezegd is het deze vraag: als Vlaanderen en Wallonië niet kunnen samenleven in een Belgische context, waarom zouden ze dat dan wel kunnen in een Europese? Of, omgekeerd: als Vlaanderen een gerespecteerde regio in een ééngemaakt Europa kan zijn, waarom dan niet in een unitair België? Wie een onafhankelijk Vlaanderen wil, streeft naar een ultra-liberaal, economisch-fundamentalistisch Europa. Dit economisch fundamentalisme blijkt al uit de eerste regels van het N-VA-programma: “De Belgische constructie biedt voor ons geen enkele democratische meerwaarde, integendeel.” In het streven van “de Warande” bijvoorbeeld, weten we wat daarmee bedoeld wordt: België heeft geen enkele economische meerwaarde. Om Manu Ruys in het hoger vermelde artikel verder te citeren: "In brede bedrijfskringen is het besef gegroeid dat het land niet efficiënt wordt bestuurd. Dat heeft op zich niets te maken met vijandschap ten opzichte van Wallonië. Maar steeds meer ondernemers stellen vast, dat Wallonië niet dezelfde kijk heeft inzake de hervormingen die de Vlamingen noodzakelijk achten. Vandaar dat die ondernemers afstand nemen, én van Wallonië, én van België." Vlamingen blijken het ontzettend eens in hun levensopvattingen, aldus Manu Ruys. Ook de hoger vermelde onverdraagzaamheid tegenover werklozen, past in deze logica. Verder in het NV-A-programma komt dit terug met een pleidooi voor “vrij ondernemen” en een “billijk en aangepast fiscaal statuut” voor ondernemingen.
De eigenlijk oorzaak van “De Grote oorlog” lag echter niet in België. Die had te maken met sterke geo-politieke spanningen van een koloniale wereldorde. De pacifistische leuze “Nooit meer oorlog!” heeft weinig te maken met Vlaamse erkenning. Het is een universeel thema voor ieder die oorlog afzweert. Bij "IJzertoren"lees ik echter: “De
IJzertoren en de Pax-poort Waarom gelden de tekens van de verschrikking van oorlog alleen voor het “Vlaamse volk”? Wat heeft dit te maken met Vlaams zelfbestuur? Waarom staat op het IJzerwakemanifest: “Zelfbestuur – Nooit meer oorlog – Godsvrede” ? Ik lees er: “Onder “nooit meer oorlog” wordt verstaan: het streven naar een vreedzame oplossing voor internationale conflicten gesteund op het recht op zelfbeschikking voor elk volk” Wie de Vlaamsgezinde betekenis van de slogan “nooit meer oorlog" wil begrijpen, moet niet gaan zoeken in de wereldgeschiedenis. Wel bij IRA-terrorisme, Baskische moordaanslagen of Corsicaans geweld. Door de leuze bevestigt de Vlaamse beweging, omdat ze nu eenmaal in Vlaanderen in een ontzettende mate slachtoffer is geweest van onnoemelijk geweld, dat ze een soort geweldloos IRA is. Sommige onder de Vlaamsgezinden zouden misschien een gewelddadige strijd willen voeren, maar nee, kijk naar de gruwel van de Eerste Wereldoorlog, en besef dat geen bloed mag vloeien. Een middel om de Vlaamse ontvoogding netjes te houden. Met echt pacifisme heeft dit weinig te maken. De N-VA denkt daar anders over: “Pacifisme
is bij uitstek een Vlaams waarmerk” Als het van de N-VA afhangt gaan er nogal wat nieuwe staten gevormd worden in de “Verenigde Staten van Europa”. Om hun doel te bereiken geven ze wel de voorkeur aan politieke manipulatie boven het leggen van bommen.
De vooruitziende Sp.a -minister Frank Vandenbroucke heeft een optie genomen op separatisme. Zou het zich voltrekken, hij zit al aan de juiste kant. Eén van de belangrijkste argumenten tegen het voortbestaan van België zijn de geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië. Misschien zijn ze verantwoord (milieubehoud), misschien zijn ze bespreekbaar in een Belgisch kader. Niets daarvan in het separatisme: in een bekrompen mentaliteit waarin alleen korte termijn winst door middel van besparingen telt, is geen ruimte voor een globaal en toekomstgericht beeld. En dus kiezen de Vlaamse politici voor “minder België”. Dat Vlaamsgezindheid egoïstisch is, blijkt tevens uit de de beginselen van "Meervoud", een "linkse" variant ervan. "Het herstel van de democratie via de volkssoevereiniteit zal de groeiende kloof tussen rijk en arm in Vlaanderen helpen dichten en is de beste weg naar het herstel van de welvaart en het welzijn van het Vlaamse volk." Een groeiende kloof tussen arm en rijk in het algemeen, is hier niet belangrijk. Tenzij je natuurlijk de "linkse Vlaams-nationalististen" als een soort pioniers, als een "uitverkoren volk", beschouwt dat de rest van de wereld zal redden: "De
linkse Vlaams-nationalisten willen samenwerking met alle democratische
en soevereinistische bewegingen in Europa en in de wereld." Separatisme
is afbraak. Wat zal er gebeuren wanneer Wallonië gedwongen wordt intensief te industrialiseren? Een ecologische ramp, zoals die nu in China? Vlaanderen heeft al de kleur van beton, wat zal er straks van de Ardennen en van de Hoge Venen overblijven? Niet alleen cultuur en natuur zijn bedreigd door separatisme, ook de sociale wetgeving. Opsplitsing van de vakbonden zorgt immers voor minder vakobonds-eensgezindheid en –eenheid, dus voor een minder sterk syndicaal weefsel. Ook de splitsing BHV, als mogelijk onderdeel van een verdere staatshervorming, zal tot afbraak van het plaatselijke verenigingleven leiden. In een opiniestuk van "Pro Flandria" ("De Tijd" 31 maart 2006), nog maar eens een netwerk of denktank van mensen "uit het bedrijfsleven, het onderwijs, de media, de culturele wereld en andere maatschappelijke geledingen" en dat een zelfstandig Vlaanderen nastreeft, stelt Johan van Malderen over de sociale zekerheid: "Niet splitsen is niet bespreekbaar. Net omdat de solidariteit heilig is en moet blijven, moet deze splitsing zo snel en grondig mogelijk doorgevoerd worden. Dat is een mensenrecht." Afbraak verkopen als solidariteit, maatschappelijke polarisering als mensenrecht, dat blijkt de Vlaamsgezinde logica. Het is dan ook uitermate belangrijk om culturele en sportieve instellingen, die nu nog unitair-federaal zijn, zo te houden, om daarna de staatshervorming af te bouwen tot aanvaardbare proporties.
Hoe
de Volksunie Vlaanderen vergiftigd heeft. Een politiek van hereniging in Belgisch perspectief, zal daardoor bijzonder moeilijk zijn. Nochtans vertegenwoordigt de oude Volksunie slechts 6 tot 7% van de Vlaamse stemmen (dit kan u afleiden uit de recentste VRT-peiling , als u een rekenmachine bij de hand heeft) en dus slechts 3% Belgische. In een recent artikel ("De Vlaamse staat als idee-fixe", in "Menage à trois, quo vadis Belgica?" academia Press 2006) herinnert Marc Reynebeau eraan dat de afwezigheid van federale partijen en federale media een zelfvervullend effect heeft, en, dat (desondanks) slechts 10 tot 15% van de "Vlamingen" gewonnen is voor separatisme. Vlaamsgezinde politieke agenda's zijn inderdaad een voorbeeld van afgesproken politieke "consensus" die door de politieke klasse wordt opgelegd aan de bevolking (lees hierover ook: "liever stemrecht dan stemplicht"). In "Het nut van België" , redactie Geert van Istendael (Atlas 1993), spreekt Volksunie-icoon Hugo Schiltz over "De geruisloze overwinning van een minderheid" , volgens hem noodzakelijker wijs gesteund door een "onderstroom". Een onderstroom is echter niet hetzelfde als een democratische meerderheid. Hij hoeft niet fier te zijn op zijn langzame "staatsgreep". In hetzelfde boek schrijft historica Sophie De Schaepdrijver: "...en ongetwijfeld rijdt de trein binnenkort ook Sint-Michiel voorbij. Ik wil niet weten waar hij heen rijdt. Ik spring eraf."
Je kan vaststellen dat er (voorlopig) weinig organisaties bestaan die deze eenheid willen promoten, ondanks het feit dat de meerderheid van de bevolking niet van separatisme wil weten. De politiek wordt lijdzaam ondergaan, het is zo aangeleerd. “Union Belge-Belgische Unie” heeft een "Manifest tegen separatisme", waarin het een aantal gegronde argumenten ertegen op een rij zet. Jammer is dat dit manifest separatisme verwart met nationalisme, zodat het document een manifest tegen nationalisme wordt. Maar hoe verdedig je dan België als natie? Niet het nationalisme is een probleem, wat een probleem is, is dat het separatisme van een regio een natie wil maken. Royalisme kan een andere motivatie zijn. Maar dit argument speelt ten dele inde kaart van wie een republiek wil, en dit alleen mogelijk acht in een onafhankelijk Vlaanderen, omdat een republiek in de huidige Belgische context onbespreekbaar zou zijn. Nog een argument voor België is het behoud van Brussel als Europese hoofdstad. Met dit argument is een zekere ijdelheid gemoeid, en, het is niet zeker dat Brussel die status zou verliezen in een niet-Belgisch kader. Bovendien is het opgaan van België in een “Verenigde Staten van Europa”, ook een vorm van “minder België”. We hebben dus redenen nodig waarom België wel een zelfstandige natie kan zijn en Vlaanderen nooit meer dan een regio.
Het Romeinse keizerrijk heeft niet alleen de basis gelegd voor onze taalstrijd. Tijdens het bewind van een latere keizer vond Jezus gehoor, maar werd, net als Spartacus, gekruisigd. Tijdens nog weer een later bewind vond de diaspora plaats: de Romeinen omsingelden het opstandige Jerusalem gedurende twee jaar, vernielden de Joodse tempel, op één muur na, en verjoegen de Joden uit Palestina. Ook deze wonde bloedt nog steeds. Afgaande op de kaarten van Caesar, vormden de Belgische stammen een zekere eenheid, wat onderscheiden van de rest van Gallië : "Gallië is verdeeld in drie delen, waarvan er één bewoond wordt door de Belgae, een ander door de Aquitaniërs, een derde door hen die zichzelf in hun taal Kelten noemen, maar die wij Galliërs noemen", (Caesar "De Bello Gallico"). De taal was Keltisch met Germaanse invloeden, er was een reeds intensieve handel met Brittannië. Het begrip “Belgae ” wordt door Caesar "als eerste" (het woord is zelfs van voor-Keltische oorsprong) gebruikt: het beantwoordde aan een historische realiteit. De Belgische stammen waren gerangschikt van Oost naar West, van het binnenland richting Noordzee. Het huidige Nederland was minder bevolkt. Na de verovering van Gallië bakenden de Romeinen een provincie "Belgica" af. Deze werd na de val van het Romeinse Rijk opgenomen in het Frankische . Bij de splitsing van dit Frankische Rijk, liep de grens volgens een Noord-Zuid-as aan de Oostelijke grens van het graafschap Vlaanderen (en dus dwars op de huidige taalgrens). Tegen 1300 echter werden de oude grenzen opnieuw duidelijk: Vlaanderen, Henegouwen, Brabant, Luik en Luxemburg vertonen een gezamenlijk gebied dat "Belgisch" lijkt. Wanneer de Bourgondiërs erg kortstondig de Noordelijke Nederlanden bij de Zuidelijke voegen, ontstaat de "Leo Belgicus", die echte vrijwel onmiddellijk uiteenvalt door de "Bello Belgico", de godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten. Het Congres van Wenen, waarbij na de nederlaag van Napoleon in Waterloo Europa werd hertekend, voegde op aanvraag van Willem I van Oranje het gebied, dat toen al "België" werd genoemd, bij Nederland. Dit was een ernstige vergissing, want Nederland en België beantwoordden ondertussen aan een totaal verschillende historische achtergrond: protestant tegenover katholiek, een scheiding als gevolg van de godsdienstoorlogen, en bovendien kwam deze "eenheid" in de eerste plaats tegemoet aan Nederlandse machtsaanspraken. Maar ook daarvoor had er nooit een echte eenheid tussen Nederland en België bestaan. Zeer snel groeide tegen dit "Verenigde Koninkrijk der Nederlanden" protest in Belgische burgerlijke en katholieke middens, zodat uiteindelijk een proletarische opstand, verspreid over het hele Belgische grondgebied en tegen schrijnende armoede gericht, zich bij de Belgische Revolutie kanaliseerde tegen het despotische bewind van Willem I, met de stichting van het huidige België als gevolg. België beantwoordt dus aan een historische realiteit als volwaardige natie, Vlaanderen daarentegen is nooit meer geweest dan een provincie: van Frankrijk, van Bourgondië, van Oostenrijk, van Spanje, opnieuw van Oostenrijk. België is met andere woorden een natuurlijk historisch gegeven. Als natie is het een kantelpunt waar centralisatie overgaat in decentralisatie onder de vorm van internationale samenwerking(sverbanden). Een politiek verenigd Europa is niet wenselijk: België moet niet verscheurd, maar ook niet opgeslokt worden. België is een natie.
Het behoud en herstel van de Belgische eenheid zou een voorbeeld van verzoening zijn tussen gepolariseerde groepen en meningen. Dit in praktijk brengen zou een prachtig voorbeeld en een inspiratiebron kunnen zijn voor andere probleemregio’s in de wereld waar men polarisaties wil helen, genezen. Indien België daarin slaagt, is het een voorbeeld van vrede en verzoening. De weg naar deze verzoening, weg van de polarisatie, zou kunnen door het uitwerken van meer communicatievormen tussen regering en bevolking: het versterken van de ombudsdiensten, het afschaffen van de opkomstplicht, referenda of volksraadplegingen in "noodsituaties", verdere uitwerking van de beginselen van behoorlijk bestuur voor overheidsdiensten zodat problemen tussen burger en overheid adequater kunnen behandeld worden in de daartoe voorziene rechtscolleges, minder gelobby en meer luisterbereidheid bij het ontwerpen van een nieuwe wetgeving, ipv van de huidige zuivere machtspolitiek (meerderheidsbeslissingen, partijtucht), meer individuele verantwoordelijkheid voor parlementsleden. We kunnen er aan werken om het meertalige België tot een communicatieve democratie te maken.
"België" is een opportuniteit: door het te behouden krijgen we de kans om het op een duurzame manier in te vullen en om een voorbeeld te brengen van hoe verzoening in werkelijkheid mogelijk is.
Daartegenover staat de evenzeer geslaagde hereniging van het voormalige West- en Oost-Duitsland, waarbij de hoofdstad van Bonn naar Berlijn verhuisde. Pakistan was een afscheuring van India omwille van cultuur- en godsdienstverschillen. Gandhi heeft zich daar fel tegen verzet. Terecht: wie denkt dat een homogeen verdraagzaam Pakistan ontstaan is uit deze scheiding, vergist zich fel. Binnen de moslim gemeenschap leven spanningen tussen soennieten en sjiieten, tussen radicale en “Westerse” moslims. Separatisme ontstaat uit onverdraagzaamheid en brengt onverdraagzaamheid, omdat het een onverdraagzame logica hanteert. We hoeven maar naar Servië te kijken om te zien wat onverdraagzaam separatisme kan aanrichten. In Zuid-Afrika heeft een verzoeningscommissie herstel van ondergaan leed gestimuleerd en wraakacties voorkomen. Ook daar werd een scheiding, de apartheid, geheeld, door dialoog en de wil tot vrede. Ook daar bestond tevoren een regime waarin territoriale scheiding wettelijk geregeld werd, niet volgens taal, maar volgens “ras” of huidskleur. België kan het voorbeeld van Duitsland en van Zuid-Afrika volgen en zich inzetten voor het genezen van de binnenlandse spanningen en tegenstellingen. Zich inzetten voor een herenigd België is zich inzetten voor een lange termijn visie van welzijn, in tegenstelling tot het op kostenbesparing gerichte korte termijn denken van het separatisme. Een unitair model is daarbij minder opportuun dan een federaal, zodat de oplossing eerder ligt in de afbouw tot het strikt noodzakelijke van de gemeenschapsbevoegdheden. "Meer-België" dus in plaats van "minder-België"
In elke republiek bestaat er een spanningsveld tussen president en eerste minister. In Frankrijk en de USA staat de president op de voorgrond, in Duitsland en Oostenrijk, de eerste minister. Daar vertegenwoordigt de president de wijsheid die de regering behoedt voor buitenissigheden. In onze parlementaire monarchie kan de Koning zulk een functie vervullen. Daartoe is het nodig dat die functie niet vervalt tot een protocol, want dan heeft in de feiten de Eerste Minister een soort almacht, zonder het bovengenoemde spanningsveld dat voor een vorm van evenwicht zorgt. Daartoe is het ook nodig dat de Koning deze rol vervult en deze taak op zich neemt, namelijk het brengen van evenwicht. Als behorende tot de klassieke adel kan de Koning ook waarden vertegenwoordigen, die hij, als hij de uitdrukking “Noblesse oblige” ernstig neemt, ook concreet kan invullen. In de discussie tussen republiek en parlementaire monarchie zijn dus vele facetten, het is een concreet debat dat zoals alle debatten, niet simplistisch gevoerd kan worden. De vraag echter of België herenigd kan en zal worden komt voor mij echter op de eerste plaats.
Lees ook: Het Belgische Secessieconflict Kordaat verzet tegen de Forza Flandria
|
|||||||