Geschreven door: Peter Van de Ven

 

 

DUURZAAM BELGIË

 

 

 

 

 

 

     
Studies in geweldloze politiek:

 

VRIJ SPREEKRECHT BEKNOT, VRIJE MENINGSUITING BEVRIJDT


1. Vrij spreekrecht versus vrije meningsuiting: meer dan een woordenspelletje.
Meer en meer hoort men klagen over "ondemocratische schendingen" van het vrije spreekrecht, vooral als het gaat over het optreden van het CGKR tegen discriminatie . Nochtans is vrije meningsuiting een mensenrecht. Waar is hier het probleem?

Vrij spreekrecht staat voor absoluut vrij spreken , het Absoluut Vrije Woord, dat gezien wordt als dé basis van “De Democratie”, waarmee dan directe democratie bedoeld wordt. De verdedigers van dit standpunt gaan uit van een “scheiding tussen woord en daad”, dwz zij ontkennen elk mogelijk causaal verband tussen het (gesproken) woord en daden die daarop volgen. Het verbieden van een uitspraak zou steeds een "groter kwaad" zijn dan de uitspraak zelf, ook al heeft die enkele negatieve gevolgen. Daarom, betogen zij, moeten woorden vrij zijn, daden echter niet.

Dit is het standpunt van "De Vrijbrief" (1) , "Brussels Journal", “Secessie.nu”, “Democratie.nu” en van het Vlaams Belang.

Vrije meningsuiting daarentegen ziet het vrije uiten van meningen als een onderdeel van verdraagzaamheid, als één van de pijlers van de vredelievende samenleving. In tegenstelling tot vrij spreekrecht, kan vrije meningsuiting wel groot, maar nooit absoluut zijn. Maatschappelijke onrechtvaardigheid moet immers niet “verdragen” worden, en meningsuitingen die kunnen beschouwd worden als een maatschappelijke onrechtvaardigheid vallen dus niet onder de bescherming van de vrije meningsuiting. Dit is het standpunt van de UNESCO, het Europees Hof voor de Mensenrechten, en ook van de Belgische overheid.

 

Article 1 - Meaning of tolerance
1.1 Tolerance is respect, acceptance and appreciation of the rich diversity of our world's cultures, our forms of expression and ways of being human. It is fostered by knowledge, openness, communication and freedom of thought, conscience and belief. Tolerance is harmony in difference. It is not only a moral duty, it is also a political and legal requirement. Tolerance, the virtue that makes peace possible, contributes to the replacement of the culture of war by a culture of Peace.

1.2 Tolerance is not concession, condescension or indulgence. Tolerance is, above all, an active attitude prompted by recognition of the universal human rights and fundamental freedoms of others. In no circumstance can it be used to justify infringements of these fundamental values. Tolerance is to be exercised by individuals, groups and States.

1.3 Tolerance is the responsibility that upholds human rights, pluralism (including cultural pluralism), democracy and the rule of law. It involves the rejection of dogmatism and absolutism and affirms the standards set out in international human rights instruments.

1.4 Consistent with respect for human rights, the practice of tolerance does not mean toleration of social injustice or the abandonment or weakening of one's convictions. It means that one is free to adhere to one's own convictions and accepts that others adhere to theirs. It means accepting the fact that human beings, naturally diverse in their appearance, situation, speech, behaviour and values, have the right to live in peace and to be as they are. It also means that one's views are not to be imposed on others. (UNESCO)

 

De voorstanders van vrij speekrecht noemen zelf daarentegen de echte democraten, de echte voorstanders van “De Vrijheid” zijn. Hiertoe verwijzen ze naar de “Paradox van de verdraagzaamheid”: wie, in naam van de verdraagzaamheid, onverdraagzaam is tegen de onverdraagzamen, is zelf niet meer verdraagzaam.

En dus zou spreekrecht absoluut vrij moeten zijn. Maar is dat werkelijk zo? Is “Absoluut Vrij Spreekrecht”, het “Absoluut Vrije Woord”, de basis van een super-democratie? In deze tekst vindt u enkele bedenkingen.


2. “Vrij Spreekrecht”: lawaai en intimidatie aan de macht.

a. Vrij spreekrecht gaat alleen over “spreken”
Wanneer iemand een ander de huid vol scheldt en een lap tegen zijn oren als antwoord krijgt, zou er geen causaal verband zijn tussen beide, want de mens zou “een absoluut vrij wezen” zijn, dat in volle vrijheid beslist te slaan of niet slaan. Een werkgever die voorstelt om de lonen te halveren, kan dit vrijelijk zeggen, de daarop volgende staking mag verboden worden, want die is geen menig, maar een daad (op die manier combineert het Vlaams Belang moeiteloos haar pleidooi voor vrij spreekrecht en directe democratie met haar afkeer voor vakbonden) Er bestaan echter vele manieren waarop iemand zijn mening kan uiten: gebaren, handelingen, non-verbale communicatie, …Van die zou alleen “spreken” vrij zijn. Opmerkelijk, want het geschreven woord is niet gesproken, en zou toch onder “vrij spreekrecht” vallen.

b. Vrij spreekrecht beknot de vrije meningsuiting.
Wie een mening naar voor wil brengen in een overvolle zaal vol roepende mensen, zal snel ondervinden dat zulks onmogelijk is. Een spreker veronderstelt een luisteraar. Goede communicatie veronderstelt niet alleen een goede spreker, en een goede luisteraar, maar ook zo weinig mogelijk storing van de boodschap. Vrij spreekrecht kan op allerlei manieren die communicatieproces verstoren: door overschreeuwen, door intimidatie, pesten, door de boodschapper te discrediteren, enz. Vrije meningsuiting veronderstelt een rustige publieke ruimte, die het vrij spreekrecht niet kan garanderen. Sterker: vrij spreekrecht kan een middel zijn om het uiten van meningen te beletten.(2)

Het argument dat “overschreeuwen” niet mogelijk zou zijn op een gesloten (internet)forum, is vrij bizar. Gaan we spreken dan beperken tot die fora? En is op die fora dan geen intimidatie mogelijk, zijn ze niet "onveilig" of is die indruk toe te schrijven aan "problemen" of "slechte wil" van de "toehoorder", zoals de voorstanders van vrij spreekrecht beweren ? Dat zou een omkering der waarden beteken, zoals ze zo vaak voorkomt bij bully's. Het "vrij spreken" van de enen stoort wel degelijk het vrije uiten van meningen door de anderen.

In verband met de hedendaagse internetfora kan men zich afvragen inhoeverre zij (en dagelijks geactualiseerde blogs met mogelijkheid tot commentaar) echt "gesloten" kunnen zijn, en ipv intieme cafés, eerder een vorm zijn van publieke periodieke pers? Wie een commentaar post, geeft immers niet alleen een antwoord, maar publiceert ook tekst, die zijn weg vindt naar de zoekresultaten zoekmachines.

c. Vrij spreekrecht is een louter formeel recht.
Voor de verdedigers van vrij spreekrecht hoeft een “mening” aan geen enkele voorwaarde te voldoen om “gesproken” te mogen worden. Door die voorwaarden zouden het spreken immers niet meer absoluut vrij zijn.

Waar een menig vandaan komt is voor hen irrelevant, het kan dus evengoed over door één persoon geprefabriceerde meningen gaan, die door de “vrije sprekers” worden herhaald tot in het oneindige.

d. Vrij spreekrecht + directe democratie = irrationele samenleving.
Dat diezelfde “mening” het uitgangspunt vormt van directe democratie is voor de voorstanders van vrij spreekrecht geen probleem. Ook directe democratie is een louter formele aangelegenheid, waarbij de stem van de meerderheid goed is, louter omdat het de stem van de meerderheid is. “Democratie” wordt daarbij gelijkgesteld aan directe democratie, dwz als een democratie niet direct is, zou ze geen democratie zijn.

Directe democratie steunt op het vrij spreekrecht, dat absoluut en onvoorwaardelijk is, en daardoor is ook de directe democratie onvoorwaardelijk, dwz irrationeel. Voorstanders van vrij spreekrecht verzetten zich dan ook tegen de idee van een constitutionele toets voor referenda, waardoor directe democratie een project wordt zonder garanties, een project van extreem-rechts.

e. “Hate-speech” en discriminatie.
De voorstanders van vrij spreekrecht zijn dan ook voorstanders van het recht op haatzaaierij en het recht op discriminatie. Zij noemen dat een “teken van beschaving”. Immers vrijheid is absoluut, en kan door niets beperkt worden. Hierbij verwijzen zij naar de vermeende scheiding tussen woorden en daden, en naar de eveneens vermeende afwezigheid van "causaal verband" tussen woorden en handelingen.

Die visie is echter strijdig met het wezen van mensenlijke communicatie. Elke mededeling is een vorm van handelen (het is niet omdat je iets denkt, dat je het moet zeggen: een uitspraak doen is een soort handeling), en elke handeling verwijst naar een communicatie. Bij de ontvanger roept de mededeling gedachten en gevoelens op, die elk hun fysieke tegenhanger hebben: door iemand iets te zeggen beïnvloedt men diens lichamelijke gesteldheid (hormonenconcentraties, spierspanning, suikerspiegel, enz). Een woord heeft steeds een materiële drager (geluid, papier, beeldscherm). De scheiding tussen het immateriële woord en de materiële handeling is dus een illusie, of gewoon en voorstelling in strijd met de menselijke werkelijkheid.

Een bijzonder geval in deze categorie is het vrijspreekrecht voor negationisme.

Negationisme betekent het (met desinformatie en drogredeneringen) ontkennen van de feitelijkheid van ernstige misdaden tegen de menselijkheid. Meestal wordt de term gebruikt in verband met holocaust-ontkenning, maar het kan ook verwijzen naar het ontkennen of goedpraten van andere genocides. Duidelijk is dat negationisme niets heeft van het louter en "onschuldig" uiten van een mening over historische gebeurtenissen, maar dat negationisme enerzijds beoogt de overlevende slachtoffers (die schadevergoeding zouden kunnen eisen) te betichten van leugen en oplichterij, en anderzijds de daders of beschuldigden vrij te pleiten van verantwoordelijkheid, schuld en straf. Negationisme is een vorm van politiek activisme, zoals blijkt uit dit citaat:

"Take away the Holocaust and what do you have left? Without their precious Holocaust, what are the Jews? Just a grubby little bunch of international bandits and assassins and squatters who have perpetrated the most massive, cynical fraud in human history...I recall seeing a television program on revisionism a few years ago which closed with Deborah Lipstadt making some statement to the effect that: the real purpose of Holocaust revisionism is to make National Socialism an acceptable political alternative again. I normally don't agree with anything a Jew says, but I recall exclaiming, 'Bingo! Got it in one! Give that lady a cigar!'" -- "On Revisionism" by Harold Covington (writing under the pseudonym Winston Smith), NSNet Bulletin #5, July 24, 1996

Negationisme zet het initiële geweld van de genocide verder en wil de slachtoffer/daderrol omkeren. Negationisme is daarom geen louter "mening" maar een vorm van meestal racistisch activisme. Wie vrij spreekrecht bepleit voor negationisten, pleit dus voor de straffeloosheid van ernstig geweld tegen de menselijkheid.

We merken drie lagen in het geweld van een genocide als de holocaust, en bij gevolg drie soorten daders: de moordenaars en misdadigers zelf, de negationisten, en de pleiters voor vrij spreekrecht, welk drie samen de straffeloosheid en de verderzetting van het geweld willen bewerkstelligen. Om die reden is een vorm van strafbaarheid hiervan in een democratische rechtsstaat zeker verantwoord.

f. Zelfs de voorstanders vermelden beperkingen op “Vrij Spreekrecht”
Eigenaardig genoeg mag voor de voorstanders van vrij spreekrecht niet elk woord gesproken worden. “Brand!” roepen in een overvolle theaterzaal zien ze niet als een mening ( “Ik denk dat het brandt”), maar als het opzetten van het brandalarm, een daad dus. Daarom spreken ze over “gesproken daden”, en, dat zijn dus daden die kunnen verboden worden. Idem met expertises, die zijn geen meningen, maar “echt”. Een expert heeft geen mening, maar spreekt blijkbaar als vanzelf “de waarheid”, of niet, en dan mag die leugen verboden worden.

g. “Vrij Spreekrecht”: overal behalve "binnen"
Vrije
meningsuiting is beperkt in de publieke ruimte, maar zo goed als volledig in privé-kringen. Vrij spreekrecht daarentegen geldt alleen voor het openbaar forum. Binnen bedrijven verlangen voorstanders van vrij spreekrecht hun absolutistische eisen niet: voor hen vallen bedrijven onder de titel “eigendom” en aldus is de bezitter de absolute “meester”. In de privésfeer kan er volgens de voorstanders van absoluut vrij spreekrecht geen sprake zijn van vrije meningsuiting: daar gelden immers andere wetten, namelijk die van de eigenaar.

Voorstanders van "vrij spreekrecht", tegenstanders van elke democratische overheidscensuur dus, blijken zo voorstanders van "censuur op basis van eigendomsrecht", dwz een informatiestroom die volledig gecontroleerd wordt door het bedrijfsleven, een censuur, volledig willekeurig en niet voor beroep vatbaar. Absoluut vrij spreekrecht moet "binnenskamers" wijken voor absoluut eigendomsrecht, van vrije meningsuiting is er geen sprake meer. In combinatie met een libertarische of anarchistische afwezigheid van de overheid, en daarmee tevens van de publieke ruimte, betekent deze denkwijze het miskennen van elke vrije mening.

Absoluut vrij spreekrecht wordt soms zelfs voorgesteld als een afgeleide van absoluut eigendomsrecht, waar vrije meningsuiting normaal gezien behoort tot de ondeelbare en onvervreemdbare mensenrechten. Dit is op zich al een indicatie van miskenning van de legitimiteit van de mensenrechten, onder meer door deze als tegengesteld aan "het enige natuurrecht", het eigendomsrecht, voor te stellen.

De vrijheid van het" Vrij Spreekrecht" blijkt dus wel niet zo vrij te zijn als men zou denken: ze wordt beknot door vorm (alleen woorden), intimidatie, overschreeuwen, gebrek aan informatiebronnen, het mogelijk verbod op “gesproken daden” en “foute expertises”, en tevens door eigendom.

 

3. Vrije meningsuiting: van vrijheid naar emancipatie.
Het belangrijkste of centrale punt in verband met “vrije meningsuiting” is dat het over het uiten van een mening gaat. Die vaststelling roept al onmiddellijk verschillende vragen op.

- Hoe is de mening verwoord?
- Welke elementen worden aangebracht ter motivatie?
- Zijn de gegevens en de uitgangspunten in overeenstemming met de werkelijkheid?
- Zijn de logische verbanden correct?
- Welke andere elementen worden aangevoerd ter fundering van het standpunt? (gevoelens, evaringen,…)

(*) Opdat een willekeurige uitspraak een mening kan genoemd worden, dient ze aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden te voldoen, anders zijn het alleen maar woorden.

Uiteraard bestaan er nog andere vrijheden dan de vrijheid van meningsuiting die "irrationele", geloofs- of gevoelsmatige expressies beschermen: de godsdienstvrijheid, de artistieke vrijheid,... . Maar een belangrijke bijkomende vraag is of de mening of expressie die de mensenrechten schendt, of aanzet tot mensenrechtenschendingen, ook onder deze vrijheid valt. Of, zoals het nog geformuleerd wordt: "Hoe verdraagzaam moet men zijn tegenover onverdraagzaamheid?"

Men kan zich daarbij afvragen waarom een spreker zou moeten kunnen genieten van vrijheden en rechten die hij zelf weigert te geven aan anderen. De mensenrechten zijn geenszins arbitrair, noch een vorm van "seculiere theocratie". (3) De mensenrechten zijn gefundeerd in het wetenschappelijk onderzoek van de menselijke behoeften ( onbe-vred(e)-igde mensen worden ziek) en zijn een soort expertise van de basisvoorwaarden van een vredelievende samenleving. Dit betekent dat wie een verdraagzame, tolerante samenleving wil bouwen, de mensenrechten nodig heeft. Bij omkering van de redenering beogen mensenrechtennegationisten (zoals die in libertarische kringen ruim voor handen zijn zie (1)) geen vredelievende en verdraagzame samenleving, integendeel. Waarom zouden zij moeten kunnen genieten van de rechten die ze zelf sterk bestrijden?

Expressies die enerzijds de kwaliteitstoets niet kunnen doorstaan (valse feiten, drogredeneringen, wetenschappelijk onverantwoord,...) en anderzijds mensenrechten schenden of daartoe aanzetten (zware beledigingen, aanzetten tot haat tegen groepen of personen,...), kunnen dus geen beroep doen op de juridische bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

(**) Opdat iemand een grondig gefundeerde mening zou kunnen opbouwen, heeft hij daartoe het nodige materiaal en de nodige middelen nodig.

Een mening komt niet vanzelf. Dit aspect van vrije meningsuiting roept onder meer volgende vragen op :.

- Is objectieve informatie voor handen?
- Is deze informatie vrij toegankelijk?
- Is de persoon getraind in logisch denken en het opstellen van correcte verbanden?
- Zijn de materiële middelen voor handen? Pen en papier, PC, printer, internet, maar ook onderwijs en opvoeding

Opdat iemand een kwaliteitsvolle mening vrij zou kunnen construeren, dient hij opgevoed en gevormd tot een zelfstandig denkend individu, en moeten de nodige middelen voor handen zijn.. Of nog: zonder vrij onderzoek, geen vrije mening, en dus ook geen vrije meningsuiting. Wat betekent dat ook "vrij onderzoek" niet "absoluut" vrij is, en dus best niet met hoofdletters wordt geschreven.

Met de woorden van Martha Nussbaum:

"Je kunt niet iets duidelijk maken wat er niet is. In bepaalde delen van India zijn de infrastructuur en het onderwijssysteem een puinhoop. Wat betekent vrijheid van meningsuiting dan? Wat betekent stemrecht dan? Je kunt nergens heen. Er is geen openbaar vervoer, geen elektriciteit, geen scholing. Vrijheden zijn dan slechts woorden op papier. Je kunt wel die woorden op papier hebben, maar dan heb je nog geen vrijheid. Vrijheid betekent ergens toe in staat zijn, dat is wat de capabilities approach zegt. Zelfs in de Verenigde Staten, waar men erg gehecht is aan het idee van negatieve vrijheden, zijn er uitspraken van het hoog gerechtshof geweest die stelden dat het recht op fatsoenlijke scholing inherent is aan het recht op vrijheid van meningsuiting. Het is een vals onderscheid dat denk ik belangrijke realiteiten verhult. Volgens de capabilities approach moet je altijd letten op datgene wat mensen daadwerkelijk kunnen doen en zijn. Als ze daartoe niet in staat blijken, weet je dat die vrijheid nog niet is bereikt."

(***)Tot slot gaat het over het uiten van een mening in een effectief communicatieproces.

Opdat die uiting vrij en mogelijk zou zijn, stellen zich daarbij over vrije meningsuiting vragen als:

- Is het uitnodigend om een mening te uiten in alle aanvaarding door de toehoorders? Luistert er iemand?
- Is het publieke (internet)forum rustig en veilig?
- Zijn de communicatiemiddelen voor handen?
- Welk is de meest adequate manier om de mening te brengen? Tekst, blog, krantenartikel, schilderij, beeldhouwwerk, film, manifestatie, betoging, tentoonstelling,…

Zodanig gevormde en geuite mening vallen onder de bescherming van de vrije meningsuiting. Men kan die als een doel op zich beschouwen, maar beter nog zien in functie van een dialectisch, door spraak en tegenspraak groeien in inzicht van waarheid, in rationaliteit. Deze rationele meningen vinden hun weg naar het politieke weg langs democratische kanalen, en vormen zo de basis van een zich emanciperende samenleving.

Een belangrijk besluit is tevens dat "vrije meningsuiting" als vrijheid veel meer omvat dan alleen "vrij spreken" of de-al-dan-niet "toegelaten mening": vrijheid in het vormen van de mening (opleiding, bronnen en middelen); de veiligheid, ongestoordheid en ontvankelijkheid van de communicatie; het kwalitatieve aspect van een stelling die haar tot mening maakt; het respect voor de mensenrechten. De problematiek van vrije meningsuiting is zinloos als al deze facetten niet de nodige aandacht krijgen door het onderwerp te vernauwen tot "vrij spreekrecht". Of, met ander woorden: vrije meningsuiting gaat ook over het organiseren van de maatschappelijke context waarbinnen de vrije mening kan gedijen, over veiligheid, over middelen, over vorming.

Volgend antwoord van Amnesty International op een brief van de libertarische site "De Vrijspreker", illustreert duidelijk het verschil tussen vrij spreekrecht en vrije meningsuiting.

"Amnesty zal zich evenmin inspannen voor de vrijlating van mensen die haatgevoelens uitdragen zoals verwoord in artikel 20(2) van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en door u aangehaald in uw mail. De organisatie werkt bijv. niet enerzijds voor de slachtoffers van de genocide van de Tutsi's en anderzijds voor de vrijlating van de man die via de radio voortdurend opriep om alle Tutsi's te vermoorden."

 

4. Besluit
Absoluut vrij spreekrecht is helemaal geen norm voor of vorm van een “superdemocratie”. Sterker: in samenwerking met de invoering van directe democratie, is vrij spreekrecht de pijler van een volledig onvoorwaardelijke en irrationele maatschappij, waarin de stem van de meerderheid een doel op zich is geworden, zonder inhoudelijke garanties. Vrij spreekrecht is een pleidooi voor een maatschappij waarin maar één recht geldt: het recht van de sterkste. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat vrij spreekrecht de huisfilosofie is van het Vlaams Belang, dwz voor de openbare ruimte. Want intern, telt vrij spreekrecht niet.

Niet onbelangrijk "detail" is dat democratische censuur in de werking van een democratische rechtstaat kadert op basis van de mensenrechten, maar dat met "vrij spreekrecht" of op basis van bedrijfsreglementen anderen beletten hun mening te uiten, getuigt van volledige willekeur. De mogelijke straffen die uit zulk een democratisch en tegensprekelijk vonnis volgen betreffen het verbieden van een publicatie, niet het vernietigen van de publicist door opsluiting, foltering of doodstraf. Kritiek op een bepaalde wet, een anti-discriminatiemaatregel, die volgt uit een toepassing van een anti-discriminatieprincipe, kan ook nooit reden tot censuur zijn (4). Alleen de schending van de mensenrechten zelf is reden tot democratische censuur, die slechts toepasbaar is een zeer beperkt aantal gevallen en waardoor een grote diversiteit aan meningen mogelijk gemaakt wordt. Dit soort democratische censuur kan dus nooit "dictatoriaal", "totalitair"of onverdraagzaam zijn.

Vrije meningsuiting is in tegenstelling tot vrij spreekrecht nooit absoluut, maar is dus ook niet begrensd door om het even wat, maar uitsluitend door de mensenrechten, die gefundeerd zijn in de unversaliteit van het wezen van de mens. Vrije meningsuiting (5) stelt de kwaliteit van de mening voorop in het zoeken naar de basisvoorwaarde van een verdraagzame en vredelievende samenleving. Het is juist door de vrije en veilige interactie dat we samen daarin groeien.

 

Voetnoten

(1) Het libertarisme levert in sterke mate de "intellectuele munitie" voor extreem-rechts in België. Opvallend zijn daarbij auteurs als:

Frank Van Dun: Natuurlijke rechten vs. Mensenrechten , De utopie van de Mensenrechten, De filosofie van het liberalisme in een tijd van vermaatschappelijking

Matthias Storme: De vrijheid om te discrimineren (Matthias Storme kreeg voor zijn "strijd tegen de anti-discriminatiewetgeving" de "Prijs van de Vrijheid" van de flamingante libertarische denktank Nova Civitas - die ook aanleunt bij extreem-rechts - meer bepaald uit de handen van Marc De Vos, de huidige voorzitter van de al even conservatieve en libertarische denktank Itinera Institute. Beide denktanks onderhouden goede contacten met de extreem-rechtse site "Brussels Journal" van Paul Beliën, de huisideoloog van het Vlaams Belang. Matthias Storme is ook een geapprecieerd academicus op "politics.be", het internetforum dat volgens Blokwatch behoort tot de "fanclub van Jurgen Verstrepen")

Jos Verhulst: Pleidooi tegen "Respect" , De Onverdraagzame "Verdraagzaamheid"

Een interessante getuigenis over het verband tussen libertarisme en extreem-rechts in Nederland: Extreem-rechts in een anarchistische jasje

Hier vindt u ook basisargumenten over het verband tussen libertarisme en extreem-rechts.

(2) Vrije meningsuiting is dan ook niet alleen legaal, maar ook ethisch. Anderen het spreken beletten behoort volgens de voorstanders ervan, onder "vrij spreekrecht". Zie hierover: Het Vlaamse Belang en de vrijheid van meningsuiting: van een oxymoron gesproken" van Koen Lemmens:

"Voor wie vertrouwd is met de geschiedenis van het Vlaams Blok/Belang was het wel even schrikken toen het VB zich, na de definitieve veroordeling van drie van zijn satelliet-vzw’s wegens aanzetten tot discriminatie [1], plots opwierp als de kampioen van de vrije meningsuiting. Wij herinneren ons immers dat het Blok en zijn militanten in het verleden heel wat minder aandacht hadden voor de vrijheid van expressie. Zo blonken de Blokkers nooit echt uit in het respecteren van de vrijheid van meningsuiting van diegenen die het niet eens waren met hun ideeën. Blokmilitanten verstoorden een rechtstreekse Panorama-uitzending over politieke vluchtelingen, Alida Neslo werd tijdens een optreden uitgejouwd en toen Willem Vermandere tijdens een 11-juliviering op de Brusselse Grote Markt Bange blanke man wilde aanheffen, braken er ei zo na rellen uit. En laten we toch ook niet vergeten dat Blokmilitanten geslaagde en minder geslaagde pogingen ondernomen hebben om ‘kritische leraars’ te verklikken, om lezingen van Tom Lanoye op scholen af te gelasten of om subsidies van theatergezelschappen in te trekken wegens vermeende obsceniteiten."

(3) Het verwijt aan de UVRM als een "Theocratie"," Eureligie", "Religie van de Mens" die de basis zou leggen voor "mensenrechtenfundamentalisme" is volkomen ongepast. Over welke kritiek gaat het?

a. Mensenrechten zouden de dictatuur van de menselijke begeerten zijn. Dit verwijt gaat terug op een verwarring tussen behoefte en begeerte: het recht op voeding betekent immers niet het recht op een pak friet met stoofvlees.

b. Mensenrechten zouden zelf-verantwoordelijkheid vernietigen. De mensenrechten zijn echter helemaal geen pleidooi voor onmiddellijke behoeftenbevrediging: het recht op voeding is niet "het recht op gevoederd worden".

c. Mensenrechten zouden contradictorisch zijn. Die aanmerking gaat voorbij aan de essentie van artikel 30, nl dat geen recht mag worden ingeroepen om een recht ander te schenden. Dit betekent dat in sommige gevallen er een conflict van rechten ontstaat (tussen hetzelfde recht van twee partijen, of tussen twee verschillende rechten) die door een rechter in evenwicht dient gebracht in functie van de context. Artikel 30 UVRM is dus een bevestiging dat de mensenrechten ondeelbaar zijn, een evenwichtige levensvisie en een "wijze" rechtspraak" promoten of vereisen.

d. De rechtvaardigheid van de mensenrechten zou onrechtmatig zijn, en wie zich beklaagt over discriminatie "afgunstig". Daartoe baseert het libertarisme zich op een antropologie van autarkische vrijheid, waarbij mensen in een vacuüm opgroeien en de resultaten van hun werk, nl. hun eigendom, absoluut uitsluitend aan zichzelf te danken hebben. De libertarische natuurrechten zijn niet meer dan een recht op uitbuiting.

e. Een religie of godsdienst is gekenmerkt door het geloof in bovennatuurlijke elementen, het herhalen van gestileerde en onveranderlijke rituelen die de geloofsgemeenschap controleren. Zulke rituelen bestaan niet in verband met mensenrechten, evenmin is er sprake van bovennatuurlijke elementen: mensenrechten gaan over de concrete en immanente mens.

Die godsdienst-kenmerken bestaan wel in verband met de "Vrijheids"-verafgoding van sommige groepen: zij hebben geregelde bijeenkomsten waarin zij de cultus van de "De Vrijheid" (als transcendent begrip) belijden en waarbij ze regelmatige "rituelen" opvoeren waarbij de mensenrechten worden geridiculiseerd. Door deze rituelen worden de "geloofspunten" er steviger bij de aanhangers ingeprent. De motivaties van de geuite kritiek is zo verweven met drogredenen dat men waarlijk het beeld van "Vrijheids-sekten" krijgt.

f. Mensenrechten zouden arbitrair en subjectief zijn, het product van een elite-democratie. Dat verwijt is onterecht omdat mensenrechten een soort expertise uitmaken die voor falsifiëring vatbaar is. De lijst van "onverantwoord onderscheid" is voor aanpassing vatbaar. De kernvraag is niet of er zulk een lijst mag bestaan, maar wel wat er in thuishoort en wat niet. Mensenrechten verwijzen ook naar wetenschappelijk bestudeerbare basisbehoeften van de mens.

Meer algemeen hangt dit verwijt samen met een hang naar subjectivisme, waarbij inhoudelijke kwesties herleid worden naar gezagsargumenten. Uiteraard is dit een variatie op het "ad hominem" en een drogredenering. Objectiverende wetenschappelijke kennis, is per definitie niet absoluut en perfect, maar ook niet waardeloos of arbitrair. De kernvraag is hier ook: "Hoe kan men wat onderzoeken", en niet het subjectiverende: "Wie heeft het hier voor het zeggen?". Verantwoord wetenschapelijk onderzoek is het antwoord op dit relativistisch subjectivisme.

g. Anti-discriminatiewetgeving zou de middenklasse (?) in de armen van extreem-rechts drijven. Hier spreekt een bizar beeld over zakenmensen: goede zakenlui weten dat zaken-doen eerbiedwaardig behoort te zijn, en hebben bijgevolg geen bezwaar tegen respect voor mensenrechten.

Interessante link: "Storme dwaalt"

(4) In het kader van het verschil tussen rechtsprincipe en beleidsmaatregel is het belangrijk te wijzen op het gevaar van ethische arrogantie. Onder ethische arrogantie versta ik het vereenzelvigen van principe en maatregel, of het maken van een verkeerde contrapositie in het moreel-logisch denken.

Stel dat ik een maatregel (m) verantwoord met het principe (p), dan is dit formeel: (m -> p).

Door contrapositie is deze redenering dezelfde als: ~(m -> p)= ~p -> ~m waarbij ~(m -> p) = ~m -> ~p de verkeerde contrapositie is.

De laatste redenering kan alleen niet vals zijn als p = m of m = p, dus als maatregel en principe vereenzelvigd worden. Dat is ethische arrogantie.

Pas ik dit even toe op het homohuwelijk: wie voor het homohuwelijk is, is tegen discriminatie, dus wie voor discriminatie is, is tegen het homohuwelijk. Vals of ongeldig is: wie tegen het homohuwelijk is, is voor discriminatie. Of anders: progressieven kunnen best tegen het homohuwelijk zijn, zonder "conservatief" te worden. Of korter: Homofoben zijn tegen het homohuwelijk, maar niet iedereen die tegen het homohuwelijk is, is homofoob. De vereenzelviging van "tegen homohuwelijk" met "homofoob", of van "voor homohuwelijk" met "progressief", noem ik ethisch arrogant.

Ethische bescheidenheid noem ik dan het bewustzijn dat een moreel of rechts- principe op verschillende manieren in een beleidsmaatregel kan worden omgezet.

Belangrijk is op te merken dat het juist onder meer de ethische arrogantie is, die mensenrechtennegationisten een aanleiding geeft om zich erover te beklagen dat ze gebrandmerkt worden, als ze "anders denken".

(5) Verdere teksten over verdraagzaamheid en vrije menigsuiting:

UNESCO: A Global Quest for Tolerance

Herbert Marcuse: Repressive Tolerance

Jan Blommaert: De crisis van de vrije meningsuiting

Lasse Thomassen: The Inclusion of the Other ?